Hormonen slikken in de overgang: effectief maar ook discutabel

Voeding en leefstijl beïnvloeden de ernst van overgangsklachten, stelt dokter Nora Hendriks. „Alcohol, koffie en pikant eten vermeerderen opvliegers. Hetzelfde geldt voor stress. Veel sporten kan juist gunstig zijn.” beeld iStock
4

Opvliegers, slapeloosheid en depressie: een greep uit de ruim vijftig klachten waarmee vrouwen kunnen kampen tijdens de overgang. „Veel huwelijken gaan eraan kapot. Zoek daarom tijdig hulp.” Een gezonde leefstijl en hormoontherapie kunnen de klachten verlichten.

Een docente met huilbuien voor een klas van 16- tot 18-jarigen. Een psychiatrisch verpleegkundige op een gesloten afdeling die zich onzeker en emotioneel labiel voelt. Of een zakenvrouw die tijdens bedrijfspresentaties de ene opvlieger na de andere krijgt.

Vier op de vijf vrouwen krijgen rond de menopauze –de laatste menstruatie, nu gemiddeld op 51-jarige leeftijd– te maken met lichamelijke en psychische klachten. Die kunnen al zo’n tien jaar voor de menopauze ontstaan en nog lang daarna doorgaan. Bij een klein deel van de vrouwen zijn de klachten heel ernstig, zegt Nora Hendriks. Zij behandelt sinds 2007 vrouwen met overgangsklachten in een kliniek in Utrecht en in het Spaanse Calp. Eind vorig jaar publiceerde zij het boek ”Het menopauzetaboe”.

Thermostaat

Vrouwen in de overgang kampen vaak met depressieve gevoelens. Hendriks: „Die zijn bij sommige vrouwen zo ernstig dat ze het leven niet meer zien zitten.” Ook slapeloosheid is een veelvoorkomende klacht. Slecht slapen kan eveneens resulteren in gevoelens van neerslachtigheid.

Wellicht de bekendste overgangsklacht is de opvlieger. „De thermostaat in het lichaam wordt kritischer, waardoor kou of warmte heftiger wordt ervaren. Dergelijks opvliegers kunnen als heel vervelend worden ervaren en een vrouw behoorlijk uit haar evenwicht halen. Iedere vrouw beschrijft het precieze gevoel weer anders.”

Sommigen krijgen wel dertig keer per dag een opvlieger. „Een cliënt vertelde dat ze een presentatie moest houden, maar de ene opvlieger na de andere kreeg. Heel frustrerend. Stress vanwege de presentatie kan dit probleem verhevigen. Andersom kan angst voor het krijgen van een opvlieger tijdens een presentatie voor extra stress zorgen. Juist vrouwen van een jaar of vijftig –de periode van de overgang– komen op hoge posities in het bedrijfsleven terecht, waar presenteren bij het werk hoort.”

Opvliegers zijn niet alleen vervelend, maar ook ongezond, weet Hendriks. „Elke opvlieger verhoogt het risico op hart- en vaataandoeningen en diabetes.”

Minder bekende overgangsklachten zijn gewrichtsklachten en spierpijn. „Er zijn vrouwen die hier wel last van hebben, maar niet van opvliegers. Daardoor relateren ze die niet aan de overgang.”

Schamen

Ook als vrouwen wel weten dat ze last hebben van overgangsklachten, trekken ze niet snel aan de bel. „Ze denken: het hoort erbij. Of ze schamen zich om erover te praten. Terwijl het kan helpen als ze aangeven dat ze last hebben van overgangsklachten en daarom bijvoorbeeld liever geen presentatie willen geven. Het probleem bespreken zorgt bovendien voor begrip, zodat een leidinggevende of collega weet waar gevoelens van neerslachtigheid of prikkelbaarheid vandaan komen.”

Een misvatting is de gedachte dat overgangsklachten nu eenmaal bij het leven van een vrouw horen, waar niets aan te doen valt. Voeding en leefstijl beïnvloeden de ernst van de klachten, stelt Hendriks. „Alcohol, koffie en pikant eten vermeerderen het aantal opvliegers. Hetzelfde geldt voor stress. Veel sporten kan juist gunstig zijn.”

Leefstijl staat bij Hendriks met stip op de eerste plaats als het gaat om de aanpak van overgangsklachten. Een consult start de therapeut dan ook altijd met een uitgebreid vraaggesprek over voedingsgewoonten en leefstijl.

Werkt het verbeteren van de leefstijl onvoldoende, dan kan hormoontherapie soelaas bieden. Deze behandeling richt zich op de oorzaak van overgangsklachten. Dat is de verminderde aanmaak van oestrogenen, progesteron en testosteron, als gevolg van een afname van de voorraad eicellen in de eierstokken.

Als uit bloedonderzoek blijkt dat bepaalde hormoonconcentraties te laag zijn, dan schrijft Hendriks zogenaamde bio- of body-identieke hormonen voor. Dit zijn hormonen die de farmaceutische industrie bereidt uit een plant, de Mexicaanse wilde yam. Die plantaardige stoffen hebben dezelfde structuur als lichaamseigen hormonen en kunnen worden toegediend in de vorm van pleisters, tabletten, gels, sprays of crèmes. Niet-natuurlijke hormonen daarentegen hebben een nieuwe –te patenteren– biochemische structuur en zijn te vinden in onder meer de anticonceptiepil.

Talrijke wetenschappelijke onderzoeken hebben volgens Hendriks aangetoond hoe veilig en effectief behandelingen met natuurlijke hormoonpreparaten zijn. Zo liet een epidemiologisch onderzoek in Frankrijk uit 2008 zien dat het gebruik van lichaamseigen oestrogeen en progesteron geen verhoogd risico geeft op borstkanker. Aan de studie deden zo’n 70.000 vrouwen mee. Een combinatie van oestrogeen en een niet-natuurlijke vorm van progesteron, of alleen oestrogeen vergrootte het risico op borstkanker wel. Nog steeds is er discussie over de veiligheid van hormoontherapie (zie kader „Hormoonbehandeling alleen verstandig bij ernstige klachten”).

Synthetische hormonen raadt Hendriks daarom niet aan. „Die wijken af van de natuurlijke vorm. Schaf alleen gecertificeerde lichaamseigen hormonen aan, via de huisarts of gynaecoloog. Doe dat bij voorkeur onder begeleiding van een therapeut. Die weet wat de juiste dosering is, en kan het effect controleren met bloedonderzoek.”

Van fyto-oestrogenen, plantenbestanddelen met hormonale eigenschappen, is volgens Hendriks aangetoond dat ze effectief zijn, alhoewel duidelijk minder dan lichaamseigen hormonen. Crèmes die worden gemaakt van de yamplant werken volgens haar helemaal niet. „Koop die niet: zonde van het geld en de moeite.”

De standaard van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) is kritischer over plantaardige middelen en stelt dat „niet is aangetoond dat deze overgangsklachten verminderen.” Het NHG baseert zich op een groot overzichtsartikel uit 2007. Daaruit bleek dat het gebruik van soja of van rode klaver geen gunstig effect heeft op onder meer opvliegers en hartkloppingen.

Dokter Nora Hendriks​. beeld RD

Klachtenvermindering

Veel cliënten die Hendriks onder haar hoede heeft, merken aanzienlijke klachtenvermindering na een hormoontherapie. De therapeut, die momenteel de effectiviteit van de behandeling onderzoekt, schat in dat 85 procent van haar cliënten ervan opknapt. „Blijf niet met de klachten lopen, maar bezoek een therapeut”, benadrukt Hendriks. „Een behandeling is niet alleen belangrijk voor je gezondheid op de korte en de lange termijn, maar ook voor je functioneren in het dagelijks leven. In de overgangsfase gaan relatief vaak huwelijken kapot. Voorkom dat met een goede behandeling. En kom uit voor je klachten, haal het onderwerp uit de taboesfeer.”

Het menopauzetaboe, Nora Hendriks; Standaard Uitgeverij; Antwerpen, 2019; ISBN 9789022336762; 191 blz.; € 24,99.

„Hormoonbehandeling alleen verstandig bij ernstige klachten”

In Nederland en België laat zo’n 5 procent van de vrouwen met overgangsklachten zich enige tijd behandelen met hormonen. Dat is het laagste percentage wereldwijd. In andere landen is dat wel 25 tot 40 procent.

Volgens dokter Nora Hendriks komt dat omdat hormoontherapie een negatieve bijklank heeft. Aan die beeldvorming heeft een groot Amerikaans dubbelblind onderzoek sterk bijgedragen, stelt Hendriks. Deze studie, gepubliceerd in 2002, bracht hormoontherapie in verband met een verhoogd risico op borstkanker, trombose en hersenbloedingen. De schrik zit er sindsdien goed in. Aan de studie namen bijna 17.000 vrouwen van tussen de 50 en de 79 jaar deel. Slechts 3,5 procent van hen was tussen de 50 en de 54 jaar, de rest ouder. Hendriks is daarom kritisch over de resultaten: „We weten nu dat een hormoonbehandeling het effectiefst en veiligst is op jongere leeftijd, in de eerste jaren na de menopauze.”

Een deel van de vrouwen bij dit onderzoek kreeg een placebo en een deel Premarin en Provera. Premarin bevat oestrogenen uit de urine van drachtige paarden; Provera is een synthetisch progestageen. Hendriks: „Deze studie mag dus zeker niet worden vergeleken met een bio- of body-identieke hormonale aanpak.”

Ook een groot overzichtsartikel dat vorig jaar verscheen in het gerenommeerde tijdschrift The Lancet liet een verband zien tussen hormoontherapie en borstkanker. Het effect werd gezien in een mix van studies met een verschillende opzet, en in allerlei leeftijdscategorieën.

Maar in veel van de onderzochte studies zijn hormonen gebruikt die allang niet meer worden voorgeschreven. Gynaecoloog Dorenda van Dijken, voorzitter van de Dutch Menopause Society, vindt dan ook dat de resultaten van deze studie niet van toepassing zijn op de huidige situatie. Tegenover de Volkskrant zegt ze: „De conclusie is: alle hormoonbehandelingen zijn slecht. Dat klopt niet. We weten allang dat het risico op borstkanker te maken heeft met het type progesteron en met de duur van het gebruik. Daarom hebben we het type medicatie en het beleid aangepast.”

Natuurlijke hormonen zijn inderdaad beter, reageert prof. Johan Verhaeghe, gynaecoloog aan het Universitair Ziekenhuis van Leuven, desgevraagd. „Maar de meeste gegevens die we hebben komen van studies met niet-natuurlijke preparaten. Er zijn geen studies met een vergelijkbare grootte als de Amerikaanse die laten zien dat lichaamseigen hormonen geen risico’s met zich meebrengen.”

Zolang niet vaststaat dat hormoontherapie vrijwel risicoloos is, adviseert Verhaeghe die alleen bij vrouwen met ernstige overgangsklachten. „Dit is echt geen behandeling die iedereen met klachten maar moet gaan doen”, benadrukt de hoogleraar.

Bloedingen

Een ander gevolg van de behandeling kan zijn dat bloedingen terugkomen. Verhaeghe: „Hoe meer hormonen er worden gegeven, hoe groter de kans. Toch kan dat ook gebeuren bij vrouwen met een normale dosering.”

Hormoontherapie verhoogt verder het risico op trombose: verstopte bloedvaten door bloedstolsels. Daartegenover staat een positief effect op aderverkalking.

Toch moeten de nadelen niet worden overdreven, vindt Verhaeghe. „Veel patiënten durven niet te zeggen dat ze hormoontherapie gebruiken omdat ze bang zijn voor kritische reacties. Zo van: „Je speelt met je gezondheid. Als je borstkanker krijgt, heb je dat zelf verdiend.” Heel pijnlijk voor hen. Er zijn vrouwen die daarom stoppen met de behandeling, terwijl de risico’s beperkt zijn.”

Criteria

Als vrouwen aan drie criteria voldoen, komen ze volgens Verhaeghe in aanmerking voor hormoontherapie. „Bij een verstoorde slaap, als gevolg van opvliegers en zweetbuien. Daarnaast moeten de klachten het dagelijks functioneren belemmeren. Als derde moet een vrouw te maken hebben met stemmingswisselingen. Iemand kan in de overgang heel prikkelbaar zijn en een minder leuke persoon zijn geworden dan voorheen.”

Een rapport van de International Menopause Society uit 2016 stelt dat hormoontherapie veel voordelen biedt voor de meeste vrouwen met een duidelijke indicatie. De risico’s zijn gering als de behandeling wordt gestart binnen enkele jaren na de menopauze. Gezonde vrouwen onder de zestig jaar hoeven zich volgens de auteurs daarom geen zorgen te maken over de risico’s.

Vrouwen die borstkanker hebben gehad, komen volgens de richtlijnen van de NVOG, de beroepsvereniging voor gynaecologen, niet in aanmerking voor hormoontherapie.

Mannen in de overgang: testosteron daalt

Ook mannen kunnen in een periode terechtkomen waarin hun hormonen problemen geven: de andropauze, in de volksmond ook wel penopauze genoemd. Dat gebeurt bij mannen vanaf hun 45e levensjaar. Op dat moment begint de productie van testosteron geleidelijk af te nemen.

Mannen melden zich volgens dokter Nora Hendriks voor het eerst op het spreekuur vanwege erectiestoornissen en libidoverlies. Daar gaan vaak andere klachten aan vooraf, zoals vermoeidheid, gewichtstoename en concentratieproblemen. Overigens kan een erectiestoornis ook worden veroorzaakt door diabetes, een slechte bloedcirculatie of als bijwerking van bepaalde geneesmiddelen.

Bij mannen op hogere leeftijd (en bij overgewicht) wordt testosteron sneller omgezet in oestrogeen. De gevolgen daarvan zijn onder meer de vorming van borstklierweefsel, een hoger risico op kanker en een toename van hoofdpijn en emotionaliteit. Mannen kunnen hun testosteron bewaken door de omzetting naar oestrogeen tegen te gaan. Dit lukt volgens Hendriks door meer te sporten en minder alcohol, koffie en melkproducten te consumeren. Ook is het belangrijk om op een gezond gewicht te blijven.

Geheimen van overgang ontrafeld

Hormoonkuur tijdens overgang weer in opspraak

Hormoon na overgang vergroot aderverkalking

Veel vrouwen slikken pil tegen overgangsklachten