Nieuwe afbouwmedicatie moet helpen bij stoppen met antidepressiva

beeld iStock

Stoppen met het slikken van antidepressiva kan lastig zijn. Maastrichtse onderzoekers hebben daarom samen met stichting Cinderella een methode bedacht om de drempel te verlagen.

Fluoxetine, paroxetine, citalopram. Meer dan 1 miljoen Nederlanders slikken een bepaalde vorm van antidepressiva. Hoe langer je deze medicatie slikt, hoe moeilijker het kan zijn om te stoppen. Veel stoppogingen mislukken omdat de bijwerkingen te groot zijn. Het is een van de verklaringen voor het hoge aantal ‘slikkers’: er komen wel nieuwe gebruikers bij, maar met de medicatie stoppen lukt niet veel mensen.

Een antidepressivum –ook wel stemmingsverbeteraar genoemd– is een medicijn dat de symptomen van een depressie tegengaat. In onze hersenen zijn stoffen actief die ervoor zorgen dat de verschillende delen van onze hersenen goed met elkaar communiceren: de zogeheten neurotransmitters. Een bekende neurotransmitter is serotonine. Iemand die depressief is of last heeft van angstgevoelens, heeft vaak een tekort aan deze stof. Daardoor ontstaan er gevoelens van angst en somberheid. Een antidepressivum helpt om de voorraad neurotransmitters weer aan te vullen.

Er zijn veel verschillende soorten medicatie, die allemaal net iets anders werken. Ze hebben één ding gemeen: het kan heel lastig zijn om ermee te stoppen. Mensen krijgen vaak last van onttrekkingsverschijnselen, fysieke en psychische klachten zoals angst, slaapproblemen, duizeligheid en hoofdpijn.

Geleidelijk afbouwen is dus belangrijk, maar ook dit werkt voor iedereen anders. Niet iedereen heeft bijvoorbeeld last van onttrekkingsverschijnselen. Uit onderzoek blijkt dat het gaat om 20 tot 40 procent van de stoppers.

Taperingstrips

Om het stoppen voor hen makkelijker te maken, ontwikkelde Cinderella, een stichting voor stiefgeneesmiddelen (medicijnen die niet commercieel interessant zijn), in samenwerking met Maastricht University zogeheten ”taperingstrips”. Tapering komt van het Engelse werkwoord ”to taper”, wat ”geleidelijk doen afnemen” betekent.

Een taperingstrip is medicatie op een rol voor een periode van 28 dagen. De dagelijkse dosis van een medicijn wordt in deze dagen geleidelijk een stuk verlaagd. Patiënten kunnen daarbij zelf kiezen hoe langzaam ze de dosis willen verlagen. Hoe meer tijd daarvoor wordt genomen, hoe kleiner de kans is op het ontstaan van onttrekkingsverschijnselen.

„Artsen gaan ervan uit dat als je eenmaal op een dosis van een paar milligram per dag zit, er geen aantoonbare hoeveelheid werkzame stof meer in zit. Dan kun je volgens hen net zo goed stoppen. Maar dat klopt niet bij mensen die het jarenlang hebben geslikt en die een vaste spiegel van de stof hebben opgebouwd”, zei onderzoeker Peter Groot van het User Research Centrum van Maastricht University eind mei in de Volkskrant. Hij werkt aan de universiteit als onderzoeker aan de verdere ontwikkeling van de taperingstrips.

De onderzoekers hebben een enquête gehouden onder 895 mensen die een stoppoging deden met de taperingstrips. Dat lukte in 71 procent van de gevallen in gemiddeld 56 dagen. Van de stoppers kreeg 6 procent een terugval; bij hen kwamen de oude klachten terug.

Eerste stap

De strips zijn op dit moment beschikbaar voor de antidepressiva paroxetine en venlafaxine en voor de slaap- en kalmeringsmiddelen diazepam, oxazepam en temazepan. Uiteraard zijn ze alleen op recept verkrijgbaar.

De medicatie wordt nog niet door alle verzekeraars vergoed, omdat er nog niet genoeg wetenschappelijk bewijs is dat de taperingstrips ook daadwerkelijk werken. Toch zijn deskundigen enthousiast over de studie. „Het is een mooie, creatieve eerste stap”, zei Claudi Bockting, hoogleraar klinische psychologie in de psychiatrie bij het Academisch Medisch Centrum in de Volkskrant.

Volgens onderzoeker Peter Groot is nieuw onderzoek nodig. „De komst van deze afbouwstrips is geen eindpunt, maar eerder het begin van een ontwikkeling die de kwaliteit van de behandeling van depressie verder kan verbeteren.”