Quiz: Wat weet u van taal?

Taal
beeld Jos Ansink
7

Misschien bent u goed in spelling, grammatica, woordbetekenis en alles wat er verder bij taalgebruik komt kijken. Maar niemand weet alles. Onderstaande vragen zijn speciaal ontwikkeld om ook echte taalexperts nederig te houden – de antwoorden staan in deze digitale versie onderaan het stuk.

1. Arachnofobie heb je als je panisch voor spinnen bent. Maar waar is iemand met hippopotomonstrosesquipedaliofobie bang voor?

a. Voor lange woorden.

b. Voor grote paarden.

c. Voor monsters onder het bed.

d. Voor fietsen zonder trappers.

2. In een van onderstaande zinnen staat een fout. Welke?

a. Vanavond eten we quiche met Parmezaanse kaas, verrukkelijk. Veel lekkerder dan ratatouille.

b. Ik besef me ineens dat ik niet heb gecheckt of ik nog ten minste een lente-ui in huis heb.

c. Ik weet dat ik altijd op mijn qui-vive moet zijn, maar doordat mijn zoontje zeurde of hij mocht ipadden was ik het vergeten.

d. Ten slotte de les: koken is een peulenschil als je je goed voorbereidt. Doe je dat niet, dan eindig je gedesillusioneerd.

3. Waar komt de uitdrukking ”van zessen klaar zijn” vandaan?

a. Van mensen die achter elkaar zessen gooien met een dobbelsteen en daardoor elk spelletje winnen.

b. Van schoolrapporten die tot problemen leiden als ze geen zessen of hogere cijfers laten zien.

c. Van paarden die, willen ze normaal functioneren, vier benen en twee ogen moeten hebben.

d. Van het idee dat we allemaal maar een zesje zijn, maar eigenlijk de volmaakte zeven moeten zien te bereiken.

4. Welke zin bevat geen pleonasme?

a. ”Papadag” is een raar woord. Je bent ook papa als je geen vrije snipperdag hebt.

b. Er is een speciale term voor oppasvader: lattepapa. Hij heeft immers alle tijd om in hippe koffietentjes café latte te drinken met lotgenoten.

c. Als zijn kleintje huilt, stopt zo’n vader met één armbeweging een speentje in de mond van het kind. Het is een automatische reflex geworden.

d. Maar is hij zijn gesprekspartner zat, dan gaat hij onder het valse voorwendsel van een oververmoeid kind huiswaarts.

5. Scrummen is

a. een spelvariant op Scrabble en Rummikub.

b. nauw samenwerken om een gezamenlijk doel te bereiken.

c. drummen met vrienden.

d. schoonmaken met een schrobber.

7. Hippe uitdrukkingen verouderen snel. Welke is het oubolligst?

a. Kijk die enige hoedjes eens shinen in de etalage!

b. Wat een cool idee is dat! Vet gaaf!

c. Nou, de mazzel he! Toedeloe!

d. Nee, dat doe ik niet, dat voelt ontzettend awkward!

6. We gaan graag „ff chillen.” Waar komt het woord ”chillen” vandaan?

a. Omdat het woord “relaxen” jongeren deed denken aan wollen dekens en warme melk, introduceerden ze het eigentijdse “chillen”.

b. Om tegenwicht te bieden aan de kilheid om hem heen, bedacht een Amerikaanse tiener het chillen: ontspannen samenzijn met mensen die je lief zijn.

c. Chillen deed je ooit alleen in een chill-outroom, een relaxplekje op muziekfestivals (letterlijk: afkoelkamer).

d. Chillen (van ”chill”: koud) doe je oorspronkelijk onder het genot van een ijskoude cocktail.

8. Welke zin is niet geschreven in de taal en spelling van de zeventiende eeuw?

a. Al draeght den aep een gouden ringh, soo is het doch een leelick dingh.

b. De doot die spaert noch zoete jeught, noch gemelijcken ouderdom.

c. Geduld is zulk een schoone zaak, om in een moeielijke taak zyn oogwit uit te voeren.

d. Geen onbeschaemder dier dan een ondanckbaer mensch.

9. Barbertje is een lieftallige dame uit Multatuli’s ”Max Havelaar”. Volgens het gezegde moet ze hangen. Waarom eigenlijk?

a. Het is droog weer en de waslijn is leeg.

b. De telefoonrekening wordt anders onbetaalbaar.

c. Ze heeft haar echtgenoot vermoord.

d. Ze wordt met haar echtgenoot verward.

10. Werkwoordvervoegingen kunnen voor hoofdbrekens zorgen. Welke zin is niet correct?

a. Soms hoor je een ”d” te schrijven, soms een ”t” en soms ”dt”. Wie een beetje ontwikkeld is, moet dat weten, vind je niet?

b. Door tijdsdruk en overbelaste hersenen gebeurt het zomaar dat er onbedoeld een fout in een zin belandt.

c. Zo’n vergissing wordt je in het dagelijks leven streng aangerekend.

d. Als taalliefhebber wordt je daar heel verdrietig van.

11. Wat is er mis met een schuinsmarcheerder?

a. Hij weigert zich aan de regels te houden, de tussen-s had sinds de spellinghervorming (of spellingshervorming) van 1995 uit het woord verdwenen moeten zijn.

b. Het lukt hem niet om de ene voet recht voor de andere te zetten, daardoor komt hij voortdurend in de berm terecht.

c. Zodra hij het gevoel heeft dat er niemand kijkt, legt hij het aan met andere vrouwen.

d. Hij kijkt met scheve ogen naar iedereen die een mooiere auto, een groter huis of een duurdere telefoon heeft dan hij.

12. Welke zin is correct?

a. Het Nederlandse bedrijf Hodij Coatings maakt onderdeel uit van een wereldwijd concern.

b. Onze hond Bobbie was gisteren jarig. Ik heb hem eerst getrakteerd op een bot en daarna een speeltje cadeau gedaan.

c. Dankzij mond-op-mondreclame kreeg het jongerenkoor toch nog een redelijke zaal vol publiek.

d. Onbevangen stond de 6-jarige Noa op het podium: ze was niet het minst verlegen toen ze voor een groot publiek mocht zingen.

13. Een pekelveld is

a. een akker die onbruikbaar is na overstroming door zeewater.

b. een opslagplek voor strooizout.

c. een dichterlijke benaming voor de zee.

d. een zoutvlakte in Amerika.

14. Dat is niet mijn pakkie-an, zeggen we als we ons ergens niet verantwoordelijk voor voelen. Maar waarom?

a. ”Pakkie-an” is een Maleisisch leenwoord. Het is een verbastering van ”bagian” (afdeling).

b. De uitdrukking stamt uit de tijd dat kleding delen heel gewoon was. „Mag ik jouw pakkie-aan” was een gangbare vraag. Er zijn nu nog kledingverhuurbedrijven die Pakkie-an heten.

c. Het is de platte vorm van „niet mijn pakje-an”: ooit een gebruikelijke manier om duidelijk te maken dat iemand je de verkeerde koffer aanreikte.

d. ”Pakkie-an” komt van het woord ”pakaian” (kleding), dat gebruikt werd in Batavia.

15. Welke zin bevat een contaminatie?

a. Eerst wilde ze alleen bananen, maar nu lust ze ook spinaziesmoothies, dat is toch een grote verbetering ten goede.

b. Hij gaf haar een prachtig veldboeket en meteen de bons.

c. Ze had ontzettend haar best gedaan, maar de eerste prijs ging aan haar neus voorbij. Niettemin was ze toch tevreden.

d. Ik irriteer me verschrikkelijk als ik woorden zie die ik niet meteen begrijp.

16. Wat is het meest gesproken woord in het Nederlands?

a. Ik

b. De

c. Een

d. Eh

Antwoorden

1. a.

2. b.

3. c.

4. b.

5. b.

6. c.

7. c.

8. c.

9. d.

10. d.

11. c.

12. a.

13. c.

14. a.

15. d.

16. d.

0-5 antwoorden goed: Maakt u zich geen zorgen, wij hebben veel antwoorden zelf ook moeten opzoeken.

5-10 antwoorden goed: Hou vol, u bent op de goede weg, al kunt u nog niet meteen meedoen aan het Groot Dictee.

11-16 antwoorden goed: U heeft waarschijnlijk driftig gebruikgemaakt van Google. Zouden wij ook doen.