Schatzoeken in scheepswrakken

Wereldwijd liggen naar schatting nog 1 miljoen wrakken op zee- en rivierbodems te wachten op ontdekking. beeld Divers Alert Network
7

Scheepswrakken zijn tijdscapsules waarin vaak waardevolle informatie over iconische periodes in de geschiedenis ligt opgeslagen. Wereldwijd liggen naar schatting nog 1 miljoen wrakken op zee- en rivierbodems te wachten op ontdekking.

Een bergingsbedrijf was in april in de Noordzee op zoek naar zeecontainers die begin dit jaar overboord waren geslagen van de MSC Zoe. Tijdens het ruimen haalde een van de schepen plotseling koperen platen en delen van houten balken naar boven. Die hoorden duidelijk niet bij de containers. Kort daarna werd het scheepswrak gevonden waar de resten bij hoorden.

Na een eerste analyse bleek het een schip uit 1540 te zijn, het oudste ooit in Nederlandse wateren aangetroffen. Het hout van het vaartuig was in 1536 gekapt. Op de koperplaten stond de naam van een familie die indertijd een monopolie had op de koperproductie. Een belangrijke vondst en volgens minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven „een verrijking van het Nederlands erfgoed.” De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemde de vondst van „zeer hoge culturele en archeologische waarde.”

Ook tijdens de zoektocht in de Indische Oceaan naar het sinds maart 2014 vermiste vliegtuig van Malaysia Airlines, vlucht MH370, werd een scheepswrak gevonden. In dit geval ging het om een koopvaardijschip uit de negentiende eeuw met een lading steenkool aan boord, dat op 3900 meter diepte lag. „Een fascinerende vondst”, noemde de Australische leider van de zoekactie het, „maar het is niet waar we op dit moment naar op zoek zijn.”

Bij toeval

Het gebeurt vaak dat scheepswrakken bij toeval worden gevonden, of het nou tijdens baggerwerkzaamheden is of, zoals in het geval van bovenstaande voorbeelden, tijdens opruim- of zoekacties. Er is dan ook nogal wat te vinden op de zee-, oceaan- en rivierbodems. De mens vaart immers al sinds het begin van de wereld en dat liep lang niet altijd goed af.

De kajak, de boomstamkano en de catamaran behoorden duizenden jaren geleden tot de eerste gangbare vaartuigen waarmee de mens zich over het water verplaatste, de wereld ging verkennen en handelswaar vervoerde. Alle beschavingen daarna kwamen met hun eigen, steeds geavanceerdere en grotere schepen. Door noodweer, verraderlijke kusten, oorlog en menselijke fouten vergingen in de loop van de tijd talloze daarvan – meestal met hun lading, bemanning en andere passagiers.

De zeebodems liggen bezaaid met wrakken. Volgens een schatting van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Organisation (NOAA) zijn het er wereldwijd rond een miljoen. Van slechts 160.000 is de precieze locatie bekend. „Alleen al in de Nederlandse wateren, zoals het IJsselmeer, de Waddenzee en de Noordzee, liggen tienduizenden, misschien wel 100.000 objecten op de zeebodem”, zegt Dolf Muller van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. „Van 1500 van deze objecten weten we dat het om scheepswrakken gaat. Waarschijnlijk zijn dat er vele malen meer.”

Sommige wrakken zijn historisch van groot belang, zoals het onlangs in de Noordzee gevonden zestiende-eeuwse schip. Arie Pappot, metaalspecialist van het Rijksmuseum, onderzocht de koperen platen daarvan. „Ik herkende meteen het handelsmerk van de familie Fugger daarin. Deze familie was tot 1543 actief in de handel van koper uit Tsjechië, wat direct tot een datering leidde. Die merktekens werden destijds op het koper aangebracht om verschillende redenen. Een ervan was om de lading te kunnen claimen in geval van een scheepsramp. Het is heel bijzonder dat meer dan 450 jaar later dit systeem nog steeds bleek te werken.”

Of het schip er ooit op komt te staan, is de vraag, maar VN-organisatie Unesco kent een speciale lijst voor cultureel onderwatererfgoed. De lijst telt onder meer de wrakken van de bij Japan gezonken vloot van de dertiende-eeuwse Mongoolse leider en Chinese keizer Koeblai Khan en de schepen waarmee Columbus naar Amerika voer.

Enorme schat

Het spreekt tot de verbeelding als er na een vondst nog een enorme schat aan boord wordt gevonden. Voor de kust van de Amerikaanse staat Maine ligt de Port Nicholson, een Brits fregat dat in 1942 door een Duitse U-boot tot zinken werd gebracht. De vracht bestond naar verluidt uit onder andere uit 71 ton platina, met een huidige handelswaarde van 3 miljard dollar – later werd dit bericht overigens weer ontkracht.

In het Kanaal ligt de HMS Victory, die in 1744 verging met een lading goud die nu 1 miljard dollar waard zou zijn. En in de buurt van Terschelling ging op 9 oktober 1799 het Franse fregat de Lutine ten onder met ook weer een grote lading goud en zilver, waarvan in de loop der jaren slechts een deel werd teruggevonden.

Het is moeilijk te bepalen welke waarde de onderzeese schatten wereldwijd in totaal vertegenwoordigen, maar de Amerikaanse scheepswrakkenjager Sean Fischer is ervan overtuigd dat er zeker nog voor 50 miljard euro aan schatten op de bodems van de wereldzeeën ligt.

Scheepswrakken fascineren Pappot enorm. „Alles wat zich onder water afspeelt, is een soort spiegeling van de bovenzeese wereld”, zegt hij. „Een wrak is daarbinnen eigenlijk het omgekeerde van een aangespoelde walvis: het hoort bij die andere kant van het wateroppervlak. Daarnaast is een scheepswrak een tijdscapsule, waarin een historisch verhaal ligt opgesloten, dat je kunt lezen aan de hand van de bouwstijl, de materialen en de lading.”

In welke historische periode de meeste schepen vergingen, valt moeilijk aan te tonen. Thijs Coenen, maritiem archeoloog bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: „De wrakken die we nu vinden, zijn maar een klein gedeelte van wat ooit gezonken is. Verreweg de meeste wrakken zijn in de loop der eeuwen compleet vergaan. Bovendien zijn heel veel wrakken nog niet geïdentificeerd, we weten dus van veel wrakken niet hoe oud ze zijn. Het is zeer waarschijnlijk dat er in de zeventiende en achttiende eeuw meer schepen zonken dan nu. Tegenwoordig kunnen we immers beter dan toen voorspellen of het gaat stormen, en we kunnen beter navigeren en dus ondieptes vermijden.”

Ook zijn de schepen tegenwoordig veiliger. Desondanks zinken er nog steeds schepen, soms met verrassend veel overeenkomsten met vroeger. Coenen: „De Costa Concordia in 2012 (zie ”Cruiseschepen”) en eind zeventiende eeuw het schip de Walcheren zijn beide gezonken als gevolg van een overmoedige kapitein die te dicht onder de kust voer.”

wrecksite.eu voor de grootste database van scheepswrakken scubatravel.co.uk/topdiveseurope.html voor de beste duikplekken van Europa, waaronder veel scheepswrakken unesco.org/new/en/culture/themes/underwater-cultural-heritage/the-underwater-heritage/wrecks voor Unesco cultureel erfgoed onder water

Beroemde scheepswrakken

Titanic, Atlantische Oceaan. Het was wereldnieuws toen oceanograaf Robert Ballard met een sonarapparaat, na jarenlang zoeken, in 1985 eindelijk het beroemdste scheepswrak ooit op het spoor was. Het indertijd grootste passagiersschip ter wereld verging in april 1912 tijdens de eerste reis van Engeland naar New York met 2200 mensen aan boord.

De Titanic bleek in twee stukken gebroken, 600 kilometer ten zuidoosten van Newfoundland in de Atlantische Oceaan op 3800 meter diepte te liggen; 20 kilometer van de plek waarvandaan het laatste signaal door de kapitein werd afgegeven. Daar ligt het nog steeds, al is veel van de nog aanwezige inventaris uit de oceaan gevist.

Metaal etende bacteriën zullen ervoor zorgen dat van het schip niet veel meer overblijft dan wat hoopjes roest. De ramp, waarbij ruim 1500 mensen omkwamen, was aanleiding tot de Eerste Internationale Conferentie over de Veiligheid van Leven op Zee, een organisatie (Solas) die nog steeds bestaat.

Zenobia, Larnaca (Cyprus). Het zinken van het Zweedse vrachtschip MS Zenobia voor de kust van Cyprus, in juni 1980, duurde dagenlang. Het lag afgemeerd in de haven van Larnaca toen het door een softwarefout in het computergestuurde pompsysteem te veel water in de ballasttanks aan bakboord pompte. De op zijn zij liggende Zenobia werd onmiddellijk uit de haven gesleept en ging 2 kilometer op open zee voor anker. Drie dagen later zonk het. Met het schip verdween ook de lading, bestaande uit ruim honderd vrachtwagencombinaties, naar een diepte van 42 meter.

Tegenwoordig is het wrak een van de populairste duikersspots in Europa. Op het dek liggen de overblijfselen van een vracht ingevroren dieren en op de zeebodem zijn nog steeds de tienduizenden eieren te zien die met de Zenobia ten onder gingen.

Arizona, Hawaï (VS). Een stille getuige van de Japanse aanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor ligt nog exact op de plek waar het op 7 december 1941 zonk. Het oorlogsschip USS Arizona sleurde ruim 1100 opvarenden mee de dood in en is een belangrijke nationaal-historische locatie. Het herinneringscentrum is boven op het wrak gebouwd.

Nederlandse wrakken

Boomstamboot, Pesse (Drenthe). De in 1955 in het veen bij het Drentse dorpje Pesse gevonden boomkano wordt nog altijd beschouwd als oudste vaartuig ter wereld. Volgens een C14-datering zou de kano uit ongeveer 8000 voor Christus stammen. De kano is te zien in het Drents Museum in Assen.

De schepen van De Meern, De Meern (Utrecht). Vanaf 1997 werden in het Utrechtse De Meern resten gevonden van meerdere houten vaartuigen uit de Romeinse tijd. De schepen liggen daar omdat de Rijn daar toen stroomde. Het drasland zorgde ervoor dat het hout van de boten uit de tweede eeuw niet volledig verging.

In het als eerste aangetroffen vaartuig, dat De Meern 1 werd genoemd (alle schepen werden simpelweg genummerd), waren het bed van de schipper, een kast, gereedschappen zoals een blokschaaf, persoonlijke eigendommen, kookgerei, schoenen en enkele dakpannen bewaard gebleven.

In 2003 werd de De Meern 4 ontdekt, een 35 meter lange, eikenhouten rivierpraam uit ongeveer 85 na Christus. Daarmee is het het oudste teruggevonden Romeinse vrachtschip van Noordwest-Europa. In Madurodam is een miniatuurversie van het schip te vinden.

De Witte Leeuw, Sint-Helena (Atlantische Oceaan). De Witte Leeuw is een van de oudste wrakken van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Gebouwd in 1601, verging het in 1613 toen het op de terugweg naar Nederland in gevecht met een Portugees schip in brand vloog en zonk. Het werd in 1976 teruggevonden. Pappot (Rijksmuseum): „De lading is zeer divers maar geeft al wel een heel goed beeld van de weelde die Nederland ineens overspoelde toen de weg naar de Oost was gevonden: Chinees porselein, allerlei exotische schelpen, specerijen en edelstenen.”

Hollandia, Scilly-eilanden (Zuidwest-Engeland) Dit zogenaamde spiegelretourschip vervoerde vracht en personen van en naar Batavia. Al tijdens de eerste reis, die in 1743 op Texel was begonnen, dreef de Hollandia weg van de andere schepen, waarna het door golfslag op de rotsen liep. 276 mensen kwamen daarbij om. Volgens Pappot is de vondst van dit wrak, in 1971, belangrijk omdat het tjokvol zat met zilver, gereedschappen en andere voorraad voor gebruik in de Oost. Arie Pappot van het Rijksmuseum: „Ook het Vliegend Hert is daarvan een mooi voorbeeld. Dit schip was in februari 1735 nog maar net vertrokken uit Vlissingen toen het, 18 kilometer uit de kust, op een zandbank liep en lek sloeg. In 1981 werd het teruggevonden. De lading bestond onder meer uit 2000 gouden dukaten, 5000 zilveren realen, ingeblikte tabak en ansjovis, kaas en flessen wijn.”

Cruiseschepen

De afgelopen twintig jaar zijn cruises bijzonder populair geworden en daarmee is ook de kans op een scheepsramp met veel slachtoffers vergroot. In 2013 boekten meer dan 20 miljoen mensen een cruise (in 1999 waren dat er nog 6 miljoen). Hoe catastrofaal een ongeluk met een volgepakt schip kan uitpakken, lieten in de afgelopen decennia deze ongelukken zien. Beide schepen werden overigens geborgen.

Herald of Free Enterprise, 6 maart 1987. Vlak na vertrek naar Dover vanuit de haven van Zeebrugge kapseisde de veerboot. Daarbij kwamen 193 mensen om het leven. Na onderzoek bleek dat de boegdeur nog openstond en de ballasttanks niet leeg waren. Bovendien ontbrak een adequaat waarschuwingssysteem en communiceerde de bemanning onvoldoende met elkaar.

Costa Concordia, 13 januari 2012. Met meer dan 4000 mensen aan boord voer dit cruiseschip bij het Italiaanse eilandje Isola del Giglio tegen een rots, waardoor een scheur van tientallen meters in de romp ontstond en het schip slagzij maakte; 32 mensen overleefden het ongeluk niet. De kapitein, Francesco Schettino, werd opgepakt en tot zestien jaar cel veroordeeld voor dood door schuld, omdat hij had moeten weten dat zich op die plek rotsen bevonden. Daarbij kwam dat hij het schip had verlaten, uren voordat de laatste passagiers van boord waren gehaald.