Nederland op de kaart gezet

Het Binnenhof tijdens het Tweede Stadhouderloze tijdperk. beeld uit ”De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten”
3

„Een geschiedenis zonder kaarten is onleesbaar”, beweert de achterflap van ”De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten”. Dat klinkt heel stellig, maar onderhoudend, informatief en smaakmakend zijn de kaarten zeker.

De stadsplattegronden, van Amsterdam tot Nieuw-Amsterdam, zijn bijvoorbeeld schilderijen op zichzelf. Het blijft fascinerend om hedendaagse overblijfselen te ontdekken op eeuwenoude kaarten. Voor Amsterdam is dat heel wat eenvoudiger dan voor Nieuw-Amsterdam, zo blijkt al snel. De Dam en de grachtengordel zijn ook nu nog aanwezig; in New York rest alleen een klein deel van het stratenpatroon, verder is er niets terug te vinden van wat er op de kaart is afgebeeld.

Fascinerend is ook de kaart van de wereldtentoonstelling in Amsterdam. Daar waren onder anderen Surinaamse inboorlingen te bezichtigen. De kaart die van de Surinaamse plantages is opgenomen, laat dan weer heel duidelijk zien hoe belangrijk de waterwegen waren voor de plantagehouders en hoe de marrons zich in het beboste binnenland konden handhaven.

De samenstellers van het fraai uitgevoerde boek hebben gezocht naar honderd historische kaarten waarmee de Nederlandse geschiedenis in vogelvlucht beschreven kan worden. Ieder thema wordt geïntroduceerd door een gekleurde kaart over twee pagina’s, gevolgd door twee pagina’s toelichting. Een echt representatieve canon van de geschiedenis –waar de auteurs aan refereren– is het niet geworden. Van de vroegste geschiedenis van Nederland zijn nu eenmaal veel minder kaarten beschikbaar dan van de bloeitijd van de Nederlandse (kaart)cultuur, de Gouden Eeuw.

Het zuiden van Nederland lijkt wat minder bedeeld te zijn met kaarten. Van Den Haag zijn daarentegen zelfs twee stadskaarten opgenomen. Daarmee is wel mooi een vergelijking in de tijd te maken, dus erg is dat allemaal niet. Veel opgenomen kaarten illustreren sociaaleconomische thema’s: stadsontwikkeling, toerisme, haringvisserij. Religie komt er bekaaid af met slechts één kaart over de verzuiling, een kerkenkaart en een kaart over het herstel van de rooms-katholieke hiërarchie.

Napoleon

Oude kaarten lezen is een vak apart, dat blijkt al snel. Cartografen in het verleden streefden vooral naar schoonheid en dus kan Nederland bijvoorbeeld ondersteboven, uitgerekt of in de vorm van een leeuw worden weergegeven. Daarnaast kwam pas met Napoleon, begin negentiende eeuw, het metrieke stelsel om de hoek kijken. Tot die tijd mat iedere landmeter met lokale schaalstokken en konden dus op één kaart meerdere schaalstokken worden weergegeven – of helemaal geen schaal. Wie in gedachten houdt hoeveel rekenwerk erbij kwam kijken en met welke eenvoudige hulpmiddelen kaarten gemaakt werden, verbaast zich over de nauwkeurigheid van veel kaarten. Het meest vergaande voorbeeld daarvan is wel de grote kaart van Delfland, gemaakt door Nicolaas Kruik, beter bekend als Kruikius of Cruquis. Met een schaal van 1:10.000 werd zijn kaart ruim 5 vierkante meter groot. Het teken- en graveerwerk, dat door meerdere graveurs werd uitgevoerd, duurde dan ook meer dan tien jaar. De kosten voor het werk waren zo hoog dat niemand deze mate van gedetailleerdheid navolgde.

Landmeting

In de historische inleiding beschrijven de samenstellers –een team van hoogleraren geschiedenis en conservators– hoe de landmeting zich ontwikkelde. Ook geven ze aandacht aan enkele belangrijke cartografen. Pieter Roelf Bos, van de befaamde Bosatlas, wordt daarin niet genoemd. Zijn atlassen zijn dan ook niet zozeer vernieuwend, maar vooral heel handig aan de man gebracht door zijn uitgever, zo blijkt uit de pagina in het boek die aan hem gewijd is.

In het historisch overzicht wordt natuurlijk de drukkersfamilie Blaeu genoemd. Op het Damrak vestigden zich aan het eind van de zestiende eeuw twee concurrenten naast elkaar, de Amsterdamse kaartenmaker Jan Janszoon en de Alkmaarder Willem Janszoon. Om verwarring te voorkomen ging de laatste zich rond 1620 Blaeu noemen. Beide bedrijven waren ambitieus en werkten aan een nieuwe atlas, waarbij de firma van Jan Janszoon de eerste ronde won. Met 450 kaarten had zijn Atlas Novus er bijna 50 meer dan die van Blaeu. Bovendien waren er zeekaarten en hemelkaarten in opgenomen, iets wat Blaeu niet had gedaan. De beide bedrijven op het Damrak (toen simpelweg Op ’t Water genoemd) gaven de strijd niet op en gingen over tot een nog groter project: het drukken van een Atlas Maior, een grote atlas. Daar was Joan Blaeu met 600 kaarten de duidelijke winnaar.

Behalve kaarten bood deze atlas ruim 3000 pagina’s tekst waarin kennis over landen, steden en regio’s werd weergegeven en werk van eerdere cartografen becommentarieerd. Het geheel vormde een prachtige uitgave, die vaak cadeau werd gegeven aan vorsten en andere hoogmogenden. Wie echt wilde pronken, liet er zelfs speciaal op maat een kast voor maken.

VOC

Blaeu kreeg ook opdracht tot het drukken van de VOC-kaarten. VOC-schippers en stuurlieden waren verplicht om bij aankomst nieuwe gegevens over de route door te geven en hun scheepsjournaal in te leveren. Die informatie werd gebruikt om de kaarten steeds weer bij te werken. Deze kaarten waren geheim, om het monopolie ook op deze manier veilig te stellen. Schippers kregen kort voor afvaart de benodigde kaarten overhandigd en moesten deze direct bij aankomst in Batavia weer inleveren. Omdat de kaarten gewild waren –ze bevatten het belangrijke bedrijfsgeheim van de VOC: de route naar Indië!– verdwenen er toch nog veel exemplaren. Daarom werden er nog verdergaande maatregelen genomen: voortaan werd voor vertrek een inventaris opgemaakt van alle uitgereikte navigatie-instrumenten en kaarten. Voor iedere kaart die aan het eind van de reis ontbrak, moest de schipper de dubbele waarde betalen.

Voor Blaeu bracht die geheimhouding een flink dilemma met zich mee. De kaarten die hij in de Atlas Maior over de Indische archipel opnam, berustten op verouderde informatie. Dat wist hij dankzij de VOC-kaarten die hij drukte. Het moet voor hem een moeilijk besluit geweest zijn die informatie niet op te nemen in zijn levenswerk.

Kaarten geven informatie, maar dat betekent niet dat ze objectief zijn. Kaarten in de vorm van een Hollandse leeuw laten dat wel heel duidelijk zien. In 1579 verscheen de eerste kaart van de Republiek in de vorm van een leeuw, gemaakt door Michael Atzinger. De leeuw van Atzinger steekt zijn tong uit richting de oosterburen en neemt een actieve, dreigende houding aan. Zo symboliseert hij de moed en kracht waarmee de opstandige gewesten de Spaanse koning trotseren.

Atzingers idee werd door verschillende andere cartografen nagevolgd, tot in het Twaalfjarig Bestand toe. Toen kwam echter ook een andere versie van de ”Leo Belgicus” op de markt: een goedmoedige zittende leeuw die met opgeheven kop het ”Bestant voor 12 Iaer” oplikt. Vanuit de lucht strooit een cherubijn onder andere ”Zeeghen”, ”Kennisse Goodts” en ”Rijkdom” uit over het land. Deze kaart laat zien dat men grote verwachtingen van het bestand had. Zo lijken deze twee leeuwen, kaarten van de Republiek dus, de houding te symboliseren van de twee hoofdrolspelers in het bestand: prins Maurits voor doorvechten, Van Oldebarnevelt voor vrede. Het zijn precies deze vergelijkingen en achtergronden waardoor de kaartenverzameling tot de laatste bladzijde blijft boeien.

Boekgeschiedenis

De geschiedenis van Nederland in 100 oude kaarten, Marieke van Delft en Reinder Storm; uitg. KB/Allard Pierson/Lannoo; 400 blz.; € 59,00, vanaf 6 september € 79,00