Leonardo da Vinci hield altijd vragen over

Een schets voor ”De slag bij Anghiari” van de hand van Da Vinci. Rechts een 400 jaar oude kopie van de muurschildering. beeld Wikimedia/Galleria Degli Uffici, Florence
6

Leonardo da Vinci zelf zou dit verhaal dwaas en ongerijmd vinden. Hij laat zich niet portretteren als kunstenaar. Hij is wetenschapper, en ook kunst is wetenschap. Wetenschap verknippen is iets voor de 21e eeuw, maar Da Vinci denkt zo niet. Zijn nieuwsgierigheid bestrijkt de gehele schepping.

Toch ontkomt niemand eraan. Als het over Leonardo da Vinci gaat, denk je direct aan de lonkende ”Mona Lisa”, die je blik vasthoudt vanuit elke hoek dat je haar bekijkt. Een schilderij waaraan elke dag 20.000 mensen voorbijtrekken in het Parijse Musée du Louvre. Met de ruime openingstijden van het museum is dat 2,34 seconde voor elke bezoeker. Dat het schilderij in Frankrijk verblijft is, modern gezegd, nog wel een dingetje. Zowel Da Vinci als Mona Lisa, de vrouw van zijdehandelaar Francesco del Giocondo, was Italiaans. Het heeft de jaren door tot gekrakeel geleid tussen beide landen. Zelfs diefstal in 1911 van ”La Gioconda” en stiekem transport naar Italië mochten niet baten. Het wereldberoemde schilderij is en blijft Frans bezit.

Maar Da Vinci blijft voor altijd Italiaan. Tenminste, als je de laatste paar jaar van zijn leven niet meerekent; toen woonde de kunstenaar in Frankrijk en werkte voor koning Frans I. Hij had zijn drie lievelingsschilderijen –waaronder de ”Mona Lisa”– meegenomen. Alle drie de werken hangen nu, inderdaad, in het Musée du Louvre.

Kantelend wereldbeeld

Leonardo da Vinci (1452-1519) ziet de wereld om zich heen kantelen. De zekerheid van de middeleeuwen, waarin de theologie het wereldbeeld bepaalt, kalft langzaam maar zeker af. Astronomie en natuurwetenschappen krijgen steeds meer recht van spreken. Niet alleen mystieke beschouwing telt, maar ook „het grote boek der natuur dat God voor ons heeft ontvouwd” (Nicolaas van Cusa, 1401-1464).

De jonge Da Vinci komt op 14-jarige leeftijd terecht in het atelier van Andrea del Verrocchio. Hij ontmoet er de grote meesters van de vroege renaissance: Botticelli, Ghirlandaio, Perugino. Da Vinci leert er in de eerste plaats tekenen, een ambacht dat zowel kunst als andere wetenschappen dient. Waarbij alles vooral natuurgetrouw moet worden weergegeven. En de tekenaar goed dient te weten hoe, bijvoorbeeld, de lichaamsbouw is van mens en dier, hoe spieren en gewrichten zich met elkaar verhouden en functioneren. Een tekening van Leonardo, of een schilderij, is nooit zomaar een realistische afbeelding; „het was altijd een beeld dat rationele kennis bevatte van de natuur en de wijze waarop wij deze zien”, zegt de Da Vincikenner Michael W. Kwakkelstein.

Onwaarschijnlijk

Da Vinci’s talent is al vroeg zichtbaar. Het verhaal gaat zelfs dat zijn leermeester Verrecchio, bij het zien van een vroeg werk van Da Vinci, zijn penseel voor altijd zou hebben neergelegd. Nooit zou hij het werk van zijn leerling kunnen verbeteren. Een verhaal, een onwaarschijnlijk maar toch veelzeggend verhaal.

Da Vinci neemt in zijn leven geen genoegen met oppervlakkigheid. Elke conclusie leidt immers tot meer vragen, aan elk resultaat van zijn denken en werken kleven in zijn ogen tekortkomingen. Juist zijn hang naar perfectie kenmerkt zijn bestudering van schaduwwerking, van perspectief, van compositie. Ook is hij geobsedeerd door beweging, waarbij een schilderij een moment verbeeldt, een gestolde beweging. Dat is niet alleen zichtbaar in de zogenoemde zondvloedtekeningen of in geschilderd engelenhaar, maar ook in het beroemde ”Laatste Avondmaal”, een fresco in de Milanese Santa Maria delle Grazie. Op het moment dat Jezus Zijn discipelen zegt dat een uit hen Hem zal verraden, komen ze allen in beweging. Hoewel ze zitten aan een tafel, is het onder Zijn volgelingen een en al schrik en activiteit.

Sollicitatie

Als Da Vinci in 1482 een sollicitatiebrief schrijft aan de (latere) hertog van Milaan pocht hij alinea’s lang over zijn technisch kennen en kunnen. Ten slotte, als een soort aanhangsel, meldt hij ook op het gebied van schilderkunst „alles te kunnen doen wat mogelijk is”, aldus Walter Isaacson in zijn biografie over de kunstenaar. Begrijpelijk, want niet alleen Da Vinci zelf, maar ook de mensen in zijn omgeving zien hem in de eerste plaats als constructeur en architect, als de man die een moeras wil droogleggen, een vliegtuig of kanon wil bouwen, een rivier omleiden desnoods.

Hoewel voor Da Vinci het schilderen geen bijkomstigheid is, besteedt hij de meeste tijd aan het wetenschappelijk bedrijf. Uiteindelijk zijn er slechts vijftien doeken en muurschilderingen die geheel of gedeeltelijk aan hem kunnen worden toegeschreven, bewaard gebleven. Van de beeldhouwwerken die hij gemaakt moet hebben, bestaat er niet een meer.

Misschien komt dat ook omdat veel van zijn werk onaf blijft. Projecten raken in het slop, om welke reden dan ook. Walter Isaacson: „Leonardo genoot meer van het bedenken dan van de plicht tot voltooiing.”

Niet de kunstwerken van Da Vinci die we kennen, maar juist die waarvan we weten dat ze bestaan maar die we niet kunnen vinden, prikkelen het meest de nieuwsgierigheid. Waar is bijvoorbeeld het fresco gebleven van de slag bij Anghiari? Een muurschildering van 15 bij 6 meter verdwijnt toch niet zomaar? Kennelijk wel.

Het is 1440 als de legers van Milaan en Florence elkaar bevechten bij het plaatsje Anghiari. Het gaat om de macht over een flink deel van Italië. De Milanezen strijken de vlag, de Florentijnen strijken met de eer. Dat moet zoals gebruikelijk gevierd en vastgelegd worden. Leonardo da Vinci krijgt de opdracht om het Florentijns succes uit te werken in een fresco in het Palazzo Vecchio in Florence. De kunstenaar gaat aan de slag. Schets na schets maakt hij, is nooit tevreden met het resultaat en perfectioneert zijn werk gaandeweg. Dan gaat hij in 1503 in het stadspaleis op een van de muren aan de slag. Maar Da Vinci maakt het werk niet af. Het schijnt dat de kunstenaar experimenteert met verf, die vervolgens gaat druppelen, zich met andere kleuren mengt en van de muur afdruipt. Da Vinci gooit de handdoek in de ring.

Maar waar is de wel geschilderde middenpartij –waarvan kopieën zijn gemaakt door onder anderen Peter Paul Rubens– gebleven? Het gerucht gaat dat het stuk is overschilderd. Wellicht bevindt het zich onder een fresco van Giorgio Vasari. Dat geeft natuurlijk een onmogelijk dilemma; mag je een kunstwerk vernietigen om een ander kunstwerk te vinden? Het is de vraag of dit raadsel ooit wordt opgelost. Het zal er hoe dan ook voor zorgen dat Da Vinci (die 2 mei 1519 stierf) de gemoederen ook in de toekomst zal blijven bezighouden.

Boekgegevens

Leonardo da Vinci, De biografie, Walter Isaacson; uitg. Spectrum; 622 blz.; € 19,95.

Boek over de schilderkunst, een selectie, Leonardo da Vinci; uitg. Nieuwezijds; 166 blz.; € 16,95.