Martin Roemers fotografeert sporen van de Koude Oorlog

Fotograaf Martin Roemers aan het werk in Alconbury in Groot-Brittanië (2007).  beeld Martin Roemers
6

De Koude Oorlog eindige met de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989. Decennia lang was er sprake geweest van een gewapende vrede tussen de Russen en de Amerikanen, die elkaar op alle fronten probeerden te overtroeven. Wat rest zijn stille getuigen.

Toen de Berlijnse Muur viel studeerde Martin Roemers (1962) fotografie aan de kunstacademie in Enschede. Vrijwel meteen maakte hij van de gelegenheid gebruik om met zijn oude auto een reis door Oost-Duitsland te maken en er te fotograferen. Overal zag hij Russische kazernes met Russische militairen, maar toestemming om binnen foto’s te maken kreeg hij niet. „Het was allemaal nog heel vers”, vertelt de fotograaf in de expositieruimte van Kasteel Het Nijenhuis in Heino. Hij heeft hier een tentoonstelling van foto’s die hij vanaf 1998 maakte van sporen van de Koude Oorlog in het landschap.

Roemers is altijd geïnteresseerd geweest in de gevolgen die oorlogen en conflicten hebben op mensen. „Maar ook in het landschap, de infrastructuur en de architectuur laten ze sporen na. Hoewel de Koude Oorlog in Europa geen militair conflict werd, had hij wel grote impact op het dagelijkse leven van veel mensen in Europa. Op talloze plekken is dat nog zichtbaar. De vraag die ik mezelf stelde was: „Wat zijn de gevolgen van deze nooit gevoerde oorlog voor het landschap geweest?””

Het project heeft een poos in de ijskast gestaan, zegt Roemers. „Dat was een bewuste keus. Om te kunnen laten zien dat de Koude Oorlog echt tot het verleden behoort, heb ik gewacht op een zekere mate van verval. Gebouwen die op instorten staan, oude voertuigen, een aftands vliegtuig, een afgebladderde muurschildering van de glorierijke Sovjet-Unie hebben een eigen schoonheid. Daarna begon een zoektocht naar geschikte locaties om te fotograferen. Ik sprak met veel mensen die een rol hadden gespeeld in het conflict, bijvoorbeeld met Mient-Jan Faber van het IKV, met legergeneraals en met leden van de Duitse partij Die Grünen. Ook op lokaal niveau heb ik veel research gedaan. Aanvankelijk richtte ik mij op de Sovjeterfenis in de voormalige DDR, maar gaandeweg werd het project steeds groter. Hoewel de Koude Oorlog meerdere continenten raakte, heb ik mij beperkt tot Oost- en West-Europa. Ik heb me verbaasd over de enorme aantallen schuilkelders, bunkers, vliegvelden, schietterreinen, raketbases, grensafscheidingen en radarposten die er waren.

Wantrouwen

Bij het fotograferen heb ik vooral gekeken naar onderwerpen die een verhaal vertellen, een bepaalde sfeer oproepen. In beide kampen heerste dezelfde angst voor de tegenstander, was er een vergelijkbaar wantrouwen. Je vóélt de paranoia als je de overblijfselen van het conflict ziet: grote hoeveelheden munitie op een Russisch schietterrein, communicatiebunkers van de Duitse Wehrmacht, ondergrondse atoombunkers van de Bescherming Burgerbevolking in Nederland, vliegtuigshelters op Amerikaanse luchtmachtbases in Engeland. Ik heb wel gekozen voor echt authentieke plekken. Ik wilde de situatie weergeven zoals die was achtergelaten. Dus geen gebouwen die naderhand als museum zijn ingericht.”

Atoomaanval

Er zijn objecten die heel gemakkelijk opnieuw ingezet kunnen worden bij een toekomstige dreiging, zegt Roemers. „Neem de regeringsbunker bij Bonn, met een gangenstelsel van zo’n 20 kilometer. Hier konden de regering en de bondskanselier tot 1989 schuilen in geval van een atoomaanval. Mocht het nodig zijn, dan kan zo’n bunker opnieuw worden gebruikt. Dat is ook de les voor nu. De Koude Oorlog mag afgelopen zijn, maar het conflict tussen de grootmachten kan zomaar weer oplaaien.”

Bepaalde infrastructuur is inderdaad bij meerdere conflicten gebruikt. Roemers wijst naar de foto van een voormalig schietterrein van het Russische leger in het Oost-Duitse Altengrabow. Op de voorgrond staat een kapotte tank die de Russen tijdens de Koude Oorlog gebruikten als schietdoel. Het terrein –met een bunker op het heuveltje achter de tank– was echter al vóór de Eerste Wereldoorlog aangelegd. Hier oefenden de troepen van keizer Wilhelm ter voorbereiding op de Eerste Wereldoorlog. De mast in het midden laat zien dat vandaag de dag de Duitse Bundeswehr hier actief is.

Soms is er sprake van vooroordelen, constateert Roemers. „Op een tentoonstelling in Berlijn vertelde een echtpaar mij dat ze de foto van de Russische folterkamer zo erg vonden. In werkelijkheid was de onderzoeksstoel van een gynaecoloog te zien.”

Onder de radar

Bijzonder is de foto van een luchtwachttoren langs de Nederlands-Duitse grens bij Schoonebeek. Hier speurden vrijwilligers het luchtruim af om laagvliegende Russische vliegtuigen te signaleren die onder de radar zouden kunnen vliegen.

De infrastructuur in het oosten is volgens Roemers in veel slechter staat dan die in het westen. „Je ziet daaraan dat het westen er economisch veel beter voor stond. Het verklaart ook waarom de Sovjet-Unie uiteindelijk uiteen is gevallen en er een einde kwam aan de Koude Oorlog.”

Mensen zijn op de foto’s van Roemers nauwelijks te zien. Daardoor hebben ze een wat grimmige sfeer. Er is één uitzondering. Op de foto van een Russische silo voor raketten met kernkoppen in het Poolse Brzeznica staan twee kinderen. Ze tekenen hartjes op de betonnen wanden. „Dat is toch wel weer hoopvol”, vindt Roemers.

De tentoonstelling ”Relics of the Cold War” is tot en met 5 mei te zien in Kasteel Het Nijenhuis in Heino en in Museum de Fundatie in Zwolle.

www.museumdefundatie.nl