Fotograaf Hans Wilschut ziet de stad als landschap

Salute, Hans Wilschut, 2019, archival print. beeld Hans Wilschut
3

Het San Marcoplein in Venetië liep in november compleet onder water. In die „apocalyptische maand” was de Rotterdamse fotograaf Hans Wilschut juist in Italië; op zoek naar plekken die de Amersfoortse kunstenaar Caspar van Wittel eeuwen geleden schilderde.

Van Wittel (1652-1736) was als kunstenaar actief in Rome, Napels en Venetië; hij maakte zeer gedetailleerde schilderijen van deze steden, soms op groot formaat.

Eind januari opent in Kunsthal KAdE in Amersfoort een overzichtstentoonstelling met werk van Van Wittel. Wilschut kreeg de vraag of hij in het spoor van de kunstenaar een aantal van de plekken in Rome, Napels, Venetië en Amersfoort wilde fotograferen. Hij zou acht foto’s voor de tentoonstelling maken, het werden er vijftien. Sommige van de plekken zijn in essentie hetzelfde gebleven, andere veranderden onherkenbaar. De entree van de Canal Grande in Venetië –met de majestueuze Salutekerk op de linkeroever– is nauwelijks veranderd ten opzichte van Van Wittels tijd. Maar locaties in Rome en Napels zijn in de tussenliggende tijd flink op de schop gegaan.

Wilschut voelt wel verwantschap met Van Wittel. „Hij zat echt op de huid van de stad. Dat probeer ik als fotograaf ook te doen. Het gaat mij om de plek die de mens in de stedelijke omgeving inneemt en wat hij er aanricht. De stad met zijn architectuur is de drager van wie we zijn. Ik kies voor een bepaalde architectuur om te laten zien dat er op een plek iets aan de hand is. Noem het een breekpunt in de tijd.”

Een voorbeeld?

„Bij Van Wittel is het dagelijks leven in Venetië nog liefelijk, er heerst een aangename bedrijvigheid. Ik laat zien dat de stad kraakt in zijn voegen. Door de opwarming van de aarde stijgt de zeespiegel en zinkt Venetië als het ware weg. Toen ik er was stond het water anderhalve meter hoger dan normaal. In restaurants dineerden mensen met de voeten in het water. Op het San Marcoplein stonden toeristen op verhoogde planken in de rij voor een kerk of museum. Wat dat betreft was ik er op een goed moment. Ik laat met een van mijn foto’s ook het absurde zien van mensen die per se op die beroemde plek willen zijn, ongeacht het weer.”

U maakt geen kopieën van het werk van Wittel?

„Dat is in veel gevallen niet eens mogelijk omdat er in de loop van de eeuwen zo veel is verdwenen. Ik heb steeds geprobeerd te achterhalen wat Van Wittel voor ogen stond en dat te vertalen naar iets nieuws. Ik merkte bijvoorbeeld dat de kunstenaar heel bewust bezig was met het kiezen van het juiste perspectief. Vaak nam hij een hoog standpunt in om een totaalbeeld vast te leggen. Dat is ook wat ik graag doe. Ik benader de stad als een landschap. Vaak gebruik ik een hoogwerker om het juiste perspectief te vinden. Tegelijk werd me duidelijk dat Van Wittel zich heel veel vrijheid toe-eigende als het gaat om de compositie. Dat fascineerde me. Als fotograaf ben je op dat punt natuurlijk beperkter, maar door verschillende foto’s in elkaar te monteren heb ik het beeld toch naar mijn hand kunnen zetten. Van Wittel heeft bijvoorbeeld op het schilderij van de Basiliek van Santa Maria della Salute de doorvaart links ervan om compositorische reden versmald. In mijn foto werd het linker deel van de foto van grotere afstand gefotografeerd dan het rechterdeel. Dat heb ik in digitale postproductie samengebracht.”

Wat voegt u met uw werk toe aan vaak overbekende stadsbeelden?

„Het gaat mij niet om een zakelijke registratie van de werkelijkheid. Ik probeer op een subtiele manier iets van magie in mijn foto’s te leggen. Het was een uitdaging om van het grootste clichébeeld van Venetië toch iets bijzonders te maken. Met de foto’s vertel ik mijn persoonlijke verhaal en dat schuurt af en toe. Op de foto die ik vanuit de lagune van Venetië nam heb ik bijvoorbeeld een dieselwolk van een motorboot als schilderachtig element betrokken; als verwijzing naar de vervuiling die leidt tot zeespiegelstijging. Bij het Colosseum in Rome wordt op dit moment een metrostation aangelegd. Toeristen proberen de bouwput met hun camera’s meestal zorgvuldig buiten beeld te houden, maar ik laat hem juist zien. Want hier gebeurt iets ongelooflijks, een nieuw metrostation wordt gebouwd in een archeologische site. Door een hoog standpunt te kiezen maak ik het beeld toegankelijk voor de kijker; hij kan zich er fysiek toe verhouden.”

Lukte het altijd om dat hoge standpunt in te nemen?

„Dat had soms wel wat voeten in de aarde. Om Venetië vanaf de baai te fotograferen wilde ik met een hoogwerker het water op. Aanvankelijk zou ik gebruikmaken van een ponton, maar die mocht vanwege de golfslag niet te ver van de kade vandaan. Toen ontdekte ik dat er een hoge autoferry door de baai heen en weer voer. Vanaf het 14 meter hoge dak zou ik prima foto’s kunnen maken. De rederij was bereid om mee te werken, mits ik de dienstregeling niet zou verstoren. Uiteindelijk ben ik vier dagen lang tien keer per dag op en neer gevaren. Per rit had ik 2 minuten om te fotograferen. De kapitein was zo vriendelijk om op de juiste plek steeds even de snelheid in te houden.”

U maakt geen gebruik van drones?

„Nee, bewust niet. De drone is mij te afstandelijk. Ik wil direct zien wat ik fotografeer, er voor mijn gevoel echt bij zijn, getuige zijn. Daarom ga ik zelf de hoogte in. Van Wittel heeft dat als schilder nooit kunnen doen. Hij moest het hebben van zijn verbeelding om op die manier perspectief te creëren.”

U hebt ooit een opleiding tot kunstschilder gevolgd. Is dat nog te merken?

„Mensen zeggen wel eens: je foto’s lijken wel geschilderd. Dat vind ik een groot compliment omdat ik net als een schilder een eigen compositie zoek. Ik heb bij dit project meer vrijheid genomen dan normaal. Van Wittel nodigde daartoe uit. Het was een genot om met zijn schilderijen in dialoog te gaan.”

www.hanswilschut.com

Caspar van Wittel

Caspar Adriaensz. van Wittel (1653-1736), ofwel Gaspare Vanvitelli, werd geroemd en geëerd in zijn tweede vaderland Italië. Hij schilderde in de zeventiende en achttiende eeuw Rome, Napels en Venetië tot in de kleinste details en beïnvloedde beroemde Italiaanse schilders van stadsgezichten als Canaletto en Bellotto. Van Wittel werd geboren in Amersfoort, vertrok rond 1673 naar Italië, verwierf daar naam en faam en keerde niet meer terug naar zijn geboorteland. Tegenwoordig bevindt het overgrote deel van zijn oeuvre zich in Italiaanse, Engelse en Spaanse collecties. In Nederland bevinden zich slechts enkele tekeningen en één gouache: ”Gezicht op Amersfoort” in Museum Flehite. Met de tentoonstelling ”Maestro Van Wittel – Hollandse meester van het Italiaanse stadsgezicht” eren Museum Flehite en Kunsthal KAdE van 26 januari tot en met 5 mei deze in Nederland vrijwel onbekende meester met een groot retrospectief.

www.kunsthalkade.nl