Allergisch voor rood vlees na tekenbeet

3

Galbulten na het eten van een biefstukje of een shock na een schnitzel: een op het oog onschuldige tekenbeet kan het alfagalsyndroom veroorzaken – een onbekende allergie met soms ernstige gevolgen.

Het eten van een onschuldig stukje vlees leidt bij sommige mensen tot opgezette slijmvliezen, jeuk over het hele lichaam en soms zelfs een levensbedreigende situatie. Doordat de symptomen pas na een paar uur openbaar komen, leggen consumenten niet direct een verband met het eerder genuttigde vlees. Toch blijkt een minuscule teek een allergie voor rood vlees te kunnen veroorzaken.

Het verband tussen tekenbeten en het ontstaan van een vleesallergie kwam enkele jaren geleden min of meer toevallig aan het licht, vertelt Hanneke Oude Elberink naar aanleiding van de Week van de Teek. De internist-allergoloog van het Universitair Medisch Centrum Groningen publiceerde vorig jaar als eerste in Nederland over het verschijnsel. „Een collega-allergoloog in Amerika werd zelf door teken gestoken en kreeg klachten”, vertelt Oude Elberink over de ontdekking. „Zo kwam hij het verband op het spoor.”

De arts vroeg zich af of de aandoening ook in Nederland voorkwam: „We hebben een poli voor galbulten, een veelvoorkomend probleem dat vaak niet wordt veroorzaakt door een probleem of prikkel van buitenaf. Naar aanleiding van het onderzoek in Amerika hebben we besloten om systematisch te kijken of er sprake was van een verband. Die werkwijze heeft me in het verleden geholpen om oplossingen voor patiënten te vinden en bracht ons nu ook op het spoor van twee of drie patiënten. Zo is het balletje gaan rollen.”

Transport

„De allergische reactie kan optreden als iemand door een teek wordt gebeten”, legt Oude Elberink uit. „Teken hebben bloed nodig om zich voort te planten en bijten daarom mensen en dieren. Het vlees van zoogdieren die ze bijten, bevat het koolhydraat ”alfagal”. Als de teken bloed van zoogdieren opzuigen, komt er alfagal mee. Bijt de teek daarna een mens, dan wordt dit stofje op de mens overgedragen.”

Dat simpele transport blijkt de oorzaak van de vrij onbekende vleesallergie, stelt Oude Elberink. „Het afweersysteem van ons lichaam signaleert een suikerstructuur die niet in ons lichaam thuishoort en die ook nog eens dwars door de huid wordt ingebracht. Daarom gaat ons immuunsysteem er direct op af en produceert het antistoffen om zich tegen het stofje te verdedigen.”

Daarmee wordt de ‘vijand’ onschadelijk gemaakt, maar ontstaat er tegelijk een nieuw probleem: de alfagal waartegen het lichaam antistoffen heeft aangemaakt, komt namelijk ook voor in het vlees van zoogdieren die regelmatig door mensen worden gegeten: runderen, schapen, varkens en herten. Zodra een persoon met antistoffen tegen de suikerstructuur vleesproducten van deze dieren eet, kan het afweersysteem in verzet komen. Dat leidt tot overgevoeligheidsreacties en allergische reacties op ‘gewone’ vleesproducten, soms met ernstige gevolgen.

Verteringsproces

Een belangrijk verschil tussen de allergie voor alfagal en andere allergieën is dat deze reacties niet direct optreden, vertelt Oude Elberink. „Het stofje moet eerst een beetje verteren voordat het wordt herkend. In het darmkanaal bevinden zich mestcellen die zijn geladen met immunoglobuline-E, het antilichaam dat allergenen herkent. Als deze mestcellen de alfagal in het vlees herkennen, proberen ze het te verwijderen.”

Daardoor treedt de typische allergiereactie pas drie tot zes uur nadat het vlees werd gegeten op. De symptomen zijn wel vergelijkbaar met andere allergische reacties: gladde spieren knijpen samen, wat leidt tot overgeven en diarree. Als de gladde spieren in de longen ook samentrekken, ontstaat er benauwdheid. „Het lichaam bedoelt het goed”, vertelt Oude Elberink. „Je huid zet bijvoorbeeld de jeukreceptoren aan, waardoor je de stof je als het ware uit je lichaam wilt krabben. Maar de reactie is soms zo gewelddadig, dat deze niet verenigbaar is met het leven.” In het ergste geval worden de vaten verwijd, waardoor de bloeddruk van de patiënt daalt en er een zogeheten anafylactische shock optreedt – een uiterst gevaarlijke situatie die snelle medische hulp vereist.

Dat bleek in de afgelopen jaren meer dan eens: enkele patiënten van de Groningse internist-allergoloog werden „meerdere keren voor de dood weggehaald” nadat ze een ogenschijnlijk onschuldig stukje vlees hadden gegeten.

De mate van een allergische reactie is van veel factoren afhankelijk, weet Oude Elberink. „Hoe erg je reageert, hangt af van de hoeveelheid vlees én de hoeveelheid antistoffen. En rundvlees bevat meer alfagal dan varkensvlees.” Ook persoonlijke factoren spelen een rol: „Mestcellen kunnen extra kapot gaan door slaapgebrek, emoties en alcoholgebruik, waardoor de reactie op alfagal wordt verergerd.” Het levert verschillende reacties op: de ene persoon met een allergie moet na elk verkeerd stukje vlees met spoed naar het ziekenhuis, terwijl de andere persoon alleen een bult krijgt op de huid waar de tekenbeet plaatsvond.

Onbekend verschijnsel

Hoeveel personen na een tekenbeet het alfagalsyndroom opliepen, is onbekend. Dat komt onder meer doordat de verschijnselen soms vrij algemeen zijn, zoals netelroos, een jeukende huiduitslag, en door hun late reactie niet snel in verband worden gebracht met de maaltijd. „Ik denk dat er de nodige mensen zijn die deze allergie hebben, maar dat niet weten”, vertelt Oude Elberink. „De wachtlijst voor de allergiepoli is lang, dat ontmoedigt mensen om hulp te zoeken.” Sinds het verschijnsel in de openbaarheid kwam, leidde dat wel tot meer verwijzingen: „De meeste mensen die naar aanleiding van een krantenartikel werden verwezen, bleken inderdaad deze allergie te hebben, waardoor we hun goede adviezen hebben kunnen geven om klachten en reacties te voorkomen.”

Geen vlees van zoogdieren meer eten, lijkt voorlopig de enige oplossing. Oude Elberink: „Er zijn geen medicijnen waarmee je de allergie kunt voorkomen. Kalkoen en kippenvlees leveren geen problemen op, maar zoogdierenvlees kun je beter niet nemen. Mijn ervaring leert wel dat de hoeveelheid antistoffen kan dalen, waardoor de gevoeligheid afneemt. Als je niet opnieuw gebeten wordt, kan de allergie uitdoven.”

Katja raakte in shock na een stukje rundvlees

Toen Katja van der Wolde-Buiks (72) uit Groningen een jaar of zes geleden een allergische reactie kreeg, had ze geen idee waardoor deze werd veroorzaakt. Pas na een heftige en bijna dodelijke shock kwam de oorzaak –het alfagalsyndroom– aan het licht.

„Ik had vaak last van allergische verschijnselen, zoals bulten en vlekken”, vertelt Van der Wolde. „De reacties traden altijd pas zo’n drie uur na het eten op, dus ik had geen idee waar ze vandaan kwamen.”

De reacties waren hinderlijk, maar voor het oog onschuldig en dus bleef er voor Van der Wolde weinig over dan gewoon ‘doorleven’. Totdat de verschijnselen de Groningse bijna fataal werden: „Ik raakte in shock en had nog een bloeddruk van 42/17.”

Uitgebreid onderzoek na een spoedopname leerde dat Van der Wolde allergisch reageerde op rundvlees – het gevolg van een tekenbeet. Waarschijnlijk kwam de teek uit de bossen rond Zuidlaren: „Daar hebben we een caravan.”

De tekenbeet noodzaakte Van der Wolde wel om haar menu aan te passen: rundvlees en varkensvlees maakten plaats voor vis en kip. „Ik kan nog best lekker eten”, vertelt Van der Wolde. „Omdat ik niet alleen last kreeg van rundvlees maar ook van varkensvlees, heb ik veel vis en kip gegeten.”

Toch zette varkensvlees in eerste instantie geen afweermechanismen in werking: „Ik was eerst alleen allergisch voor rundvlees, later kwam varkensvlees erbij.” De ene reactie is de andere niet, weet Van der Wolde inmiddels uit ervaring. „Na ongeveer een jaar nam de allergische reactie wat af, maar toen ik weer werd gebeten door een teek keerde de allergie in alle hevigheid terug.” Lachend: „Ik schijn aantrekkelijk te zijn voor die beestjes.”

Momenteel zit de Groningse in een goede periode: „Het gaat eigenlijk heel goed, ik eet weer varkensvlees en een lekker karbonaadje sla ik niet over. Biefstuk is nog steeds uit den boze. Als we uit eten gaan, neem ik wel standaard vis om alle toestanden te voorkomen. Het lijkt erop dat ik minder heftig reageer naarmate ik minder vaak word gebeten.”

Mocht er toch een heftige reactie optreden, dan moet ze direct adrenaline spuiten. „Ik heb altijd een epipen bij mee, maar helaas moet ik dan ook gelijk 1-1-2 bellen.”