Buikgriep tijdens vakantie in India

Ellen Verspui, arts infectieziektenbestrijding. Beeld RD, Anton Dommerholt

Een echtpaar van ongeveer 55 jaar maakte een rondreis door India. Samen met een reisgezelschap bezoeken ze diverse culturele bezienswaardigheden. De vakantie eindigt echter minder prettig.

Enkele dagen voor de retourvlucht krijgt de vrouw koorts, buikkramp en diarree. Als er, na terugkeer in Nederland, ook bloed bij de ontlasting zit, zoekt ze hulp bij de huisarts. De huisarts laat haar ontlasting onderzoeken in het laboratorium. Dit onderzoek toont de shigellabacterie aan.

Deze ziekteverwekker veroorzaakt een ernstige ontsteking van de darmen. Iemand die shigellose heeft, heeft de bacterie ook in de ontlasting en kan anderen daarom besmetten via de handen. Na toiletbezoek kan de bacterie op bijvoorbeeld de wc-bril, de spoelknop, de kraan of de deurklink zitten. Hierdoor kan hij via de handen in de mond terechtkomen. Via de handen kan de bacterie ook op speelgoed, bestek, servies en in het eten belanden.

Slechts 100-200 van deze bacteriën zijn nodig om een infectie te veroorzaken en dat terwijl er bij iemand met acute klachten 100.000 tot 100.000.000 bacteriën in één gram ontlasting zitten. Daarom vormt deze ziekteverwekker een gevaar voor de volksgezondheid; bij niet goed wassen van de handen kunnen personen in de omgeving ernstig ziek worden. De GGD geeft in zulke gevallen adviezen om thuis verdere verspreiding te voorkomen; hoe en wanneer handen wassen en hoe en wanneer schoonmaken. Daarnaast voert de GGD rondom de vrouw een contactonderzoek uit. Tijdens zo’n onderzoek wordt gekeken of er mensen in de omgeving zijn die een groter risico lopen om ernstig ziek te worden of personen die makkelijker andere mensen kunnen infecteren met deze bacterie.

Dit kunnen bijvoorbeeld kinderen zijn of zorgwerkers. De laatsten kunnen in contact komen met personen die ernstig ziek kunnen worden van de bacterie. Ook mensen die werken in de voedselbereiding kunnen via die route anderen infecteren.

De dochter van de reizende mevrouw blijkt als verpleegkundige te werken in een ziekenhuis. Via haar werk zou de dochter dus kwetsbare mensen kunnen infecteren. Daarom adviseert de GGD de dochter haar ontlasting te laten onderzoeken en tot die tijd extra goed op handhygiëne te letten. Zij blijkt gelukkig niet geïnfecteerd te zijn.

Daarnaast gaf mevrouw aan dat meerdere reisgenoten bijna tegelijkertijd ziek waren geworden met dezelfde klachten. De GGD nam daarop contact op met de reisorganisatie en informeerde alle reisgenoten dat bij één van de deelnemers deze infectie was vastgesteld. Andere reisgenoten met klachten konden dan contact opnemen met de GGD voor behandeling en advies.

Ongeveer 10 tot 40 procent van de Nederlanders die naar een land reist met minder hygiënische omstandigheden, loopt reizigersdiarree op. Reizigers naar het Midden-Oosten, Zuid- en Zuidoost-Azië, Afrika en Centraal- en Zuid-Amerika lopen de grootste kans. Consumptie van verontreinigd water en voedsel is de belangrijkste oorzaak van reizigersdiarree. Veelal gaan deze klachten vanzelf over al zijn ze wel vervelend. Daarom is het belangrijk om infecties te voorkomen door goed handen te wassen, enkel water te drinken uit ongeopende flessen of gekookt water, geen ijsklontjes te gebruiken, enkel voorverpakt ijs te nuttigen, geen rauwkost, salades of ongeschild fruit te eten en uitsluitend vers en goed verhit vlees of vis te eten.

Artsen en zorgverleners over hun werk. Vandaag P. A. Verspui-van der Eijk, arts infectieziektenbestrijding