Op zoek naar de echte Johan Maurits

In de expositie ”Bewogen beeld” geven ruim veertig deskundigen uit binnen- en buitenland hun visie op een kunstwerk. De veelbesproken buste –„polyresin met marmergruis, 1986”– die in 2017 van foyer naar depot werd verplaatst, is er weer even te zien. beeld Mauritshuis
14

Verplaats een beeld en Nederland staat op stelten. Politici, tot premier Rutte toe, gaven hun mening ten beste toen het Mauritshuis in 2017 een buste van zijn stichter weghaalde. Welk aandeel had Johan Maurits in de slavenhandel? Historici wijzen erop dat hij ten onrechte de zwarte piet krijgt toegespeeld.

Het Mauritshuis gaat de discussie niet uit de weg. Het is „een inventariserend onderzoek” begonnen, start volgend jaar „een meerjarig onderzoeksproject dat moet resulteren in verschillende publicaties” en komt nu alvast maar met „een tentoonstelling over beeldvorming rondom de naamgever van het museum.”

Die naamgever, dat is Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679). Bij binnenkomst in de expositiezaal zie je daar direct al het bewuste borstbeeld, dat uit de foyer werd weggehaald omdat het daar niet „in de juiste context” kon worden geplaatst en van mindere kwaliteit zou zijn. De kwestie zorgde voor veel ophef. CDA-leider Buma sprak van het wegmoffelen van ooit grote maar nu beladen namen uit de geschiedenis. De PVV hekelde de „politiek correcte beeldenstorm.” Premier Rutte vroeg zich af of het Mauritshuis ook maar niet beter de naam van het gebouw kon veranderen.

Dat waren volgens het museum geen opmerkingen die van feitenkennis getuigden: Johan Maurits was niet weggehaald; zijn portret hangt nog steeds prominent in het trappenhuis. De buste was wel weg; er was nu een aparte ruimte ingericht „om het verhaal over de naamgever te vertellen.”

Maar welk verhaal, daarover verschillen de meningen, en het Koninklijk Kabinet van Schilderijen, dat hier al sinds 1822 is gevestigd, brengt dat nu ironisch in beeld met verlichte zinnetjes die over de buste glijden: „Will the history books also be targeted?” (Worden de geschiedenisboeken ook doelwit van kritiek?), „één voordeel: iedereen weet nu wie Johan Maurits is” en: „er mag niets meer zijn dat aan het slavernijverleden herinnert, dus laten we zwijgen.”

Suikerpaleis

Zwijgen helpt een land niet met zijn verleden in het reine te komen, dus dat gebeurt in de tentoonstelling nu juist niet. Groot en wit brengt het Mauritshuis zichzelf in beeld als suikerpaleis. Die bijnaam was onder meer een verwijzing naar de herkomst van Johan Maurits’ inkomsten. Zoals het Mauritshuis het op zijn website evenwichtig probeert te zeggen: „In Brazilië verdiende hij veel geld voor de West-Indische Compagnie, en voor zichzelf, met de handel in rietsuiker. De productie daarvan was mogelijk door de inzet van slaafgemaakte mannen en vrouwen uit Afrika. Johan Maurits kon zijn woonhuis in Den Haag dus niet alleen dankzij rietsuiker laten bouwen, maar ook dankzij slavernij.”

Die beide kanten worden ook op het bordje bij het paleis van suikerkorrels belicht: een „mooi gebouw”, een „bitter slavernijverleden.”

De discussie werd na de heropening van het ondergronds uitgebreide Mauritshuis in 2014 aangezwengeld door de Rotterdamse docent Özdil, die overigens in 2017 Tweede Kamerlid voor GroenLinks zou worden. Hij betichtte het kunstmuseum aan de rand van het Binnenhof ervan de slavernijachtergrond van het gebouw „zorgvuldig te hebben gewist.” Het was volgens hem nergens te vinden op de website en in het educatief materiaal van het Mauritshuis.

Dat trok het museum zich aan: de website, de multimediatour, rondleidingen en publicaties werden aangepast en er ontstonden plannen voor nader onderzoek. In 2017 werd zaal 13 van het Mauritshuis ervoor ingericht om „op genuanceerde wijze het historische verhaal bij Johan Maurits, de Hollandse kolonie in Brazilië (waaronder het slavernijverleden) en de samenhang met het Mauritshuis” met het publiek te delen.

Özdil wierp een heel ahistorisch en onjuist beeld van Johan Maurits op, stelde de Leidse historicus prof. dr. P. C. Emmer echter. Volgens de specialist op het gebied van slavernij en immigratie was Johan Maurits als gouverneur van Nederlands-Brazilië inderdaad betrokken bij de slavernij, maar dat was iedereen die in die periode een dergelijke functie had. Hij was echter zelf geen slavenhouder. De maatstaf van het heden moet niet naast het verleden worden gelegd, stelde Emmer in zijn boek ”Het zwart-witdenken voorbij”.

Dat laatste was ook de insteek van de vragen die VVD-Kamerlid Laan-Geselschap stelde: „Wat vindt u van het feit dat steeds meer musea en gemeenten overwegen om beelden en namen van onder andere zeehelden te verwijderen of te wijzigen? Deelt u de mening dat de geschiedenis niet uitgewist dient te worden en we moeten stoppen om het verleden naast de huidige maatschappelijke meetlat te leggen?”

Minister Van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ging daar niet in mee: „De discussie over de betekenis van figuren en gebeurtenissen uit onze vaderlandse geschiedenis wordt voortdurend gevoed door nieuwe inzichten. Dat gemeenten en publieke culturele organisaties zoals musea reageren op deze maatschappelijke discussie vind ik wenselijk.”

Eenzijdig

Ook het Mauritshuis wil niet voorbijgaan aan de vraag om meer informatie over zijn stichter. Overeind blijft staan dat Johan Maurits in Brazilië als een held wordt vereerd voor wat hij tot stand bracht tijdens de acht jaar dat hij de plantagekolonie bestuurde. Hij zorgde voor goed onderwijs, had betekenis voor kunst, architectuur en wetenschap en gaf roomsen en joden de ruimte hun godsdienst te belijden. Die kant van de gouverneur kreeg de achterliggende decennia aandacht.

Maar, stelt het museum nu, „deze visie op Johan Maurits kan als eenzijdig worden beoordeeld: zijn rol in en bijdrage aan de trans-Atlantische slavenhandel van de West-Indische Compagnie bleven bijvoorbeeld tot nu toe onderbelicht.” Hij was verzamelaar –van kunst– én veroveraar, die het WIC-gebied drastisch uitbreidde.

Goede naam

Johan Maurits zal vast geweten hebben dat een goede naam beter is dan olie, of, zo u wilt, suiker. De materiële welvaart was van belang, en zorgde er onder meer voor dat we nu nog min of meer onbekommerd van een prachtig Mauritshuis kunnen genieten. Maar aan de goede naam besteedde de gouverneur ook veel aandacht. Hij vond de vooraanstaande Nederlandse humanist Caspar Barlaeus bereid een omvangrijk geschiedwerk in het Latijn te schrijven over zijn bewind in Brazilië. Het vestigde Johan Maurits’ reputatie als een bekwaam veldheer en bestuurder. Maar nu komt er dus onderzoek naar, al zal ook dat niet elke kritiek op het stadspaleisje en zijn stichter bezweren.

Hier en daar worden er al keuzes gemaakt. Een schilderij van Rembrandt uit 1661 dat ”Twee Negers” heette, werd vanaf 2004 ”Twee Moren” genoemd. Dat gebeurde op basis van een 17e-eeuws document waarin een vroegere versie van het schilderij werd omschreven als ”Twee mooren, in een stuck van Rembrandt (1656)”. Onlangs kreeg het weer een ander opschrift toebedeeld: ”Twee Afrikaanse mannen”. Alsof je de naam van een eeuwenoud kunstwerk zomaar kunt veranderen.

rd.nl/mauritshuis voor meer foto’s.

De tentoonstelling ”Bewogen beeld. Op zoek naar Johan Maurits” is tot 7 juli in het Mauritshuis in Den Haag te bezichtigen. Over de activiteiten die eromheen zijn georganiseerd, zie mauritshuis.nl/bewogenbeeld