Fietsrondje langs 900 kilometer grens

5

Grenzen zijn belangrijk in de geschiedenis van Gelderland, de provincie met de meeste grenzen: de landsgrens met Duitsland en zes provinciegrenzen. Een 900 kilometer lange fietsroute voert langs de historische scheidingslijnen van wat ooit Gelre was.

De IJssel lijkt bij Marle de natuurlijke grens tussen Gelderland en Overijssel. Schijn bedriegt. De buurtschap nabij Wapenveld valt onder de Overijsselse gemeente Olst-Wijhe. Voor 1700 liep een tak van de rivier langs de westkant van Marle, dat toen een eiland was. Nadat die westelijke tak droogviel, werd Marle een Overijsselse enclave aan de Gelderse zijde van de IJssel. Vanuit Marle is Wijhe alleen per pont te bereiken.

Wat zuidelijker, bij het dorp Welsum, volgt de provinciegrens evenmin de IJssel. Door een verandering in de loop van de rivier wordt het Overijsselse Welsum, ook behorend tot Olst-Wijhe, eveneens aan landzijde geheel omgeven door Gelders grondgebied. Aan het begin van de negentiende eeuw hebben inwoners van Welsum en Marle wel verzocht of ze bij Gelderland gevoegd mochten worden, maar in de Tweede Kamer waren de meningen dusdanig verdeeld dat het er niet van kwam.

Betwist

Grenzen zijn dus niet altijd zo vanzelfsprekend. Soms volgen ze inderdaad oude geografische lijnen, zoals rivieren of moeraszones. Maar grenzen zijn altijd (ook) sociale constructies: door mensen ingesteld, veranderlijk en betwistbaar. In de loop van de geschiedenis zijn ze soms talrijke malen van plek en functie veranderd. Voor de grenzen van Gelderland gaat zeker op dat ze eeuwenlang zijn betwist en verlegd. Het grondgebied was ooit veel groter.

In de middeleeuwen behoorden Noord- en Midden-Limburg en een gedeelte van Noord-Rijnland-Westfalen als ”Overkwartier” bij het hertogdom Gelre. Aan weerszijden van de Maas, de huidige grens tussen Brabant en Gelderland, heerste vanouds rivaliteit. En ook met buren als Kleef, Münster, Utrecht en Holland waren er vele grote en kleine schermutselingen. Natuurlijke elementen en menselijk handelen vormden de grens met Zuid-Holland, die deels bestaat uit de rivier de Linge maar mede is bepaald door de vele conflicten tussen landsheren over de afbakening van hun grondgebied.

Tal van sporen van de lange Gelderse grensgeschiedenis zijn er onderweg te vinden voor wie de fietsroute ”De grenzen van Gelre” volgt. Een eerdere versie werd in 2018 ontwikkeld voor het Gelderse erfgoedfestival ”Over Grenzen”. Iris Dracht, die als historica de regionale geschiedenis van Gelderland, Brabant en Limburg bestudeert, en Dolly Verhoeven, bijzonder hoogleraar Gelderse en Nijmeegse geschiedenis, stelden de routegids samen.

De route volgt de grenzen van de huidige provincie Gelderland, langs de randen van de Veluwe, de Achterhoek en het Rivierenland, langs rivieren en dijkjes, door valleien en langs beekjes, maar ook over heide, door bossen en weilanden. Een zuidelijke lus voert door het voormalige Gelders gebied in Limburg en Duitsland. Tien historische grensregio’s kunnen zo worden aangedaan. De route is onderverdeeld in 44 trajecten van 20 tot 30 kilometer, die ook afzonderlijk te fietsen zijn. Voor Nederland is gebruikgemaakt van het systeem van fietsknooppunten. Per traject worden steeds de aanbevolen knooppunten vermeld, met daarbij suggesties voor een alternatieve terugweg.

Scharnierpositie

Grenzen waren belangrijk in de geschiedenis van Gelderland, zeggen Dracht en Verhoeven. „Tweeduizend jaar geleden liep de grens van het Romeinse rijk, de limes, al dwars door dit gebied. In de middeleeuwen had het hertogdom Gelre een scharnierpositie tussen oost en west. Het hertogdom zelf was toen verdeeld in vier kwartieren, elk met een eigen hoofdstad: de kwartieren van Arnhem, van Nijmegen, van Zutphen en van Roermond.” De eerste drie zijn nu nog te herkennen als Veluwe, Rivierenland en Achterhoek.

Het kwartier van Roermond of Overkwartier hoorde tot het einde van de zestiende eeuw bij Gelre. Het gebied was via erfrecht en huwelijk toegevallen aan het hertogdom, dat in de elfde eeuw rond de stad Geldern was ontstaan. Het Overkwartier, dat zich in de vijftiende eeuw uitstrekte van Mook tot Montfort en van Venray tot Viersen, ging voor Gelderland verloren tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In 1543 werd Gelre na decennia van strijd veroverd door keizer Karel V. Niet lang daarna voegde het zich bij de opstand tegen Karels zoon en opvolger, koning Filips II, en werd het onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Vanaf die tijd was Gelderland van belang als grensregio en bufferzone voor het westelijke deel van de Republiek. Verschillende malen hadden vanuit het oosten vijandelijke invallen plaats via Gelders grondgebied. Andere keren stak de vijand vanuit het zuiden de grote rivieren over. Na de napoleontische tijd werd Gelderland een van de provincies in het nieuwe Koninkrijk der Nederlanden. Ook toen bleef de rol van grens- en bufferzone bestaan. Tot ver in de negentiende eeuw waren veel Gelderse steden ingericht als vestingstad.

Stenen palen

Aan het verleden van Gelre herinneren onder andere stenen palen met de wapens van Gelre en Münster die sinds 1765 een definitieve grenslijn markeren. Ze zijn nooit weggehaald. Maar de mens laat zich niet begrenzen. Ook na het vaststellen van de formele afbakening tussen Gelre en Münster bleven de bewoners aan beide kanten veel contact houden. Ze spraken hetzelfde dialect, werkten aan de overzijde of vonden er een huwelijkspartner. Over en weer waren er allerlei familierelaties. Door de opkomst van nationale staten werd de grens vanaf de negentiende eeuw steeds harder. De overheid voerde douanewetten in, die uitnodigden tot smokkel. Vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstond een levendige en winstgevende smokkelhandel met onder meer paarden, sigaretten, zeep en boter.

Meer dan eens waren Gelderse grenzen ook godsdienstige markeringen. In de Republiek der Verenigde Nederlanden was het protestantisme de enige officieel toegestane godsdienst. Dat gold dus ook voor Gelderland. Het aangrenzende bisdom Münster bleef rooms-katholiek. Münsterse bisschoppen lieten kapellen bouwen net over de grens, zodat Gelderse rooms-katholieken daar in het geheim de mis konden bijwonen. Omgekeerd kerkten protestanten uit Münster in Gelderland.

Niet alleen in de Achterhoek kwam kerkelijk grensverkeer voor. Rooms-katholieken uit Barneveld bezochten eucharistievieringen op een boerderij op Utrechts grondgebied (zie ”Van Achterveld naar Arkemheen”). En inwoners van het Land van Maas en Waal staken in de zeventiende eeuw met pontjes de Maas over om in rooms-katholiek Brabant naar de kerk te gaan.

De grenzen van Gelre. Fietsen door historisch landschap, Iris Dracht en Dolly Verhoeven (red.); uitg. WalburgPers; 176 blz.; € 19,95

Van Achterveld naar Arkemheen: glas-in-loodramen en weidevogels

Zo op het oog lijkt er geen grens te bekennen in het vlakke, weidse landschap van polder Arkemheen. Weidevogels cirkelen in alle vrijheid rond. Links ligt Bunschoten, rechts zien we een stoomgemaal en in de verte Nijkerk. Een grens is er echter wel degelijk, pal naast het fietspad: het riviertje de Laak.

Van oudsher is de Laak hier de scheidingslijn tussen Utrecht en Gelderland. In middeleeuwse termen: tussen het Sticht, het territorium van de bisschoppen van Utrecht, en Gelre, het grondgebied van de hertogen van Gelre. Al rond 1200 werd de smalle stroom gekanaliseerd om water uit de veenontginning Nijkerkerveen af te voeren naar de Zuiderzee.

Arkemheen, nu een vogelreservaat, is een van de eerste polders van Nederland. De drassige grond langs de Zuiderzee werd gebruikt als hooiland en weiland. Boerderijen stonden op de hoger gelegen delen. Zolang er nog geen dijken waren, overstroomde het gebied geregeld. In 1356 kregen de inwoners van Nijkerk en Putten van de hertog van Gelre toestemming om de bedreigde grond te bedijken en stukken land droog te leggen.

Het stoomgemaal uit 1883 droeg jarenlang de naam Hertog Reijnout, naar de Gelderse hertog Reinald, die aan het begin van de vijftiende eeuw zijn positie op de westelijke Veluwe versterkte. Gelre was betrokken bij een oorlog tussen de graven van Holland en de heren van Arkel. Tijdens dat conflict werden Hoevelaken en Nijkerk in brand gestoken en geplunderd. Nadat de vrede was getekend, verleende Reinald Nijkerk in 1413 stadsrechten en vrijstelling van tol. Nijkerk bleef wel kwetsbaar voor aanvallen vanuit Utrechts gebied. In juni 1543 trok een garnizoen uit Amersfoort richting Nijkerk om het stadje te veroveren. De Gelderse legerleider Maarten van Rossem pareerde het offensief.

Waar grenskanaal de Laak uitmondt in de randmeren, eindigt de 22 kilometer lange fietstocht door de Gelderse Vallei. Die begonnen we op de Jan van Arkelweg in Achterveld, nog net provincie Utrecht, een rooms-katholieke enclave tussen protestantse plaatsen als Barneveld, Scherpenzeel, De Glind en Terschuur. Zonder de grens tussen Utrecht en Gelderland was Achterveld mogelijk nooit ontstaan. Een uit Barneveld verdreven pater droeg begin achttiende eeuw de mis op in een boerderij op Stichts grondgebied van de heren van Stoutenburg, die rooms-katholiek bleven. Ook roomse Barnevelders kwamen naar de eucharistievieringen. Rondom de boerderij groeide een dorpsgemeenschap.

Achterveld heeft nu, aan het begin van de Jan van Arkelweg, een rooms-katholieke kerk die middeleeuws oogt, maar pas in 1932 is gebouwd. De architect liet zich inspireren door oude abdijkerken in Zuid-Frankrijk. De gebrandschilderde glas-in-loodramen en kruiswegstaties zijn van de bekende beeldend kunstenaar Charles Eyck.

Onderweg richting Amersfoort fietsen we vlak langs Kasteel Stoutenburg, waar ooit franciscaanse minderbroeders woonden. Het eerste kasteel van Stoutenburg werd in de dertiende eeuw opgericht om de grens tussen Gelre en Utrecht te beschermen.

De stad Amersfoort is aanzienlijk uitgedijd naar Stoutenburg toe, maar aan de rand is de laatste tien jaar een natuurlijke buffer gecreëerd met de passende naam Bloeidaal. De route voert erdoorheen. In het ruige gebied leven karekieten, rietzangers, ijsvogels, tureluurs en watersalamanders en groeien planten als Spaanse ruiter, blauwe knoop, klokjesgentiaan en gevlekte orchis.

Ook een ander uitbreidingsgebied van Amersfoort is in de fietsknooppuntentocht opgenomen. Via Landgoed Hoevelaken, Holkerveen en het Nieuwe Laakpad, waar polder Arkemheen al zichtbaar is, belanden we in de wijk Vathorst. Langs nieuwe woningen en nog braakliggend bouwterrein komen we bij de Laak. Nog een paar kilometer naar de randmeren.

Voor de terugweg adviseert de gids een route dwars door de weidevelden van Arkemheen en door Nijkerk. Op de weg naar Barneveld slaan we, om in Achterveld terug te komen, rechtsaf naar de dorpen Zwartebroek en Terschuur. Als geboren en getogen Barnevelder weet ik dat we daarmee een historische grenspaal missen. Die markeert al enkele eeuwen de plek waar de gemeenten Barneveld en Nijkerk in elkaar overgaan. Een gemeentegrens weliswaar, geen provinciegrens.