Spekdikken of snijbonen met nieuwjaar

De traditie om kaarten te sturen met Nieuwjaar kwam overgewaaid uit Groot-Brittannië. beeld ANP, Valerie Kuypers
3

”Uw bezorger wenst u een voorspoedig 2017”. De gelukwens van de krantenjongen is een overblijfsel van een oud gebruik op de eerste dag van het nieuwe jaar. Net als de kerstkaart, het kerstpakket en de nieuwjaarsreceptie.

De 1e januari was vroeger de dag van de nieuwjaarsgift. „Tot rond 1900 was het een ongeschreven wet dat in- en uitwonende knechts en meiden op die dag bij hun baas thuis langs gingen om nieuwjaar te wensen. In ruil daarvoor kregen ze een fooi en een traktatie”, aldus etnologe Eveline Doelman van het Meertens Instituut in Amsterdam.

Die traditionele eindejaarsbeloning van werknemers is steeds meer in de richting van Kerst verschoven, zo beschreef Doelman in het boekje ”Gelukkig Nieuwjaar”. Bij de overgang van 2010 naar 2011 was dat boekje een nieuwjaarsgeschenk van het Meertens Instituut. Werkgevers gingen kerstpakketten verstrekken. Doelman: „Meestal bestond dat pakket uit lekkernijen. Dat werd toen nog gezien als een luxe. Na de Tweede Wereldoorlog kregen de kerstpakketten steeds meer een eigen karakter.”

Met zo’n pakket uit de werkgever nu zijn dank voor een goede samenwerking in het oude jaar en zijn hoop op een voortzetting daarvan in het nieuwe. Een dergelijk doel hebben ook de relatiegeschenken die worden verstuurd: om klanten en relaties aan zich te binden.

Armen en werklozen

Onderzoeker Peter Jan Margry van het Meertens Instituut ziet de nieuwjaarsgift als een mooi historisch voorbeeld van een ‘rite de passage’. „Evenals in een mensenleven is er in de jaarkalender behoefte aan overgangsrituelen, om duidelijk te markeren dat je in een nieuwe fase overgaat, in dit geval een nieuw jaar in. De nieuwjaarsduik in Scheveningen mag dan een oer-Hollandse traditie genoemd worden, die gewoonte is van recente datum. Een halve eeuw terug was pas de eerste duik. Elkaar het beste wensen voor het nieuwe jaar doen we al veel langer.”

Bewakers van orde, netheid en veiligheid, zoals de lantaarnopsteker, de nachtwacht (of klepperman), de torenwachter en de askarman, overhandigden in het verleden op nieuwjaarsdag een nieuwjaarsrijmprent aan de ingezetenen van hun dorp of buurt. In ruil daarvoor verwachtten ze een fooi. Kleine zelfstandigen plaatsten later nieuwjaarsadvertenties in kranten. Tegenwoordig komen alleen krantenbezorgers nog met een kaartje aan de deur.

Ook armen en werklozen boden op de eerste januari huis aan huis gelukwensen aan. Doelman: „Ze kregen daarvoor een lekkernij of een centje. Het was een extraatje om de wintermaanden door te komen, als aanvulling op de armenzorg. Aan de wanorde en dronkenschap die dit meebracht op straat en bij mensen thuis kreeg men steeds meer een hekel, de behoefte aan privacy en huiselijkheid nam toe en onder invloed daarvan verdween dit nieuwjaarslopen.”

Er kwam wel wat voor in de plaats: notabelen en bestuurders gingen nieuwjaarsrecepties organiseren. Niet alleen gemeentebesturen houden nu besloten of openbare bijeenkomsten, ook buurthuizen, voetbalverengingen, kerken en bedrijven hebben hun receptie aan het begin van een nieuw jaar.

Nieuwjaarsslepen

Jongere kinderen deden eveneens een nieuwjaarsronde langs de huizen. Ze kwamen in groepjes en verzamelden snoep, koek, een appel of een cent. Soms zongen ze liedjes of rijmpjes en maakten ze muziek met een rommelpot. Een jeugdherinnering van een oudere inwoonster van Flevoland op de internetsite van het Meertens Instituut: „Met oud en nieuw ging iedereen op de gewone tijd naar bed. Het werd niet echt gevierd. Er waren altijd wel oliebollen. Op Nieuwjaarsdag ging je de hele buurt door, nieuwjaarwensen. Dan kreeg je bij de een ’n paar centen, bij de ander wel eens een dubbeltje.”

Een ander uitvloeisel van het nieuwjaar wensen is de geïllustreerde wenskaart, een uit Engeland afkomstig idee dat met de opkomst van de posterijen in de jaren negentig van de negentiende eeuw ook in Nederland aansloeg. De kerstkaart –”Gezegende kerstdagen en een voorspoeding nieuw jaar”– verving gaandeweg de nieuwjaarskaart. Met de populariteit van de sociale media (Facebook) is het versturen van wenskaarten aan het afnemen.

Er zijn meer nieuwjaarstradities. Margry noemt de nieuwjaarsvuren of kerstboomverbrandingen én het nieuwjaarsslepen. „Vooral op het platteland gebeurde dat laatste. Het komt daar nog wel voor. Jongelui brengen allerlei los op het erf of bij een woning staande objecten naar een verzamelpunt. De eigenaar moet ze daar weer ophalen.”

Ook Ineke Strouken van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland in Culemborg kent dat gebruik. „Het is een soort volksgericht. Wie op een dorp komt wonen en een tuinstel buiten laat staan, moet het zeker ontgelden. De jeugd vindt het bijzonder leuk als ze de burgemeester of de dokter op die manier kunnen verrassen.”

Snijbonen

Regionale verschillen in nieuwjaarsgebruiken zijn er vooral met lekkernijen, zegt Strouken. Er worden met oud en nieuw niet alleen oliebollen en appelflappen verorberd. „In het noorden en oosten van het land worden veel kniepertjes of ijzerkoeken gegeten. Volgens de traditie behoren die zoete, dunne harde wafeltjes in het oude jaar plat gepresenteerd te worden, zoals het oude jaar zich volledig heeft ontvouwen, en vanaf nieuwjaarsdag als rolletje, als symbool voor het nog onbekende nieuwe jaar.”

Uit haar jeugd in Midden-Brabant herinnert Strouken zich de nieuwjaarskoeken. Tilburgse textielfabrikanten en notabelen gaven die in de negentiende eeuw aan hun arbeiders. De koek is een taaitaai-achtige mix van speculaas en peperkoek waarop met eiwitglazuur in fraaie letters Zalig of Gelukkig Nieuwjaar, eventueel met jaartal, werd gespoten.

In Noord-Nederland werden en worden rond nieuwjaar spekdikken gegeten, kleine pannenkoeken die behalve roggemeel, eieren en stroop ook spek en droge worst bevatten. In Groningen is het nog voor menigeen ‘stamppot snieboon’n’ eten op nieuwjaarsdag. Op 1 januari mocht vroeger het vat zoute snijbonen geopend worden.

Toen was het een onderdeel van de jaarlijkse gang van zaken, de diepvriezer was nog niet uitgevonden. Nu is het een nieuwjaarstraditie.