Huurdeman beschrijft verzetswerk in onder meer Woudenberg, Leusden en Scherpenzeel

Persoonsbewijs Karel van Ginkel. beeld uit besproken boek
3

Ambtenaren vervalsten in de Tweede Wereldoorlog gegevens uit het bevolkingsregister en redden daardoor vele mensenlevens. In Leusden herinnert het herplaatste monument ”Het Stille Ambtenarenverzet” aan deze zogeheten TD-groep.

Als enige van het gezin Leviticus ontkwam Louis (11) in november 1942 aan een razzia van de Duitsers in Amersfoort. Zijn ouders werden kort daarna in Auschwitz vermoord. Louis vond onderdak bij Karel en Rita Brouwer in Leusden, die hem als een zoon beschouwden. Voortaan heette hij Rudy van der Roest. De échte Rudy van der Roest uit Amsterdam was een neefje van Brouwer, dat precies even oud was.

Karel Brouwer, eerste ambtenaar op de secretarie van de gemeente Leusden, heeft niet alleen Louis een nieuwe identiteit gegeven. Voor het Joodse bakkersgezin Cohen uit Amersfoort waren de namen nog van verzonnen personen. Later kregen onderduikers een persoonsbewijs met hun eigen pasfoto en vingerafdruk, maar met gegevens van bestaande mensen van ongeveer dezelfde leeftijd.

Meestal koos Brouwer voor personen die ver weg woonden of bijvoorbeeld een priesteropleiding volgden en in een seminarie verbleven en dus niet veel op straat zouden komen. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat de Duitsers twee personen met dezelfde identiteit zouden tegenkomen. Via zijn vriend Dolph Hendriks uit Amersfoort gingen ambtenaren in andere gemeenten Brouwers systeem ook toepassen.

Om hun werkwijze nog verder te verbeteren ontwikkelden Brouwer en Hendriks de ‘lijkjesmethode’. Daarvoor gebruikten zij de gegevens van overleden kinderen, liefst baby’s van twintig tot vijftig jaar geleden, die ongeveer even oud zouden zijn geweest als de onderduikers. Hun overlijdensakte werd uit de gemeentelijke administratie verwijderd en de op papier tot leven verwekte persoon verhuisde dan naar de gemeente waar de onderduiker zich bevond.

Mondeling

De gemeenteambtenaren die in het gehele land aan het systeem meewerkten, kenden elkaar niet. Om verraad bij eventuele arrestatie te voorkomen. Instructies werden mondeling doorgegeven. Het ambtenarennetwerk kreeg later de naam ”TD-groep”. TD staat voor de tweede distributiestamkaart, die in 1943 werd ingevoerd.

Over Karel Brouwer (1918-2017) schreef José Huurdeman uit Stoutenburg, een dorpje vlakbij Leusden, het eerste hoofdstuk van haar boek ”Ondergronds in de Tweede Wereldoorlog”, dat woensdag wordt gepresenteerd. Uit „respect voor hen die hun leven riskeerden om anderen te redden” wordt bij die gelegenheid een bloemstuk gelegd bij de beeldengroep ”Het Stille Ambtenarenverzet” in Leusden. Het monument dat voor het voormalige gemeentehuis stond, heeft nu een plek gekregen op het plein voor het nieuwe Huis van Leusden.

Vier Karels

Huurdemans boek, een uitgave van de Historische Kring Leusden, volgt onder meer vier Karels. Brouwer is een van hen. Andere Karels zijn Leusdens burgemeester jhr. mr. Karel de Beaufort en Karel Grootegast, een schuilnaam van Jan Thijssen, verzetsleider en oprichter van de landelijke Raad Van Verzet.

De rode draad in de 464 pagina’s vormt het verzetswerk van Karel van Ginkel. „Een gewone boerenzoon uit Woudenberg”, aldus Huurdeman. „Overal in de regio en ver daarbuiten had hij zijn contacten. Hij was actief op verschillende plaatsen.” Aan het eind van de oorlog was Van Ginkel commandant bij de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten in Achterveld, een dorp tussen Barneveld en Leusden. In die functie kreeg hij een rol bij de organisatie van de voedselconferentie die daar in april 1945 werd gehouden. Prins Bernhard was een van de deelnemers.

Grenzen

Huurdeman beschrijft vooral verzetswerk in de Gelderse Vallei, onder meer in Leusden, Achterveld, Scherpenzeel en Woudenberg. Hannie van den Hengel, de moedige dochter van de dorpssmid, bracht illegaal bonkaarten rond. De Belg Captain King, een geheim agent, schuilde zes weken in een kippenhok in Leusden. „Verzet stopte niet bij gemeente- of provinciegrenzen”, zegt Huurdeman. „Zo werkte Hannie mee aan de bevrijding van 54 verzetsmensen uit het Huis van Bewaring in Arnhem en was Karel van Ginkel betrokken bij wapendroppingen in de Krimpenerwaard.”

Het verzet komt in het boek in al zijn verscheidenheid aan bod: geruisloos verzet, gewapend verzet, passief verzet, humanitaire hulp, stakingen, onderduiken, sabotage, verspreiden van illegale bladen en spionage. „Gewone mensen kwamen in actie”, aldus Huurdeman. „Zij keken niet toe, maar handelden. Ieder op zijn eigen manier en naar eigen vermogen.”