Het huwelijk was in 17e eeuw doorgeefluik van naam, geloof en bezit

5

Het was voor het Fries Museum niet moeilijk om een brug te slaan naar Rembrandt. De kunstenaar –van wie komend jaar de 350e sterfdag wordt ‘gevierd’– was weliswaar Leidenaar van geboorte en leefde vooral in Amsterdam, maar zijn vrouw Saskia Uylenburgh was een Friezin. Dat wordt in het noorden uitgebaat.

Het museum in Leeuwarden weet met de tentoonstelling ”Rembrandt & Saskia. Liefde in de Gouden Eeuw” meer bruggen te slaan. Dit jaar is Leeuwarden ”Culturele hoofdstad van Europa”. Dat trekt alvast extra toeristen. Rol vervolgens de tentoonstelling uit tot over de jaarwisseling en je pikt een flinke graan mee van het Rembrandtjaar 2019.

Maar ook binnen de expositie is sprake van een bruggetje. Het liefdesleven in de gegoede kringen in de 17e eeuw heeft zijn eigen gebruiken en rituelen. De keuze van de huwelijkskandidaat, de hofmakerij, het aanzoek en het huwelijksfeest, het is allemaal goed georkestreerd. De kinderzegen leidt in die tijd veelal tot leed. Veel kinderen bereiken hun eerste verjaardag niet, voor aanstaande moeders wordt de kraamkamer vaak een sterfhuis, het kraambed een sterfbed. Het wordt allemaal in de expositie uit de doeken gedaan.

Het verging Rembrandt en Saskia immers niet anders. Hun ”ommegang des levens” wordt op bronskleurige panelen in beeld gebracht, parallel aan de rest van de tentoonstelling. Saskia’s jeugd als weeskind, het gelukkige huwelijk met de kunstschilder, de vreugde van kinderen die zich aandienen.

Maar ook het verdriet als de dood drie kinderen, slechts enkele weken na hun geboorte, opeist. Om ten slotte, negen maanden na de geboorte van het vierde kind (Titus) zijn handen uit te strekken naar Saskia zelf. Ze is nog geen dertig jaar oud als ze het leven laat, overigens na het opmaken van een testament. In deze tijd, waarin de dood het leven altijd op de hielen zit, is het gebruikelijk voor een bevalling een wilsbeschikking op te stellen.

Kerkelijke bedding

De liefde krijgt in de 17e eeuw een kerkelijke bedding. Er is slechts één route voor de liefde tussen man en vrouw: die van het christelijk huwelijk. ”Liefde is het begin, dat alles gaat te boven; want waar geen liefde is, daar kan men God niet loven”, zo luidt een inscriptie in een zilveren huwelijkshart. Wat andere plichten natuurlijk niet wegneemt, want niet alleen het geloof moet worden doorgegeven aan de volgende geslachten, ook voor de naam en het familiebezit geldt dit.

Een huwelijk brengt niet alleen twee mensen samen, maar ook twee families. En geld trouwt met geld. Huwelijkskandidaten worden met zorg uitgekozen, het hart speelt daarbij een ondergeschikte rol. Het verstand prevaleert, vooral dat van de ouders. Verschillen in geloofsovertuiging, kapitaal of status vormen een bedreiging voor een stabiel huwelijk.

Liefde is mooi meegenomen, als het maar niet uitmondt in passie. De meisjes moeten bescheiden, verstandig, kuis en spaarzaam zijn, de jongens moeten zich altijd weten te beheersen. Seks voor het huwelijk wordt afgekeurd en Paulus’ vermaning dat „het beter is te trouwen dan te branden” wordt ter harte genomen. Het spel van hofmakerij en het huwelijksaanzoek duren dus niet lang. Na het jawoord van het meisje zijn de trouwgeloften bindend en een huwelijkscontract bevat vervolgens de financiële afspraken.

Trouwen doe je in de kerk. Ben je lid van de gereformeerde staatskerk, dan is de verbintenis door de predikant rechtsgeldig. Behoor je tot een andere kerk, dan is eerst de gang naar het gerecht nodig. Drie keer wordt het huwelijk vanaf de kansel afgekondigd en de gereformeerde predikant „voltrekt het huwelijk aan de hand van een officiële vragenlijst, het huwelijksformulier”, meldt de wandtekst.

Zoete huiszorg

De rollen binnen het huwelijk zijn „strikt verdeeld”. De man is kostwinner en is „verantwoordelijk voor de maatschappelijke positie van het gezin. De vrouw krijgt de ‘zoete huiszorg toebedeeld’.” Echtscheiding is buiten de orde, een zeldzaamheid. Trouwen is immers ‘houen’.

De meeste huwelijken worden ontbonden door de dood. Na het verlies van een geliefde „kan het geloof troost bieden. De treurende nabestaande moet zich voor ogen houden dat de overledene bevrijd is uit de ”verdorvenheijt ende ellendicheijt” van het aardse bestaan en het in de hemel stellig beter heeft.”

Gaandeweg bekruipt je een onbehaaglijk gevoel in deze –weliswaar prachtige– tentoonstelling. Dat komt niet door de schilderijen, die soms bomvol symbolen van liefde en lust zitten. Niet door de tentoongestelde huwelijksgeschenken, merklappen of sieraden. De oorzaak ligt in de vaststelling dat veel gewoonten uit het 17e-eeuwse huwelijksleven binnen de gereformeerde gezindte nog volstrekt normaal zijn en als waardevol worden ervaren, maar in de ogen van de samenleving inmiddels in een museum thuishoren. Je voelt als bijbelgetrouw christen even bijgezet in een urnengalerij.

”Rembrandt & Saskia. Liefde in de Gouden Eeuw” is tot en met 17 maart 2019 te zien in het Fries Museum in Leeuwarden.

www.friesmuseum.nl

Rembrandt & Saskia

Bij de tentoonstelling is onder redactie van conservator Marlies Stoter het boek ”Rembrandt & Saskia. Liefde in de Gouden Eeuw” verschenen dat niet alleen bedoeld is als catalogus maar ook als verdieping van de tentoonstelling (uitg. WBooks; 156 blz.; € 24,95). Het kwam tot stand in samenwerking met Museumslandschaft Hessen-Kassel, de ‘thuishaven’ van Rembrandts portret van Saskia. Vanaf 12 april 2019 is de tentoonstelling in het Duitse Kassel te zien.