Screenen op longkanker vergroot kans op genezing

Geregeld screenen op longkanker bevordert vroegtijdige detectie en de genezingskans bij (ex-)rokers. beeld ANP, Lex van Lieshout

Een kwart minder rokers en voormalige rokers overlijdt aan longkanker als zij zich geregeld laten screenen op deze ziekte. De algehele sterfte na tien jaar verschilt echter niet tussen hen die zich wel en hen die zich niet laten onderzoeken.

Dat blijkt uit een studie in Nederlandse en Belgische ziekenhuizen die donderdag werd gepubliceerd in het vooraanstaande tijdschrift The New England Journal of Medicine.

De belangrijkste reden voor de betere prognose is dat radiologen de ziekte door screening met een CT-scan al in een vroeg stadium ontdekken. Dat is het geval bij zestig procent van de deelnemers, stelt hoofdonderzoeker prof. dr. Harry de Koning. „Bij degenen die zich niet lieten onderzoeken, werd het grootste deel van de longkankers in een laat en vaak onbehandelbaar stadium ontdekt. Dit komt omdat klachten van longkanker vaak pas relatief laat optreden of worden herkend.”

Aan de studie, waaraan twintig jaar is gewerkt, deden bijna 16.000 (ex-)rokers mee, waarvan ruim 13.000 mannen. Zij waren tussen de 50 en 74 jaar oud. De helft van de deelnemers kreeg in vijf jaar tijd vier keer een CT-scan. De andere helft werd niet gescreend. Daarop werden ze tien jaar lang gevolgd.

In de groep die zich liet screenen werd bij 341 mannelijke deelnemers longkanker vastgesteld. Van hen overleden 156 mensen aan longkanker (46 procent). In de controlegroep kregen 304 mannen longkanker, waarvan 206 deelnemers overleden aan de ziekte (68 procent). Een verschil van 24 procent.

Dr. Carlijn van der Aalst, onderzoeker bij de studie: „Laat het duidelijk zijn: de beste manier om longkanker te voorkomen, is dat je nooit begint met roken. Maar veel mensen zijn in het verleden in aanraking gekomen met roken. Ook mensen die gestopt zijn, lopen nog steeds –zelfs tot tien jaar nadat zij gestopt zijn– een groot risico de ziekte te ontwikkelen en eraan te overlijden. Deze studie toont aan dat we de kans om aan longkanker te overlijden fors kunnen verkleinen.”

De totale sterfte, waarbij alle doodsoorzaken worden meegenomen, verschilt echter niet tussen de twee groepen. Volgens de auteurs van de studie zou een „onrealistisch grote onderzoeksgroep” nodig zijn geweest om een „mogelijk gunstig verschil” aan te tonen.

Lukas Stalpers, hoogleraar radiotherapie aan het Amsterdam UMC, raadt screenen op longkanker daarom af. „Heb je de ene kanker onder controle, slaat meteen de volgende toe. Heb je daarvoor al die screening en behandelingen ondergaan?” zegt hij tegenover de Volkskrant.

Het onderzoek werd uitgevoerd door het Erasmus Medisch Centrum, UMC Groningen, UMC Utrecht, Universitair Ziekenhuis Leuven en Spaarne Gasthuis.

In Nederland overlijden jaarlijks zo’n tienduizend mensen aan longkanker, waarvan zesduizend mannen en vierduizend vrouwen. Daarmee staat longkanker op plek vijf van dodelijkste kankers. Ondanks verbeterde therapieën is vijf jaar na diagnose nog slechts een op de vijf patiënten in leven.