Joodse dwangarbeiders erkend in Rouveen

Joden aan het werk in Rouveen. De Afschuttingsweg krijgt als erkenning hiervoor het toevoegsel Jodenweg. beeld uit het boek Onze Dagen

De Afschuttingsweg in het buitengebied van Rouveen krijgt de toevoeging Jodenweg. Dat is een eerbetoon aan de dwangarbeiders die tijdens de Tweede Wereldoorlog deze weg aanlegden.

Leerlingen van gereformeerde basisschool De Levensboom in Rouveen stuurden burgemeester Theo Segers van Staphorst in april een brief. Daarin stelden zij hem de vraag of de straatnaam ”Afschuttingsweg” veranderd kon worden in ”Jodenweg”.

Het initiatief kwam voort uit een gastles begin april van documentairemaker Geertjan Lassche over de Joodse dwangarbeid in het dorp. Op donderdag 3 oktober is het zover en wordt ”Jodenweg” als onderschrift aan het straatnaambord Afschuttingsweg toegevoegd.

Het vernieuwde naambordje wordt onthuld om 7.30 uur in de ochtend. Gekozen is voor een toevoeging aan de bestaande naam Afschuttingsweg, omdat een straatnaamverandering een ingewikkelde en kostbare procedure is. Burgemeester Segers houdt na de onthulling een toespraak en hij legt een krans. Ds. W. van Vreeswijk van de hervormde gemeente Rouveen-Staphorst draagt een speciaal hiervoor geschreven gedicht van Koos Geerds voor. Geerds, opgegroeid in Rouveen en in 2009 Dichter bij Overijssel, dichtte veel over de gemeente Staphorst.

Repressiever

De Joden uit de werkkampen legden tijdens de Tweede Wereldoorlog de Afschuttingsweg, maar ook andere lokale infrastructuur, aan. De werkzaamheden en hun verblijf in de kampen kregen gaandeweg de oorlog een steeds repressiever karakter. „Door een bord te plaatsen kan iedereen die er langs komt, lezen wat de Joodse mensen moesten doen en wat hier in de oorlog is gebeurd. Het is mooi dat juist leerlingen van een basisschool mij hebben gevraagd om het bord te plaatsen. Het is belangrijk om deze verhalen uit de Tweede Wereldoorlog te blijven vertellen”, aldus burgemeester Segers.

Beide basisscholen in Rouveen zullen in de komende periode in de lessen aandacht besteden aan het verhaal van de Joden in Staphorst.

De datum van 3 oktober is niet toevallige keuze voor de onthulling. In de vroege ochtend van 3 oktober 1942, op Jom Kippoer, werden namelijk alle 344 Joden uit de Staphorster werkkampen Beugelen, Conrad en het Wijde Gat afgevoerd naar Westerbork. En vanuit daar door naar de vernietigingskampen. Slechts zes mannen overleefde de oorlog. Dat het op Grote Verzoendag gebeurde, was om te treiteren.

„In Staphorst werden we van fatsoenlijke burgers dwangarbeiders gemaakt”, vertelde een van de overlevenden, Coenraad Rood, jaren later. De Joodse kleermaker was een van de zes mannen die het konden navertellen. Hij overleefde elf concentratiekampen en stierf in 2011 in Texas waar hij naartoe was geëmigreerd. Hij schreef het boek ”Onze Dagen” over zijn leven in de kampen. De verschrikkelijke reis langs deze kampen startte in Rouveen.

Documentairemaker Lassche wil erkenning voor het feit dat de Joden dwangarbeid verrichtten en dat de gemeenschap tot op de dag vandaag hier de vruchten van plukt. Hij pleitte ervoor de Afschuttingsweg als eerbetoon Jodenweg te noemen. Lassche wil dat de gemeente dit doet, omdat de gemeenschap al jarenlang van de sloten en wegen gebruikmaakt. „Geen burgerinitiatief, maar juist van bovenaf.”

Zonder dat ze het door hadden, waren de Joodse mannen al in een beginfase van de oorlog in de Holocaust beland. Want dat de werkkampen uit voornamelijk Joden bestonden, was geen toevalligheid. De Joodse werkkampen waren toen al onderdeel van een plan van de nazi’s om Joden te clusteren. Zo werd het makkelijker om ze te kunnen vernietigen. „Hier liepen ook Joden rond met een Jodenster”, aldus Lassche.

Bewustwording

De Rouveense documentairemaker en journalist is tevreden. „Het onderschrift komt op het officiële blauwe straatnaambord. Het is geen apart bordje. Ik heb het onderschrift gelezen en het is een erkenning van de gemeente Staphorst van de Joodse dwangarbeid waarmee lokale doelen zijn gediend”, zo verklaart Lassche. „Uiteindelijk gaat het mij om bewustwording en niet om lastig te doen”, zegt de Rouveener. „Ik hoop dat deze herdenking het begin is van een terugkerend iets. Hoe meer ik me verdiep in deze geschiedenis, hoe meer ik me verbaas dat er zolang niet bij is stilgestaan.”