Viroloog wil meldingsplicht voor polioachtig virus

Het Beatrix Kinderziekenhuis, een onderdeel van het UMCG. beeld ANP, Vincent Jannink

De polio-achtige ziekte AFM moet meer bekendheid krijgen bij huisartsen, kinderartsen en neurologen. Ook zou het goed zijn als er een meldingsplicht voor de aandoening komt.

Dat stelt viroloog Bert Niesters, werkzaam in het UMCG, woensdag in de Volkskrant. Het gaat om de aandoening “Acute Flaccid Myelitis” (AFM), een acute slappe verlamming die waarschijnlijk wordt veroorzaakt door het virus EV-D68, dat verwant is aan het poliovirus. De ziekte treft kinderen onder de negen jaar, is waarschijnlijk besmettelijk en begint met verkoudheidsklachten.

2017-10-04-BIN6-kindintensivecare-4-FC-V_webPolioachtig virus trekt diepe sporen

Inmiddels zijn er vier Nederlandse kinderen bekend die verlammingen hebben opgelopen door het virus, een verdubbeling ten opzichte van oktober 2017. In de VS zijn echter veel meer ziektegevallen bekend. Volgens Niesters gaat het in de EU om veertig tot zestig gevallen.

Het virus EV-D68 behoort evenals het poliovirus tot de enterovirussen. Een infectie begint echter –anders dan bij polio– niet in de darm, maar in de luchtwegen. Ruim 99 procent van de kinderen wordt alleen verkouden, maar een enkeling raakt door onbekende oorzaak ook verlamd. Die verlamming van ledematen en middenrif is net als bij polio veelal onomkeerbaar.

Bekendheid

Viroloog Niesters wil dat de aandoening meer bekendheid krijgt onder artsen. Een verplichte melding bij het RIVM zou dat volgens de viroloog kunnen bevorderen.

In een reactie stelt het RIVM dat er al drie routes zijn waarlangs verlammingsziekten bekend worden. Er is wekelijks overleg met onder meer GGD’en die AFM-gevallen kunnen signaleren. „Ook zijn artsen verplicht om bij polio-verdenkingen ontlastingmonsters naar ons op te sturen. En onlangs hebben we hen nog laten weten dat ze in zulke gevallen ook luchtwegmonsters moeten opsturen. Op die manier hebben we ook de twee nieuwe gevallen uit 2018 vastgesteld”, aldus viroloog Adam Meijer van het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM.