Shalva biedt sfeer van vrede voor kinderen met beperking

Israël 70 jaar
beeld RD, Henk Visscher
5

De gezondheidszorg staat bijna nergens ter wereld op zo’n hoog peil als in Israël. Dat geldt ook voor het Shalvacentrum, waar kinderen met een beperking alle mogelijke hulp krijgen. Dr. Elisheva Ronen: „Het Israëlische denken is heel anders dan in Nederland.”

Vrede zij in uw vesting, welvaren in uw paleizen”, Psalm 122 vers 7. Dat Bijbelgedeelte hangt bij de ingang van Shalva, een hypermodern centrum waar kinderen met een beperking terecht kunnen. Shalva is letterlijk genomen uit Psalm 122 en betekent in het Hebreeuws zoveel als: vrede, rust en zorgeloosheid.

En dat is precies de sfeer die het centrum ademt, zegt de van oorsprong Nederlandse kinderarts Elisheva Ronen. „We hebben natuurlijk met de realiteit te maken. We moeten aandoeningen behandelen of ermee omgaan. Maar we proberen hier vooral gemoedsrust te creëren – peace of mind.”

Vanaf de geboorte tot de leeftijd van 21 krijgen kinderen met een beperking hier alle hulp die ze nodig hebben. Zonder betaling. Het centrum krijgt een toelage van de overheid. Die dekt ongeveer een derde van de kosten. Verder moet Shalva van donaties rondkomen.

„Het idee om iets voor gehandicapte kinderen te doen kwam ooit van het echtpaar Malki en Kalman Samuels. Hun zoon Yossi was blind, doof en hyperactief, na een verkeerde vaccinatie. De Samuels kwamen er achter welke tol de opvoeding van hun gehandicapte kind eiste”, vertelt voorlichter Philip.

Professionals en vrienden adviseerden hen Yossi in een tehuis te plaatsen, maar daar wilde het echtpaar niets van weten. Toen Yossi acht jaar oud was, slaagde Shoshana Weinstock, een dovenspecialist, erin het kind zijn eerste woordje aan te leren met gebarentaal. Daarmee was een jarenlange muur van stilte doorbroken. Dat was voor moeder Malki het moment om het initiatief te nemen om een project voor kinderen met een beperking op te zetten. Maar dan wel een project waarbij zowel het gezin als de organisatie een belangrijke rol speelt.

Het echtpaar Samuels richtte in 1990 –met een budget van nog geen 50.000 euro Shalva op. Wat begon als kleinschalig project voor acht kinderen in een bescheiden appartement is uitgegroeid tot een hypermodern centrum in hartje Jeruzalem. De jaarlijkse begroting bedraagt inmiddels zo’n 10 miljoen euro.

Het centrum biedt medische zorg op uiteenlopend gebied. „We hebben hier kinderen met epilepsie, stoma, ademhalingsproblemen, om er maar een paar te noemen”, zegt dokter Ronen. „Ook bieden we tandheelkundige zorg.”

In een van de zwembaden is een groepje vrouwen met baby’s in het water aan de gang. Om beurten worden de kindjes heel kort ondergedompeld, om hun slikreflex te testen. Van nature houden baby’s hun adem in als ze onder water komen.

Even verderop zijn zogenaamde snoezelruimtes, waar kinderen door licht- en geluidstherapie rustig kunnen worden gemaakt. Op een dakterras is een grote speeltuin aangelegd. Een groepje kinderen komt net uit een van de klaslokalen van de Shalvaschool.

Tussen de leeftijd van 6 en 21 kunnen kinderen ook een aantal nachten per week slapen in Shalva. Vier bedden staan er op elke kamer. Zo leren ze al in een vroeg stadium wennen aan het gedeeltelijk zelfstandig functioneren in een andere omgeving dan thuis.

Volgens Ronen is de Israëlische aanpak van de medische zorg anders dan in Nederland. „Wij denken hier anders. Komt er in Israël een baby van 23 weken ter wereld, dan is de eerste gedachte: het komt wel goed. In Nederland wordt veel meer in hokjes gedacht: 23 weken? Niet levensvatbaar. Heeft een kind het syndroom van Down? Moeten we God daar de schuld van geven? Nee, je moet doen wat je kan. Shalva is ontstaan vanuit de medische gedachte dat alles mogelijk is. Daar mag iedereen zich hier van verzekerd weten. Als ik dan bijvoorbeeld naar de discussie in Nederland over voltooid leven kijk, dan denk ik: Hoe kom je erbij?”