Veluwse kunstenaar Arthur Briët was „een goede man die mooie dingen maakt”

Interieur met wieg.  beeld Noord-Vleuws Museum, Perry van der Ploeg
7

Het Noord-Veluws Museum in Nunspeet heeft Rembrandt in huis. De ”Rembrandt van de Veluwe”, Arthur Briët. ’t Is maar een bijnaam voor deze beroemde plaatsgenoot. Wel een die nieuwsgierig maakt. Een reisje naar Nunspeet was zelden zo de moeite waard.

Pieter Scheen, samensteller van een veelgebruikt schilderslexicon, verzuchtte dat hij bij twee schilders niet neutraal kon blijven. „Indien de jonggestorven schilder Wijnand Nuijen –hij werd slechts 27 jaar– langer had geleefd, zou hij de Rembrandt van de Romantiek zijn geworden.” En de schilder J. H. Weissenbruch werd door Scheen „een van de beste schilders aller tijden” genoemd.

Het is waar, soms is het moeilijk om objectief te blijven; kun je nauwelijks neutraal praten over een schilder. Zo’n kunstenaar is ook Arthur Briët (1867-1939). De bijnaam ”Rembrandt van de Veluwe” doet hem eigenlijk tekort. Briët is gewoon Briët, die moet je nemen zoals hij is, niet afmeten aan andere schilders. Zeker, Briët was een schilder van wat genoemd wordt het tweede garnituur. Maar evenzeer was hij er een die met zijn werk je hart raakt. Zelfs een donkere stal, waarin je de koeien ‘slechts’ op hun achterste kijkt, heeft iets charmants. De kleuren, het licht, de warmte; het is ronduit ontroerend intiem en huiselijk.

De vergelijking met Rembrandt kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Briëts omgaan met licht en schaduw, waarbij hij de ogen van de kijker als het ware meeneemt naar wat belangrijk is en hem tegelijk nieuwsgierig maakt naar wat zich in de schaduw afspeelt; is het niet typisch Rembrandt?

Man van zijn tijd

Maar in stijl en onderwerpkeuze is Briët een man van zijn tijd, alhoewel ook dat ten dele is. Het impressionisme heerst in Nederland. Kunstenaars delen hun visie en stijl in zogenoemde kunstenaarskolonies. In het Gooise Laren bijvoorbeeld, of in kustplaatsen als Katwijk, in het Zuid-Hollandse Rijsoord aan de Waal, in Oosterbeek en –meest bekend– in Scheveningen, waar de schilders van de Haagse School hun inspiratie opdoen. Zij werken hun schilderijen niet gedetailleerd en zo realistisch mogelijk uit, maar vatten hun indruk liever samen in een impressie. De onderwerpen die ze kiezen vinden ze direct naast de deur. Het zijn huiselijke taferelen van moeders in klederdracht, die hun kinderen wiegen of zogen. Het zijn de boerenbedoeninkjes waar armoede en aanvaarding hand in hand gaan. Of taferelen van de visserij of van grazende schaapskuddes. Van stedelijke bouwputten desnoods. Als het maar het authentieke leven van alledag is. Een leven dat langzaam uit de samenleving aan het verdwijnen is.

De gebruikte kleuren zijn vooral groen, grijs en bruin, in alle gedekte schakeringen. De toets van de penselen is breed, op verf wordt niet bezuinigd. De uitvinding van de verftube maakt het de schilders mogelijk om ”en plein air” (in de buitenlucht) te schilderen. Veel kunstenaars laten die kans niet aan zich voorbijgaan. Het past precies in hun visie: je vertrouwt je indrukken in slechts enkele streken aan het doek toe.

Ook in Nunspeet trekt een aantal kunstenaars op elkaar aan. Zij werken vooral op de noordzijde van de Veluwe. Mannen als Jan van Vuuren, Ben Viegers, Jacob Dooijewaard en vooral Arthur Briët zijn er nog steeds klinkende namen. Briët niet het minst omdat hij woonde in villa Berenbosch, later bezit van de Gereformeerde Gemeenten en gebruikt voor de opvang van kinderen die moesten aansterken dan wel tot rust komen.

Eigen weg

Briët voelde zich meest verwant aan de schilders van de Haagse School, maar zou zichzelf nooit dat etiket opplakken. „Ik zoek mijn sympathieën zooveel mogelijk niet te binden aan één richting, [...] en ik hoop dat in een latere levensbeschrijving van mij diezelfde opmerking zal gemaakt worden.” Waarvan akte. Wars van „naäperij” of „gestolen smeerlapperij” zocht hij zijn eigen weg en wisselde gemakkelijk verschillende genres en schildersstijlen af. Maar hij was niet alleen eigenzinnig, maar ook bescheiden als het om eigen kunnen ging. „Al moesten mijne vrouw en kinderen honger lijden, ik gaf mijn laatste tienguldenstuk, als ik één penseelstreek kon maken als Memling.”

De kunstenaar voelde zich gebonden aan zijn Nunspeetse grond, maar dat weerhield hem er niet van om tal van contacten te onderhouden met andere kunstschilders. Hij reisde naar Laren, verbleef geruime tijd in Den Haag en legde weer nieuwe contacten. De graficus Henri Verstijnen schreef aan de etser Philip Zilcken; „De schilder Briët onze buurman komt mij tegenwoordig nog al eens bezoeken. Hij kent U ook goed naar ik hoor. Hij lijkt mij een goede man die mooie dingen maakt.”

Briët was een zorgvuldig werker, nam er de tijd voor, want „haasten doet mij niets meer opschieten.” Hij was niet snel tevreden, vorderde slechts langzaam. Maar er moest brood op de plank komen; zijn vrouw Johanna zat hem achter de vodden als er exposities voor de deur stonden. Nu was het werk van de kunstschilder erg in trek, tot zelfs in Amerika toe. Het gaf hem flinke financiële armslag. Maar vooral ook de gelegenheid tijd te nemen voor zijn werk „...daar ik maandenlang op het zelfde schilderij zit te smeren voor ik aan de opperste laag ga beginnen.”

Levensloop te boek

Het Noord-Veluws Museum in Nunspeet zag kans om uit het brede oeuvre van Arthur Briët –veel interieurs, maar ook landschappen en portretten– een prachtige expositie samen te stellen. Alle aspecten van zijn leven en werk komen aan de orde in een behapbaar bestek. De tentoonstelling is tot en met 29 september te bekijken.

Bij een tentoonstelling hoort een catalogus. Die is samengesteld door Williëtte Wolters-Groeneveld. Zij schreef al eerder biografieën over de Veluwse schilders Jan van Vuuren en Ben Viegers. De levensloop van Briët –die geboren werd op Java, opgroeide in Utrecht, zijn kunstopleiding kreeg in Antwerpen, beurzen ontving voor studie in Parijs, in Italië en België werkte, zich ophield in Amsterdam en Brabant, trouwde in Tilburg, maar ten slotte neerstreek in Nunspeet– leest als een roman. Het was mooi geweest om te vernemen in hoeverre Briët zich thuisvoelde in het orthodox-protestantse Nunspeet. Zelf schreef hij over de „doodsche stilte van het dorp” met „maanbewoners”, met wie hij overigens een prima verstandhouding had.

De aanschaf van dit boek is een uitstekende afsluiting van het reisje naar Nunspeet.

”Arthur Briët. Rembrandt van de Veluwe”, Williëtte Wolters-Groeneveld; uitg. Van Spijk Art Books; 132 blz.; € 29,95.