Het mysterie van menselijk bewustzijn

Vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines probeert Jacob Jolij antwoord te geven op de vraag wat bewustzijn is. beeld Sjaak Verboom
2

Als kind was dr. Jacob Jolij al geboeid door het raadsel van bewustzijn. Onderzoek bij neurowetenschapper Victor Lamme trok hem mee in het materialistische denken daarover, maar dat overtuigde hem uiteindelijk niet. „Het valt niet mee om jezelf consequent te reduceren tot een stapeltje chemische processen.”

Toen hij als zesjarig jochie langdurig in de spiegel keek, bekroop Jacob Jolij de beklemmende vraag of hij nou degene was die naar zijn spiegelbeeld staarde of omgekeerd. Naast de fascinatie voor bewustzijn ontwikkelde hij een grote belangstelling voor natuurkunde en informatica. „Ik heb ook overwogen filosofie te gaan studeren, maar dat terrein was me te zweverig.”

Na lang wikken en wegen koos hij voor psychologie, vanuit de veronderstelling dat die studie al zijn interessevelden combineerde. Dat bleek een misvatting. Hij kreeg te horen dat geest en bewustzijn niet meer zijn dan producten van het brein. Als onderzoeker in de vakgroep van prof. Victor Lamme, de neurofysicus die naam maakte met het boek “De vrije wil bestaat niet”, ging hij mee in dat spoor. „Ik voerde experimenten uit en publiceerde erover binnen het kader van de materialistische gedachte dat je geest is wat je brein doet.”

Wat bracht u tot het breinonderzoek?

„Mijn fascinatie voor de oorsprong van bewustzijn en de opvatting van mensen om me heen dat ik een echte wetenschapper ben. De interesse voor parapsychologische theorieën over bewustzijn liet ik onder invloed van collega’s in het laboratorium los, omdat ze de wetenschappelijke toets niet kunnen doorstaan.

Helaas hielp het breinonderzoek me ook niet veel verder in mijn zoektocht naar de vraag wat bewustzijn nu eigenlijk is. Het puur materialistische denken heb ik innerlijk nooit overgenomen. Dat heeft nogal wat implicaties. Waar blijven aspecten als verantwoordelijkheid en schuld?

Dat is niet het enige. Als je bewustzijn laat samenvallen met hersenactiviteit, blijf je zitten met dat wat de Australische filosoof David Chalmers ”het moeilijke probleem” noemt. Wanneer ik iemand naar een rood lampje laat kijken, kan ik door eeg-onderzoek tot vrij diep in het brein meten welke hersencellen actief worden. Maar waar komt de sensatie van die kleur rood vandaan? Waardoor resulteren de chemische en elektrische processen van díé hersencellen in deze ervaring en de activiteit van al die andere hersencellen niet? Sterker nog, veel van die processen spelen zich ook af in een banaan, maar die heeft geen bewustzijn. Zelfs als we ooit van alle miljarden hersencellen weten welke er actief worden op het moment dat ik rapporteer me bewust te zijn van iets, blijft de moeilijke vraag van Chalmers overeind. Dat bracht me tot het schrijven van mijn boek over de vraag wat bewustzijn is.”

Bepaalt de levensbeschouwing van wetenschappers hun denken over bewustzijn?

„Die heeft zeker invloed. Het merendeel noemt zich atheïst of agnost, een kleine minderheid is religieus. Denk in Nederland aan mensen zoals André Aleman en Nobelprijswinnaar Ben Feringa, allebei overtuigd christen. Ook Rupert Sheldrake en Bernard Carr, die ik in mijn boek noem, bedrijven wetenschap vanuit een christelijk wereldbeeld.

Ga je terug in de geschiedenis, dan valt op dat veel wetenschapsbeoefening ontstond vanuit verwondering over de schepping. Ik ben zelf agnost, maar vind het vreemd dat je nu vaak minder serieus wordt genomen als je openlijk uitkomt voor je religieuze overtuiging. Militant atheïsme is net zo goed een levensbeschouwing. Te vaak worden aannames tot werkelijkheid verheven. Zo is de hele cognitieve neurowetenschap gebaseerd op het idee dat je geest is wat je brein doet.”

De groep onderzoekers die brein en geest laat samenvallen, lijkt wel kleiner te worden.

„Klopt. Intussen is duidelijk dat je met die visie op een aantal problemen stuit, zeker als je er bewust mee bezig bent. Dertig jaar hersenonderzoek naar bewustzijn heeft ons niet veel verder gebracht.”

Volgens de Vlaamse bewustzijnsonderzoeker Steven Laureys weten we op dit terrein nog niet eens wat we niet weten.

„Helemaal mee eens. Met eeg kun je elektrische spanning meten, maar die komt uit honderd miljard neuronen. Die elektriciteit moet vervolgens door hersenvliezen, hersenvloeistof en een dikke schedel. Wat je meet, staat dus ver af van wat die hersencellen echt doen. Met functionele MRI heb je een soortgelijk probleem.

Dan heb ik het nog niet over de fundamentele vragen. In de natuurkunde kennen we de Schrödingervergelijking. Die beschrijft de werkelijkheid tot op het kleinste niveau, met één vervelend dingetje. Hij kan niet verklaren wat een meting precies is. Houd ik een geigerteller voor een banaan, dan gaat de teller klikken door de kaliumisotopen in die banaan. Dat zijn kwantumdeeltjes. Pas als ik ze meet, hebben ze bestaansrecht. Tot die tijd gedragen ze zich als een soort kansenveld. Pragmatisch ingestelde natuurkundigen maken daar geen punt van, maar voor fundamenteel denkende natuurkundigen en wetenschapsfilosofen is het een reëel probleem.”

Kun je breinonderzoek doen zonder de filosofie erbij te betrekken?

„Absoluut niet. Daar zit een grote leemte in ons academisch onderwijs. We zijn in de wetenschap steeds technischer gaan denken. Dat heeft ons veel opgeleverd, maar ook schade gedaan. Impliciet of expliciet wordt beweerd dat de wetenschap voor waarheidsvinding veel belangrijker is dan religie of kunst. Ten onrechte. Als wetenschapper kun je uitspraken doen over de waarneembare wereld en oplossingen verzinnen voor problemen, maar daarmee ben je geen stap verder als het gaat om wezenlijke vragen zoals: wie is de mens, wat is bewustzijn, welke plaats hebben we ten opzichte van de wereld om ons heen? Waarom zou ik daar als wetenschapper een beter zicht op hebben dan iemand die er vanuit religieus of creatief perspectief naar kijkt? We doen onszelf tekort wanneer we deze velden terzijde schuiven.”

Hoe breed leeft die gedachte?

„In het geheel van de samenleving zie ik mensen terugkomen van het idee dat we samenvallen met ons brein. Dat wringt met hoe we onszelf in de kern ervaren. Ik ben toch meer dan chemische processen van neuronen en bewustzijn is toch iets hogers dan alleen geknetter in mijn hoofd. Typerend was een interview met Patrick Haggard, een Engelse neurowetenschapper die net als Lamme ontkent dat we een vrije wil hebben. De journalist vroeg hem hoe hij omgaat met het mensbeeld dat uit deze opvatting voortkomt. „Ik ben wetenschapper van acht tot vijf, zodra ik naar huis ga heb ik weer mijn vrije wil”, was het antwoord van Haggard.”

Hij wil niet geloven wat hij zelf beweert?

„Inderdaad. Het valt niet mee om jezelf consequent te reduceren tot een stapeltje chemische processen.”

Wat verstaat u precies onder bewustzijn?

„In mijn boek beperk ik me tot de sensorische ervaringen. Dat is een enorm smalle opvatting van bewustzijn, maar die is al ingewikkeld genoeg om er 250 pagina’s over vol te schrijven. Bewust ben ik bij de basis begonnen. Als we begrijpen waar sensorische ervaringen vandaan komen, kunnen we daarop voortbouwen in het onderzoek naar gedachten die we hebben en de innerlijk stem die de meeste mensen horen.”

Hoe verhoudt bewustzijn zich volgens u tot de menselijke geest?

„In mijn boek beschrijf ik mijn reis langs allerlei wetenschapsvelden, van psychologie tot kwantummechanica, om het raadsel van bewustzijn te ontrafelen. Ik eindig met een speculatief hoofdstuk waarin ik stel dat bewuste ervaringen mogelijk onderdeel zijn van een universeel bewustzijn. Als mijn hersenen zich in een bepaalde toestand bevinden, hoort daar een bepaalde ervaring vanuit het universum bij.

In zo’n denkkader sta je wel voor de vraag: wat is de waarnemer en hoe verhoudt die zich tot de waarneming? Je bent in mijn theorie als mens een pakket bewuste ervaringen dat zich over de tijd uitstrekt. Je bewustzijn hangt samen met het biologische substraat dat we brein noemen, maar valt er niet mee samen. Ik stel me een eindeloze ruimte van mogelijke bewuste ervaringen voor. In die ruimte zit een afgebakend pakketje ervaringen waar het idee ”ik ben Jacob” aan vastzit. Dat is mijn menselijke geest.”

Een idee dat aansluit bij oosterse religies.

„Dat klopt, al was dat niet mijn uitgangspunt. Al redenerend ben ik bij het idee van een komisch bewustzijn uitgekomen. De Engelse psycholoog en filosoof Max Velmans beschouwt de materiële wereld en de geestelijke wereld als twee kanten van dezelfde medaille. Dat zeg ik hem nog niet na. Hij verbindt zijn model ook heel direct aan het oosterse denken, maar dat hoeft niet. Rupert Sheldrake en Bernard Carr koppelen gelijksoortige ideeën aan een christelijk perspectief.”

De opvatting van Pim van Lommel dat bewustzijn los van het brein kan bestaan wijst u af, maar feitelijk zit u er toch heel dichtbij?

„Die conclusie kun je inderdaad trekken.”

Hoe waarderen collega’s uw boek?

„Negatieve reacties heb ik tot nu toe nauwelijks gehad. Vooral gepensioneerde neurowetenschappers herkennen zich in mijn zoektocht. Nu ze niet meer mee hoeven te doen aan de ratrace in de onderzoekswereld, hebben ze tijd voor reflectie. Ze betreuren dat het platte reductionisme zo de overhand heeft gekregen. Waar zijn we mee bezig geweest? In toenemende mate leeft die vraag ook bij praktiserende wetenschappers. Wat dat betreft is er absoluut een verschuiving gaande. Die geeft openingen voor een andere kijk op het onderzoek naar bewustzijn. Mogelijk biedt het determinisme uiteindelijk toch de beste verklaring, maar laten we die niet bij voorbaat tot waarheid verheffen.”

Wat is bewustzijn nou eigenlijk? Een prikkelende zoektocht van neurobiologie tot parapsychologie, Jacob Jolij; uitg. Nieuw Amsterdam; 250 blz.; € 22,99

Jacob Jolij

Jacob Jolij (1979) studeerde psychologie, filosofie, natuurkunde en wetenschapsdynamica aan de Universiteit van Amsterdam. In 2009 promoveerde hij bij prof. Victor Lamme op een proefschrift over visueel bewustzijn. Behalve in Amsterdam werkte hij in laboratoria in Zwitserland en Engeland. In 2008 werd hij door de Rijksuniversiteit Groningen aangesteld als universitair docent psychologie aan de faculteit gedrags- en maatschappijwetenschappen. Hij combineert deze taak met experimenteel onderzoek naar bewustzijn, waarbij hij zich vooral richt op de invloed van wat mensen geloven en voelen op hoe ze de wereld waarnemen. Daarbij maakt hij gebruik van diagnostische technieken zoals eeg en transcraniële magnetische hersenstimulatie. Sinds 2017 is hij ook afdelingshoofd van het Datalab Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. Onlangs verscheen zijn boek ”Wat is bewustzijn nou eigenlijk? Een prikkelende zoektocht van neurobiologie tot parapsychologie”.