Vreugde in Nederland: de bres is geslagen

75 jaar D-day
Verzetskranten bazuinden het blijde nieuws uit. beeld RD
3

De invasie, eindelijk! Openlijk vreugdebetoon kon er in bezet Nederland niet zijn, maar binnenskamers heerste er grote opwinding. Hoelang zou het nog duren voordat de geallieerde troepen de gehate bezetter zouden verdrijven?

Het bericht dat de bevrijders in Normandië waren geland ging als een lopend vuurtje rond. Radio Oranje waarschuwde voor een al te groot optimisme: „Iedere gedachte aan de trompetten van de muren van Jericho moeten we zien kwijt te raken. Wij zullen ons niet overgeven aan voorbarig optimisme.”

Nederland zag reikhalzend uit naar de komst van de bevrijders. In het Friese Jorwerd noteerde de hervormde ds. B. van Gelder: „Als ik hier rode inkt had gehad zou ik dag en datum met vlammende letters hebben neergeschreven. D-day, Decision Day, de Dag van de Beslissing. Over de Engelse zender kwam vanmorgen het bericht, dat vandaag in alle vroegte de zo lang en met groeiend ongeduld verwachte invasie is begonnen. Mijn ontbijt staat klaar, maar er komt voorlopig niets van eten.”

De predikant schreef over „de reusachtige invasievloot.” Nu waren de soldaten aan land gegaan. „We beseffen best dat het daar vreeslijk moet toegaan, dat er vele, vele slachtoffers zullen vallen: Engelsen, Amerikanen, Canadezen, maar ook Duitsers en Franse bewoners van het invasiegebied. En toch zijn we allemaal, wie je ook spreekt, in een hoerastemming.”

Blijde verjaardag

A. G. Pennings (88) uit Aalten herinnert zich die dag nog goed. „Wij hadden geen radio, maar onze Joodse onderduiker had er een in de schoorsteen van onze boerderij verstopt. Daar luisterde hij stiekem naar en hij vertelde ons dat de invasie er was. Er was veel drukte van vliegtuigen in de lucht.”

De bijna 94-jarige A. van der Kooij-van der Sleen uit Amerongen woonde destijds in Hoogeveen. „Op 6 juni 1944 werd ik 19 jaar. En juist op die dag hoorden we over de invasie. We hebben gejuicht. Ik was nog nooit zo blij geweest. We smachtten naar het einde van de oorlog. We dachten dat die wel snel voorbij zou zijn, maar het duurde nog tot het volgende voorjaar voordat de Duitsers weg waren.”

Begin van het einde

Dr. L. de Jong citeerde het dagboek van een verzetsman die op D-day aan de radio gekluisterd zat: „Van zes tot kwart over tien hebben we vrijwel ononderbroken Londen gehoord. Gretig verslinden we de nieuwste berichten. „Lieve Heere, wilt U de Tommies helpen, om Jezus’ wil. Amen!” – kleine Maarten en Johan hebben het bij hun avondgebedje niet vergeten. En met de dichter van de tiende Psalm gaat ons geroep op tot Hem, Die deze aarde heeft tot een voetbank Zijner voeten. „Sta op, Heere God, hef Uwe hand op. Breek de arm des goddelozen en bozen!””

Andere reacties die De Jong optekende: „Je was blij, je was gelukkig, maar je hebt zelf een zoon, en even denk je dan toch aan die jongens die dat zware karwei moeten opknappen.” En: „God zij dank! Eindelijk, dit is het begin van het einde. Maar direct daarachter een schuldgevoel, de gedachte: Als ze daar in Canada en de Verenigde Staten, net als ik, met het gebroken geweertje hadden gelopen, zouden we dan wel bevrijd zijn?”

Verzetsblaadjes

In Delft werd die zesde juni een stencilmachine aangezet om een nieuw nummer van verzetsblad Veritas te vervaardigen. De lezers kregen het illegaal onder ogen: „De lang verwachte, veel besproken en zwaar omstreden invasie is gekomen! De bevrijding van West-Europa heeft een aanvang genomen! Het definitieve antwoord aan de twijfelaars en defaitisten is gegeven. Duizenden soldaten der verenigde volken vechten, ook voor ons, veelal ten koste van hun leven, op het vasteland van Europa.”

Dichtbij, in de regio Vlaardingen/Westland, kwam verzetskrant De Luistervink met een extra editie. Het stond er in hoofdletters: ”DE INVASIE HEDENMORGEN IN FRANKRIJK BEGONNEN.”

„Volgens de berichten van Oorlogscorrespondenten gaat voorlopig alles goed”, meldde de krant na een kort sfeerverslag. Daarna volgde het communiqué van het geallieerde hoofdkwartier: „De geall. marine, gesteund door krachtige formaties vliegtuigen zijn vanmorgen begonnen onder bevel van Gen. Eisenhower geall. troepen aan land te zetten aan de noordkust van Frankrijk. De dagorder van Gen. Eisenhower aan zijn troepen luidt als volgt: „Soldaten, zeelieden en vliegers van de geall. expeditiemacht. Gij staat nu op het punt U in te schepen voor de grote kruistocht, waartoe wij ons allen in deze maanden hebben voorbereid. De blikken der gehele wereld zijn op U gericht. Overal waar gij zult gaan zullen de vurige gebeden van al degenen, die de vrijheid liefhebben, U vergezellen. Samen met onze dappere geallieerden en Uw wapenbroeders aan de andere fronten zult gij de Duitse legers volkomen vernietigen. Gij zult de tyrannie verdrijven, waarmede de Nazi’s de volkeren van Europa hebben verdrukt. Gij zult voor ons de zekerheid gaan winnen te leven in een vrije wereld.

Die taak zal niet gemakkelijk zijn. De vijand is goed geoefend, uitstekend uitgerust en gehard in de strijd. Hij zal met grote verbittering strijden, maar wij leven nu in het jaar 1944. Veel is er gebeurd sedert de Nazi’s in 1940 en 1941 hun triumphen vierden. De verenigde volkeren hebben de Duitsers op het slagveld grote nederlagen toegebracht in gevechten van man tegen man. Door ons luchtoffensief is zijn kracht in de lucht en te velde ernstig aangetast. Door het harde oorlogswerk der vrije geallieerde landen hebben wij een overweldigende meerderheid gekregen aan wapenen en aan munitie en beschikken wij nu over grote reserves aan goed getrainde troepen.

Het tij is gekeerd. De vrije mannen der gehele wereld marcheren thans samen op ter overwinning. Ik heb het volste vertrouwen in Uw moed, Uw toewijding en Uw strijdvaardigheid. Wij zullen met NIETS minder tevreden zijn, dan met de VOLLEDIGE overwinning. EN THANS VOORWAARTS, GOD ZIJ MET U!!”

Bovenstaande order is aan alle leden der expeditietroepen uitgedeeld, nadat zij zich hadden ingescheept en werd door de commandanten voorgelezen aan alle andere troepen van het geall. expeditieleger.”

In het –pas opgerichte– ondergrondse literair tijdschrift Podium dichtte Peter van den Burch (pseudoniem voor Peter Verhoeff): „Wie zal nu nog mijn lied verstaan? Ik hoor het vloeken der kanonnen. Zie! ’t Brandt in Arromanches en Caen! Liefste, nu is het toch begonnen!”

Zenuwen

De door de bezetter gecontroleerde pers kon de invasie niet verzwijgen, maar gaf er wel een eigen draai aan. „In het Duitsche volk is geen spoor van zenuwachtigheid merkbaar”, meldde de correspondent te Berlijn in het Rotterdamsch Nieuwsblad. Alsof hij in korte tijd het hele volk had overzien.

Die sporen van zenuwachtigheid merkten sommige dwangarbeiders in Duitsland wel. „Samen met enkele andere Nederlanders moest ik insignes van hoge Duitsers begraven en exemplaren van Hitlers Mein Kampf verbranden”, zegt ds. J. Mijnders (97). De Barendrechtse emeritus predikant uit de Gereformeerde Gemeenten verbleef destijds in Berlijn. „We begrepen dat er iets aan de hand was en dat het voor de Duitsers niet gunstig was, maar de finesses wisten we niet.”

Ds. J. Mijnders. beeld RD, Henk Visscher

H. M. G. Haverhals uit Kaatsheuvel hoorde de verhalen van zijn vader, die van 1942 tot 1945 in het dorpje Hassloch bij Neustadt an der Weihnstrasse tewerkgesteld was. Samen met een tiental andere jongens uit Kaatsheuvel en Sprang-Capelle moest hij er schoenen maken. Twee keer mochten ze op verlof, maar na D-day was dat voorbij.

Het invasienieuws hoorde Haverhals al snel, want de Duitse radio berichtte erover. Wel behoorlijk gekleurd, maar dat de geallieerden een bruggenhoofd hadden gevormd, werd niet verzwegen. „Dat gaf de Duitsers hoop dat er binnen afzienbare tijd een einde aan de oorlog zou komen. Die mensen zuchtten ook onder de oorlog. Ze behandelden de Nederlandse arbeiders heel goed.”

Bidstond

Ds. J. H. Velema (1917-2007), destijds christelijk gereformeerd predikant in Steenwijk, vertelde dat hij het invasienieuws van zijn doopsgezinde collega vernam: „Jongen, ze zijn geland.” En ze zeiden tegen elkaar: „Dit is het begin van het einde.” Op straat staken mensen voorzichtig hun duim omhoog.

Ds. J. H. Velema. beeld RD, Anton Dommerholt

Tijdens de tweewekelijkse bidstond op 8 juni stak ds. Velema zijn blijdschap niet onder stoelen of banken. Hij bad om verlossing van de vijand, om Gods zegen over de geallieerde operatie. Na afloop zei een van de kerkenraadsleden: „Wees toch niet zo scherp. Dat gaat verkeerd, de Duitsers zijn er nog.”

Een gemeentelid hield op een landkaart de opmars bij en maakte zijn predikant er deelgenoot van.

Bres steeds groter

In de bundel ”Opstand der gezagsgetrouwen” citeert Ben van Kaam het dagboek van een lid van een jongelingsvereniging: „8 juni. Invasie! Voor alle gevangenen en onderduikers moet het wel een feestdag zijn geweest dinsdag. Op de JV hebben we ook gejuicht. Annie stelde mij voor om daar Handelingen 27:44 te lezen”, over Paulus’ schipbreuk. „...En alzo is het geschied, dat zij allen behouden aan het land gekomen zijn.”

„De invasie is begonnen – de vrijheid nadert”, schreef verzetskrant Het Parool. Nee, de vlag kon nog niet uit; „na vier jaren van bijna eindeloze kwelling staat ons een helse finale te wachten.” Maar nu was er „vreugde en ontroering.” „Wij zijn nog niet gered, maar voor het eerst hebben wij weer het licht gezien: de bres is geslagen en zal steeds groter worden.” Al wist niemand dat het nog elf maanden zou duren voordat het laatste deel van de muur viel.