Lotte Jensen: Bij ramp grijpen we terug op traditie

Een Nederlands gezin kijkt naar de toespraak van koning Willem-Alexander over de coronacrisis. beeld Nederlandse Freelancers, Marcel J. de Jong
3

De geschiedenis leert, zegt prof. dr. Lotte Jensen, dat een ramp de gevoelens van saamhorigheid laat toenemen. Maar zo’n ramp kan evengoed leiden tot een verscherping van conflicten.

Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, doet al jarenlang onderzoek naar de manier waarop Nederlanders in het verleden met rampen zijn omgegaan. ”Dealing with disasters” heet het project waaraan ze leidinggeeft – behalve zijzelf zijn er nog vijf andere onderzoekers mee bezig. „Onze onderzoeksperiode begint bij de Sint-Elisabethsvloed van 1421, en we waren aanvankelijk van plan om 1890 als eindpunt te hanteren. Maar dat hebben we losgelaten. Ons onderwerp is zó actueel, we willen er toch ook graag onze eigen tijd bij betrekken.”

Hoe kun je onderzoek doen naar de omgang met rampen in het verre verleden?

„We kijken naar verhalen, gedichten, preken, krantenberichten, kronieken, prenten, schilderijen – de media in de breedste zin van het woord. Die bronnen doen niet alleen verslag van de gebeurtenissen tijdens een ramp, ze geven er ook betekenis aan. De verhalen die mensen elkaar vertellen bepalen de manier waarop ze een ramp beleven.”

Zo’n ramp wordt toch niet minder erg, ook al vertel je er verhalen over?

„Nee, zeker niet. Maar zulke verhalen veranderen wél de manier waarop mensen naar de gebeurtenissen kijken. Door troost te bieden, door lessen uit bepaalde voorvallen te trekken, door een ramp in het perspectief van zonde en oordeel te plaatsen, door te pleiten voor saamhorigheid. Ze laten zien hoe je ermee kunt omgaan.”

Vallen we in deze nieuwe tijd van crisis terug op die oude mechanismen?

„Je ziet veel elementen terugkomen die je ook bij vroegere rampen aantreft. Bijvoorbeeld: de koning die ons toespreekt. Dat is een vrij jonge traditie, begin negentiende eeuw ontstaan, toen koning Lodewijk Napoleon meeleven betoonde aan de slachtoffers van de Leidse buskruitramp. Denk ook aan koningin Juliana bij de Watersnoodramp, of koningin Beatrix bij de Bijlmerramp. Trouwens, ook de Deense koningin sprak het volk vorige week toe, en de koningen van Spanje en België. Heel opmerkelijk: we beleven dit op nationale schaal, we grijpen terug op nationale tradities. Over grensoverstijgende solidariteit hoor je maar weinig.”

Welke betekenis heeft zo’n toespraak van de koning?

„Hij heeft dat vorige week uitstekend gedaan, vond ik. Hij biedt troost, hij roept op tot saamhorigheid. Het is geruststellend dat er zoiets als een koningshuis is, met een niet-politieke verbindende figuur. Al zie je ook dat veel politici hun meningsverschillen tijdelijk even vergeten en goed samenwerken. Zoals vroeger de saamhorigheid ook over religiegrenzen heen ging.

Liefdadigheidsacties na een ramp zijn bijvoorbeeld een typisch Nederlands verschijnsel, dat vooral in de negentiende eeuw een hoge vlucht neemt. Enorme bedragen werden er bij elkaar gebracht, in 1825 ging het bijvoorbeeld om 2,2 miljoen gulden – omgerekend zo’n 23,4 miljoen euro. Af en toe zei een protestant weleens: „Laten we de katholieken maar wat minder geven”, of andersom, maar in het algemeen vond men dat je alle mensen moest helpen, ongeacht welke religieuze of politieke kleur ze hadden.”

Het saamhorigheidsgevoel neemt dus in het algemeen toe.

„Dat zie je ook nu gebeuren. Er zijn veel spontane burgerinitiatieven, gericht op hulp bieden. Op de balkons in Siena staan de mensen met elkaar te zingen – dat is een reactie die ik ook in de achttiende en negentiende eeuw veel ben tegengekomen, er bestond toen een traditie van ”rampliederen”.

Zingen en muziek helpen de mensen door een tijd als deze heen. Kijk bijvoorbeeld naar dat filmpje van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, waarin negentien musici vanuit huis ”Alle Menschen werden Brüder” van Beethoven spelen.”

Klopt dat echt, dat tijdens een ramp alle mensen broeders worden?

„Niet helemaal. Bij een ramp zie je óók het tegenovergestelde gebeuren. In de negentiende eeuw ontstond er bijvoorbeeld een verwoede polemiek tussen de zeer orthodoxe en de wat rekkelijker protestanten over de vraag of je mocht zeggen dat alle rampen gezien moesten worden als straf voor de zonden van het volk. Dat werd een hoogoplopende ruzie, die de tegenstellingen binnen de kerk verscherpte.

Ook dat kun je nu nog steeds zien gebeuren. De een wil een les trekken uit alles wat er gebeurt, de ander wil vooral troost bieden.”

Dat geldt wellicht ook buiten de kerk.

„Je hoort nu al mensen zeggen: Het voelt alsof de natuur ons een lesje wil leren, en wij moeten die les ter harte nemen en ons consumptiegedrag veranderen. Je zou kunnen zeggen: dat is een seculiere variant van zondebesef, gekoppeld aan activisme.”

Worden mensen geloviger van een ramp?

„Geloof en religie spelen in elk geval een grote rol. In Nederland hebben we de oude traditie van nationale bededagen. Na 1813 is die wat in onbruik geraakt, maar die krijgt ineens een nieuwe impuls. Dat is iets unieks. Volgens mijn informatie is dat sinds de 19e eeuw niet meer gebeurd. Juist het feit dat je nu alleen online bij elkaar kunt komen, maakt zo’n biddag ook ‘democratischer’ en toegankelijker. Je hoeft geen lid van een kerk te zijn, of gewend te zijn om naar een kerk te gaan; iedereen kan er nu zomaar bij zijn.”