Schatrijke Britse weldoener Moses Montefiore is medegrondlegger van staat Israël

Interieur van de Londense synagoge waar Montefiore lid van was. beeld Marius Bremmer
10

Met zijn 2 meter lengte maakte hij indruk. Maar ook met zijn fortuin: al op zijn veertigste was hij binnen. Daarna besteedde hij nog zestig jaar aan liefdadigheid. Moses Haim Montefiore was strijder voor de Joodse zaak. Zijn honderdste verjaardag werd door Joden wereldwijd gevierd.

Montefiore wordt in 1784 geboren in de Italiaanse havenstad Livorno, waar zijn Britse ouders dan net op zakenreis zijn. Moses is de eerste van tien kinderen van het echtpaar Joseph Elias en Rachel Montefiore. Beiden stammen af van Italiaanse immigranten van Sefardisch-Joodse (Spaans-Portugese) afkomst. Moeder Rachel Mocatta is de dochter van een schatrijke Londense belegger.

Moses groeit op in Londen en leert er Hebreeuws van een oom. De hele familie is lid van de fraaie Bevis Marks-synagoge. Dit bedehuis voor Sefardische Joden, tot op de huidige dag in gebruik, is gebouwd in 1699 in hartje Londen en lijkt vanbinnen sterk op de iets oudere Portugees-Israëlitische synagoge van Amsterdam en op die van Willemstad te Curaçao. Familienamen die in deze Londense synagoge voorkomen zijn De Leon, Nunes Vaz, Mendes, Da Costa en Valencia: dezelfde namen die je ook ziet in de Sefardische gemeenschappen van Amsterdam, Curaçao en Paramaribo. Uiteraard zijn er levendige handelsbetrekkingen tussen die Joodse werelden in en buiten Europa.

In 1812 trouwt de Sefardische Moses Montefiore met de Asjkenazische (Duits-Europese) Judith Cohen. Een buitengewoon aantrekkelijke partij, want zij is de dochter van het in Amsterdam geboren en in Londen gefortuneerd geraakte echtpaar Levi Barent Cohen en Lydia Diamantschleifer. Dit ‘gemengde’ huwelijk was baanbrekend voor de toenadering tussen de Sefardische en de Asjkenazische Joden in Londen. De zus van echtgenote Judith trouwt later met de schatrijke Britse bankier Nathan Mayer Rothschild.

De laatste restauratie van de molen werd betaald door de Nederlandse stichting Christenen voor Israël. beeld Marius Bremmer

Financiële sector

Moses begint zijn carrière als stagiair bij een bedrijf dat handelt in thee en andere kruidenierswaren. Hij stapt daarna over naar een accountantskantoor in het financiële district van Londen, vervolgens wordt hij effectenmakelaar. De Engelse overheid is karig met het geven van vergunningen aan Joden in de financiële sector, maar Moses krijgt er wel een. Samen met zijn broer Abraham start hij later Montefiore Brothers, een onderneming die hoog staat aangeschreven en buitengewoon succesvol is.

De broers worden schatrijk met investeringen in de meest uiteenlopende sectoren, zoals straatverlichting in grote Europese steden, spoorwegen, banken en verzekeringsmaatschappijen en allerhande fabrieken. Ze openen zelfs mijnbouwbedrijven in Brazilië, Chili en Peru, waar Moses dan ook heen reist. Ook handelen de broers in zijde uit China. Samen met de Rothschild-bankiers verstrekken de gebroeders Montefiore miljoenenleningen aan de regering in Londen om plantage-eigenaren in de koloniën schadeloos te stellen bij de afschaffing van de slavernij in 1833.

De molen van Montefiore werd in 1948 opgeblazen door de Britten maar later gerestaureerd. beeld Marius Bremmer

Montefiore reist in zijn leven maar liefst zeven keer naar Palestina. Na zijn eerste bezoek aan het Heilige Land in 1827 wordt hij zich steeds meer bewust van zijn Joodse afkomst. Hij gaat zelfs strikt volgens Joodse reinheidswetten leven en daarna neemt hij op zijn vele reizen altijd een Joodse rituele slager mee om zeker te zijn van strikt koosjer vlees.

Met een deel van zijn vermogen start hij steunprogramma’s voor arme Joden in het toenmalige Palestina. Zo financiert hij de aanleg van de eerste woonwijk van Jeruzalem buiten de stadsmuren van de Oude Stad. Hij laat er een molen bouwen om goedkoop meel te malen en ook financiert hij er een drukkerij, een textielfabriek en landbouwbedrijven. Zijn zionistische doel is om steeds meer land van lokale moslims in Joodse handen te krijgen. Hij organiseert regelmatig volkstellingen om te zien hoeveel Joodse inwoners Palestina telt. Zo is hij de eerste grondlegger van de staat Israël.

Montefiore (met molen) prijkt op Israëlische bankbiljetten. beeld Marius Bremmer

Reizen

In 1840 bezoekt de rijke Brit de sultan van het Ottomaanse Rijk om tien in Damascus gevangenzittende Joden vrij te pleiten: zij zouden bloed van christenen hebben gebruikt bij religieuze rituelen. Ook reist hij later naar Rome om bij de paus –tevergeefs– te pleiten voor het Joodse jongetje Edgardo Mortara, die inzet was geworden van een internationale politieke rel. De jongen was als baby door de huishoudster in het geheim gedoopt, gold daarna voor de kerk als rooms-katholiek en werd daarom voorgoed bij zijn Joodse ouders weggehaald.

Montefiore reist op uitnodiging van tsaar Nicolaas I naar Rusland om er de moeilijke situatie van de Joden in diens land te bespreken. Verder trekt hij naar Marokko en Roemenië om er de Joodse belangen te bepleiten. Zijn vele reizen maken hem een legendarische held in de ogen van wereldwijd onderdrukte Joden.

Ook in eigen land is Montefiore uitermate geliefd, bij zowel progressieven als conservatieven, vanwege zijn sociale programma’s. In 1837 kiezen zijn stadsgenoten hem tot sheriff van Londen en in 1838 wordt hij zelfs geridderd door koningin Victoria. Zijn levensmotto is ”think en thank” – wees bedachtzaam en dankbaar. Ook echtgenote Judith is populair. Ze is taalkundige, musica en schrijfster van reisverhalen. Ook is zij de auteur van het eerste Joodse kookboek.

Judith Montefiore schreef het eerste Joodse kookboek. beeld Marius Bremmer

Honderd jaar

Moses Montefiore was met zijn in die dagen ongebruikelijk lange figuur van bijna 2 meter een uiterst imposante verschijning. Over hem zijn vele anekdotes bekend. Zo zat hij eens aan een diner naast een vooraanstaand edelman die antisemiet was. De edelman vertelde over een recente reis naar Japan, een land waar „noch varkens, noch Joden” waren. Montefiore antwoordde direct door te zeggen: „Dan moeten we daar snel samen heen gaan, want dan heb je er toch van beide soorten één!”

Portret van Moses Montefiore (1784-1885). beeld Marius Bremmer

Met al zijn gereis, in een tijd van primitieve transportmiddelen, wijdverbreide ziekten en andere gevaren, is hij beslist oud geworden. Zijn honderdste verjaardag in 1884 wordt in het Verenigd Koninkrijk en door Joden over de hele wereld groots gevierd. Negen maanden later overlijdt hij. Het intieme en gelukkige huwelijk met Judith Cohen bleef kinderloos. Een zoon van zijn zuster Sarah krijgt de erfenis: omgerekend naar de koersen van nu ongeveer 50 miljoen euro.

Portret van Moses Montefiore. beeld Marius Bremmer

Molen

Wie vandaag de dag langs de westelijke kant van de Oude Stad van Jeruzalem loopt, ziet het wonderlijke silhouet van de molen van Moses Montefiore. Het monument stamt uit 1857 en werd gemaakt door molenbouwers uit de Engelse stad Canterbury. Bij gebrek aan wind is het ding geen succes. Uiteindelijk nemen stoommachines het werk van de molen over, die daarna in verval raakt.

In 1948 blazen de Britten de molen op tijdens de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog. Na de hereniging van Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967 knapt Israël de molen weer op. In 2012 wordt de windmolen nogmaals gerestaureerd. De molen maalt weer, is als museum toegankelijk en heeft ook een wijnwinkel. Sponsor van deze laatste restauratie is de stichting Christenen voor Israël in Nijkerk. Ook de Jerusalem Foundation, de Israëlische regering en de gemeente Jeruzalem dragen bij in de kosten.

Op Curaçao werd een speciaal boekje uitgegeven toen Montefiore 100 jaar werd. beeld Marius Bremmer

Curaçaose Joden

Ook de Joden van Curaçao waren nauw betrokken op het werk van Montefiore. In 1841 werd in de diensten uitgebreid gedankt voor het vrij krijgen van de gevangen Joden in Damascus. In 1854 maakten de gefortuneerde Joden van het Caraïbische eiland een bedrag van omgerekend miljoenen euro’s over aan Montefiore voor de uitbreiding van Jeruzalem. Voor de wereldwijde viering van de honderdste verjaardag van Montefiore richtte de Sefardische gemeente van Willemstad een comité op van achttien personen om dit groots te vieren. In de beide grote synagogen van Willemstad werden speciale diensten gehouden. Op alle mogelijke manieren werd geld geworven voor de armen van Curaçao zelf, dat in oecumenisch overleg met de rooms-katholieke kerk en de protestantse gemeente werd uitgedeeld. Er werden veilingen georganiseerd van kunstwerken, waarbij de opbrengst bestemd was voor de arme Joden in het toenmalige Palestina.

Montefiore bezoekt een weeshuis. beeld Marius Bremmer