Monets landschappen van water

”Waterlelies”, 1914-1917, Claude Monet.  beeld Fine Arts Museum of San Francisco
4

Broddelwerk van een slechtziende kunstenaar, vonden critici honderd jaar geleden. Tegenwoordig zijn de waterlelies van Claude Monet wereldberoemd. Kunstmuseum Den Haag brengt een ode aan het „tragische slotstuk” van de Franse impressionist (1840-1926).

Het is een beetje traditie geworden om bij grote tentoonstellingen met opzienbarend nieuws te komen. Dat is goed voor de publiciteit en trekt extra bezoekers naar de expositie.

Kunstmuseum Den Haag (het voormalige Gemeentemuseum) wist in de aanloop naar de tentoonstelling ”Monet. Tuinen van verbeelding” de aandacht te trekken met een prettige ontdekking. Onder de verflagen van topstuk ”Blauweregen” bleken waterlelies schuil te gaan. De kunstenaar schilderde het doek op hoge leeftijd in Giverny, waar ook de beroemde ”waterlelies” ontstonden.

Voor een tentoonstelling over Monets ”landschappen van water en weerspiegelingen” was het een droomvondst: het daverende slotakkoord van de kunstenaar wordt in dit iconische werk als het ware samengevat.

Claude Monet voor zijn huis in Giverny (detail), 1921.  beeld Musée d’Orsay

Weerspiegelingen

In Giverny schilderde Monet op hoge leeftijd bijna bezeten de tuinen die hij er had aangelegd: een bloementuin en een watertuin met een waterlelievijver afgekeken van de traditionele Japanse tuin. Tussen 1883 en 1926 schilderde Monet honderden keren de weerspiegelingen op zijn waterlelievijver.

Aanvankelijk was Monets stijl impressionistisch, maar gaandeweg hanteerde hij een expressievere vormentaal. De horizon (en daarmee de dieptewerking) verdween, herkenbaarheid van het onderwerp werd van ondergeschikt belang. Het leverde kleurexplosies op waarvan niet meer duidelijk was of het gaat om weerspiegelingen of om een weergave van de waterlelies en blauweregens zelf.

”De Japanse brug”, 1918-1924, Claude Monet.  beeld Musée Marmottan

Groots meesterwerk

In 1911 stierf Monets echtgenote Alice; een jaar later bleek dat de kunstenaar staar had. Moedeloos gooide hij het bijltje erbij neer. Maar in 1914 pakte hij toch het schilderspalet weer op. Aangemoedigd door zijn vriend de politicus Georges Clémenceau en zijn schoondochter Blanche Hoschedé-Monet begon de inmiddels 74-jarige kunstenaar aan zijn laatste en grootste meesterwerk: de ”Grandes Décorations”.

Monet wilde met zijn meterslange waterlelieschilderijen een panorama maken dat de bezoekers zou omringen, zodat die zich konden onderdompelen in een sprookjesachtige wereld van weerspiegelingen. Boven de ring waterlelieschilderijen wilde Monet een strook voorstellingen met blauweregens aanbrengen.

In zijn zoektocht naar het perfecte set schilderijen schilderde Monet honderden doeken. Hij experimenteerde met formaat, kleur, materiaal en techniek. Een aantal werken vernietigde hij uit onvrede over het resultaat.

Pas na zijn dood werden Monets ”Grandes Décorations” in het huidige Musée de l’Orangerie geïnstalleerd. De vele doeken die in deze installatie geen plek kregen bleven grotendeels achter in zijn atelier in Giverny waar ze vele jaren bleven staan. Het schilderij ”Blauweregen” raakte in de Tweede Wereldoorlog beschadigd doordat het glazen dak van Monets atelier na een bombardement instortte. Kunstmuseum Den Haag wist het doek in 1961 te verwerven.

Het feit dat de schilderijen zo achteloos in het atelier werden achtergelaten, is tekenend voor de manier waarop tijdgenoten tegen het late werk van Monet aankeken. Mondriaan en Picasso waren de helden van de avant-garde geworden. Monets tuinschilderijen werden beschouwd als ouderwets en afgedaan als rommelig resultaat van zijn oogziekte. Een kunstcriticus sprak van een „tragisch slot” van zijn oeuvre.

”Blauweregen” (1917-1920), Claude Monet.  beeld Kunstmuseum Den Haag

Geen interesse

In 1909 had Monet nog tientallen waterlelies geëxposeerd op een succesvolle tentoonstelling in Parijs. In de daaropvolgende jaren schilderde hij zijn waterlelievijver grotendeels in afzondering, zonder te exposeren of te verkopen. Na zijn dood in 1926 was er geen interesse voor dit onderdeel van zijn werk. De installatie van zijn ”Grandes Decorations” kon na de opening in 1927 ook op maar weinig belangstelling rekenen.

Het zou nog tot 1952 duren voordat er een kentering optrad. In dat jaar organiseerde Kunstmuseum Den Haag (toen nog Haags Gemeentemuseum) samen met Kunsthaus Zürich een groot Monet-retrospectief. Voor het eerst werd hier ook Monets werk uit Giverny als een volwaardig onderdeel van zijn oeuvre getoond. Deze reizende expositie markeerde het begin van de waardering voor Monets waterlelieschilderijen.

Kort daarna omarmden jonge Amerikaanse kunstenaars als Ellsworth Kelly (1923-2015), Mark Rothko (1903-1970) en Jackson Pollock (1912-1956) Monet als een belangrijke inspiratiebron. Het was het begin van een ommekeer in de kijk op Monets ‘tuinen’ die uiteindelijk leidde tot de ongekende populariteit van de waterlelieschilderijen vandaag de dag.

De tentoonstelling ”Monet. Tuinen van verbeelding” is tot en met 2 februari te zien in Kunstmuseum Den Haag. www.kunstmuseum.nl