Op elke vierkante meter een explosief

Einde Eerste Wereldoorlog
Bart Bulckaen, commandant van de kazerne van de Belgische ontmijningsdienst in Poelkapelle. beeld Johan Leeflang
3

Een granaat die is neergelegd in een betonnen elektriciteitspaal aan de rand van een veld waar de oogst net vanaf is gehaald. In Nederland zou dit meteen de hoogste alarmfase betekenen. In de Belgische Westhoek niet. Daar is een telefoontje naar de ontmijningsdienst voldoende.

„Steek hier op een willekeurige plaats een spade in de grond en je vindt een granaat”, zegt Bart Bulckaen. Hij is in Poelkapelle commandant van de kazerne van de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen (DOVO), de Belgische ontmijningsdienst. „Als je even door dit gebied rijdt, kom je wel een explosief tegen”, vult medewerker Daan Verfaille aan. „Mensen leggen ze in granaatpalen langs de kant van de weg.”

Gedumpt

Het gebied waar de twee samen met enkele honderden collega’s werken, is grofweg alles ten westen van Brussel. Maar het belangrijkste werkterrein is een strook van 10 bij 60 kilometer tussen Nieuwpoort en Diksmuide, via Ieper naar de Franse grens. Het maakt deel uit van de Westhoek, een gebied in het zuidwesten van het land. Hier stonden tussen 1914 en 1918 Duitse soldaten tegenover onder anderen Belgen, Fransen en Engelsen. Vier jaar lang ratelden de mitrailleurs, dreunden de kanonnen en lieten cilinders hun giftige walmen los. Zo’n 30 procent van alle explosieven ging niet af of werd na de oorlog gedumpt.

Na de oorlog werd de nodige rommel opgeruimd. Oorspronkelijke bewoners die terugkeerden naar het vrijwel volledig platgeschoten gebied wilden niets liever dan een nieuw bestaan opbouwen. Chinese arbeiders werden ingehuurd om explosieven te ruimen en loopgraven dicht te gooien. Talloze granaten, in België ook wel obussen genoemd, werden over het hoofd gezien. Ze lagen onder de grond of werden simpelweg terzijde geschoven.

Begraafplaatsen

Het gebied ziet er nu vredig uit. In de heuvelachtige streek bepalen rustige dorpen, boerderijen en volop bomen een deel van het beeld. Talloze begraafplaatsen vormen echter een droeve dissonant. Soms enkele tientallen witte Britse graven. Maar ook kerkhoven met meer dan 10.000 doden. Bovendien een enkele begraafplaats voor Belgische militairen. En vier Duitse kerkhoven, waarvan de grootste 48.000 doden telt. Elk dorp kent wel monumenten. Op sommige plaatsen zijn de bomkraters uit de oorlog zelfs nog te zien.

Midden in dit gebied ligt Poelkapelle, een plaatsje met zo’n 2000 inwoners. Op een ruime afstand van de bebouwde kom, op een onopvallende plaats tussen de weilanden, ligt de kazerne van de DOVO. Het uitgestrekte kazerneterrein bevat talrijke barakken en enkele wat grotere gebouwen voor de ontmanteling van munitie. Een bord bij de uitgang wijst medewerkers en bezoekers erop dat ze voorzichtig moeten zijn met explosieven. Wat meteen opvalt, is het feit dat er overal aarden wallen van enkele meters hoog zijn aangebracht. Wanneer er een explosie zou plaatsvinden, kan de schokgolf geen groot gebied bestrijken. Een van de bizarste plekken van het terrein bevindt zich achter een hekwerk. Bezoekers mogen hier alleen onder begeleiding naartoe. In een open barak liggen en staan rijen granaten. Het gaat zowel om onschuldige exemplaren als om obussen die nog op scherp staan. Bezoekers zijn verplicht afstand te houden.

Ontsteker

In een van de barakken geven Bulckaen en Verfaille uitleg. Verfaille pakt er een granaat bij die onschadelijk is gemaakt. „Een granaat bestaan uit meerdere delen. Onderaan zit de huls met daarin kruit om de eigenlijke granaat weg te schieten. De huls blijft na het afschieten achter.” Om een granaat zit een metalen band. Doordat er in de loop van een kanon groeven zitten, gaat de granaat bij het afschieten om zijn as draaien. Daardoor gaat hij niet dwarrelen, maar gaat het explosief recht op zijn doel af. Boven op de granaat zit een ontsteker. Als deze een voorwerp raakt, bijvoorbeeld de grond, explodeert de granaat. Een deel van de obussen bevat gifgas, dat na het afvuren kan ontsnappen. „Er zijn ook granaten met een tijdmechanisme”, legt Verfaille uit. „Soldaten zaten in loopgraven met korte gangen. Als een explosief in een loopgraaf kwam, werd alleen die ene gang getroffen. Daarom waren er explosieven die na een of twee seconden in de lucht afgingen. Vaak waren het shrapnelgranaten. Die bevatten honderden metalen kogeltjes die na de ontploffing in het rond vlogen.” Soldaten in de loopgraven waren beducht voor deze wapens, omdat velen door de kogeltjes werden doorboord.

Kinderen

Wanneer er een explosief wordt gevonden, bellen Belgische burgers de DOVO of de politie. Bulckaen: „Onder werktijd kunnen we binnen dertig minuten ter plaatse zijn. Buiten werktijd is de aanrijtijd een uur. Als er bijvoorbeeld zaterdagmorgen vroeg een explosief wordt gevonden, zijn we binnen een uur ter plaatse. We zijn vooral waakzaam als het explosief ligt in de buurt van een school of van een andere plaats waar veel kinderen zijn.”

De commandant somt enkele schokkende cijfers op. „Tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn er honderden miljoenen explosieven verschoten. Daarvan is 30 procent niet afgegaan door fabricagefouten of door de zachte ondergrond waarop ze neerkwamen. In de twee weken voorafgaande aan de Derde Slag om Ieper in de zomer van 1917 schoten de Britten 4,2 miljoen granaten af. Van alle obussen die tijdens de oorlog werden verschoten, ging het in 4,5 procent om gifgasgranaten. Maar in ons werkgebied is 12 procent van alle gevonden granaten giftig. We weten niet waar dat aan ligt. Mogelijk zijn hier meer gifgasgranaten verschoten dan elders. Of landen hebben gelogen over de aantallen gifgasgranaten.”

Röntgenstralen

Wanneer de DOVO een melding krijgt over een explosief, doet een gespecialiseerd team ter plaatse onderzoek. Gekeken wordt of de obus wel of niet is afgeschoten, om welk type het gaat, of de ontsteking nog stabiel is en of het om een gifgasgranaat gaat. Vooral dat laatste is van buitenaf moeilijk te zien. In de meeste gevallen wordt het wapentuig in een laag zand gelegd en met een busje naar de kazerne gebracht. Als er wordt getwijfeld of er gifgas in zit, wordt het explosief met röntgenstralen onderzocht. Ook in het busje kan het al misgaan. Het voertuig heeft een alarmsysteem dat afgaat wanneer een granaat onderweg naar de kazerne gas lekt. De medewerkers van de DOVO hebben altijd explosieven bij zich om een instabiel wapentuig ter plaatse op een gecontroleerde manier tot ontploffing te brengen. Bovendien bevat het busje beschermende pakken, gasmaskers, verbandmiddelen en medicatie. Bij een ruiming staat één persoon op een veilige afstand om hulp te kunnen verlenen als het misgaat.

Brandwonden

De DOVO graaft niet actief het gebied af. „Als je dat doet, moet je een grote strook grond tot 10 meter diepte afgraven. Je moet dan dwars door huizen, wegen en tuinen heen.” Landelijk kwamen er in 2017 in totaal 3330 meldingen binnen over explosieven, waarvan 2329 uit de Westhoek, een gebied dat slechts een klein deel van België omvat. Vaak komen granaten naar boven wanneer er huizen worden gebouwd of wanneer boeren op het land werken. „Elk jaar ontploffen er granaten in landbouwmachines.” Bovendien zorgen lekkende gifgasgranaten bij mensen voor onder meer brandwonden aan handen en armen.

De meeste granaten worden na behandeling tot ontploffing gebracht op een afgescheiden deel van het kazerneterrein. De granaten worden in een kuil in de grond gelegd, waarna er een grote hoeveelheid zand overheen gaat en het geheel gecontroleerd ontploft. In drukke periodes gebeurt dat dagelijks.

Verfaille wijst op een installatie op het terrein die in 2017 in gebruik is genomen. Het 16,8 miljoen euro kostende gebouw bevat een oven die tot 550 graden kan worden verhit. In de oven worden gifgasgranaten verhit, zodat het gas er uit kan stromen. Pas wanneer na een test blijkt dat de obus helemaal vrij is van gas, wordt het metalen voorwerp vernietigd. Het vrijgekomen gifgas wordt verbrand of op een veilige plaats opgeslagen.

Honderden doden

Sinds de eerste dag van de vrede, 12 november 1918, zijn er in de Westhoek, het gebied rond Ieper, honderden doden gevallen door ontploffende munitie. Uit het boek ”Land van schroot en knoken” van John Desreumaux blijkt dat er alleen al tot 2008 zeker 893 slachtoffers vielen, waaronder 358 dodelijke. Het ging onder andere om landbouwers, kinderen en mensen die in hun schuur een granaat open probeerden te maken. Ook van na 2008 zijn er meerdere ongelukken bekend. Zo kwamen in 2014 op een bouwterrein in Ieper twee buitenlandse arbeiders om het leven en raakten twee anderen gewond.

In de Westhoek wordt jaarlijks 200.000 kilo aan explosieven uit de Eerste Wereldoorlog gevonden. Het gaat om 20.000 exemplaren, waarvan 8000 relatief grote, die een doorsnede hebben van 7,5 centimeter of meer. Van deze granaten bevatten er zeker 700 tot 800 gifgas.

Enige tijd geleden werd op korte afstand van de kazerne bij iemand thuis een verzameling gevonden met duizenden granaten. Er werden drie vrachtwagenladingen met explosieven verwijderd.

Deze zomer werd bij een bewoner van het gebied een fosforgranaat gevonden die al tientallen jaren op de schouw van de open haard stond. De stof kan bij 7 graden ontbranden. Als de granaat was gaan lekken, zou op zijn minst de woning zijn afgebrand.