Kunstenaar Peter Koole brengt eerbetoon aan slachtoffers van Srebrenica

Peter Koole voor het portret van Hatidža Mehmedović.  beeld Aad Hoogendoorn

De val van de enclave Srebrenica op 11 juli 1995 maakte diepe indruk op de Rotterdamse kunstenaar Peter Koole (1958). Het Bosnisch-Servische leger vermoordde meer dan 8.000 mannen en jongens.

In de afgelopen jaren maakte Koole een serie grote schilderijen over dit onderwerp. Daarin komen allerlei aspecten van de val, de genocide en de nasleep aan de orde. Kooles schilderijen vormen een monument voor de slachtoffers en hun nabestaanden. „Srebrenica mag nooit worden vergeten.”

Vanaf 18 juli worden tien kunstwerken uit deze serie getoond in de Laurenskerk in Rotterdam. Twee schilderijen van Koole zijn tot en met 12 juli nog te zien in Stedelijk Museum Schiedam in de tentoonstelling ”Realisme”. Om de slachtoffers eer te bewijzen legt de kunstenaar zaterdag in Stedelijk Museum Schiedam een bloem onder een van zijn schilderijen. Bezoekers kunnen dit ook doen.

De kunstenaar maakt al vijftien jaar schilderijen over Srebrenica. „Het onderwerp heeft mijn hart”, geeft hij aan. Elk jaar bezoekt Koole de Nationale Srebrenica Herdenking in Den Haag. Die heeft dit jaar vanwege corona alleen digitaal plaats. „Ik kan nu niet naar Den Haag, maar ga naar Schiedam. De bloemlegging in het museum is geen gezamenlijke herdenking maar een individueel, klein moment om stil te staan.”

Koole legt een anjer onder zijn portret van Hatidža Mehmedović (1952-2018). Ze was overlevende van het bloedbad en jarenlang voorzitter van Moeders van Srebrenica, een vereniging van vrouwen die een familielid verloren tijdens het bloedbad. Zij raakte haar vader, man, twee broers en twee zonen kwijt.

Koole schilderde haar voor de begraafplaats vlakbij Srebrenica. Daar zijn meer dan 6.000 lichamen van vermoorde mensen herbegraven. Op 11 juli heeft de herbegrafenis van weer een aantal lichamen plaats.

Tot haar dood zette Mehmedović zich in om Srebrenica op de agenda te houden. „Ze streed voor rechtvaardigheid”, aldus Koole. „Dat het Joegoslaviëtribunaal de daders berecht, dat er gezocht bleef worden naar de massagraven en dat Nederland schuld zou bekennen. Dat deed ze niet alleen voor zichzelf, maar voor álle moeders van Srebrenica.”

De Verenigde Naties hadden een aantal veilige gebieden gemaakt waar die vluchtelingen onder bescherming van VN-soldaten konden verblijven, stelt de kunstenaar. „Pijnlijk is dat de VN die garantie niet kon waarmaken. Het Bosnisch-Servische leger vermoordde meer dan 8.000 mannen en jongens. De VN heeft nooit zijn verantwoordelijkheid genomen, altijd verschuilde de organisatie zich achter immuniteit.”

Pijnlijk ook voor Nederland is dat de aanwezige VN-soldaten Nederlanders waren, vindt Koole. „Ze konden de genocide niet voorkomen. Nederland vindt het moeilijk om goed om te gaan met wat er in Srebrenica gebeurde. Keer op keer gaat de staat in beroep in zaken die de nabestaanden hebben aangespannen. Het is belangrijk om stil te staan bij 11 juli. Hoe graag sommigen ook het tegendeel willen, Srebrenica mag niet worden vergeten.”

www.laurenskerkrotterdam.nl; www.stedelijkmuseumschiedam.nl/