Ds. Al-Chalabi: Nederland vergeet eigen christelijke wortels

Nederland
Ds. M.T. Al-Chalabi bij het veer in Brakel. beeld RD, Henk Visscher
13

Wat betekent Nederlander zijn voor u? Die vraag legden we voor aan dertien mensen met verschillende achtergronden en opvattingen.

Zijn voornaam Mohammed levert nog weleens wat verwarring op. „Bij de grens met Israël heb ik eens een paar uur vastgezeten. Daar hadden ze zoiets van: „Huh. Een gereformeerde dominee die Mohammed heet?”

Mohammed Tarek Al-Chalabi groeide op in een gezin waarvan de ouders inmiddels zijn gescheiden. Zijn vader woont sinds een aantal jaren in Qatar, een staatje in het Midden-Oosten. Zijn moeder heeft de Nederlandse nationaliteit. Zelf groeide hij op in Boskoop. In 2003 stond hij voor de Kamerverkiezingen op de lijst van Leefbaar Nederland. Sinds 2016 is hij predikant van de gereformeerde gemeente te Brakel. Vorige maand is hij getrouwd.

Ds. Al-Chalabi reist graag en heeft veel van de wereld gezien. „Ik heb kennisgemaakt met andere culturen, heb een tijdje in Engeland gewoond en ben vaak in Amerika geweest, maar als ik weer terugkom in dit kleine, platte landje, voel ik me thuis.”

Nederland heeft redenen te over om trots te zijn op de eigen identiteit en op de symbolen die daarbij horen, zegt ds. Al-Chalabi. „In de Verenigde Staten en in Engeland hangen op veel plaatsen de nationale vlaggen. In Nederland mag je maar op een paar dagen per jaar de vlag hijsen. Waarom gaan we zo krampachtig om met ons eigen verleden? Het lijkt er soms op dat we ons schamen voor het feit dat we Nederlanders zijn. Ook politici schijnen steeds minder te willen opkomen voor de Nederlandse waarden en normen. Hier en daar hoor je van wethouders die weigeren om ons volkslied te zingen, laat staan het zesde couplet: ”Mijn schild ende betrouwen”.

Ds. Al-Chalabi vindt Nederland vaak naïef. „Aan het einde van de Gouden Eeuw gingen de omringende landen verder in hun ontwikkeling, wij bleven erin steken. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zag je het Nederlandse leger op de fiets voorbijkomen en politici dachten dat de oorlog wel aan ons voorbij zou gaan.”

De vele immigranten die het land binnenkomen, baren de Brakelse predikant zorgen. „Sinds de jaren zeventig komen er grote stromen mensen de grens over, maar velen kennen onze taal niet, weten niets van de cultuur, zonderen zich af en weigeren zich aan te passen aan de gewoonten hier. Pim Fortuyn had dat scherp gezien. Hij had het over de vijfde colonne die werd binnengehaald, met alle gevolgen van dien. Dit is een onomkeerbaar probleem. De Amerikanen en de Britten hechten aan de eigen wortels, maar dat schijnt in Nederland niet te kunnen. Wij verloochenen onze traditionele christelijke normen en waarden.”

Nederland wordt steeds Europeser, multireligieuzer en multicultureler. „Onze identiteit lijdt daaronder. Nederland is een mooi land met een prachtige taal. Maar we komen meer en meer op de proppen met buitenlandse leenwoorden. Dat geeft vervlakking. Toen ik vanuit de wereld in de kerk kwam, las ik voor het eerst in mijn leven de Statenvertaling. Wat een prachtige taal. Maar je hoeft aan jongeren niet meer te vragen wat Deuteronomium betekent. Ze hebben echt geen idee. Taalbeheersing vraagt inspanning, maar we zijn zo gemakzuchtig.”

De drieslag God-Nederland-Oranje is ook buiten beeld geraakt, zegt ds. Al-Chalabi. „Als je goed kijkt, zie je in de geschiedenis van ons land de hand des Heeren. Maar de afval van God is enorm. Nederland is nog nooit zo welvarend geweest als nu, maar het heeft ons niet dichter bij de Heere gebracht. Toch gaat God door met Zijn eigen werk. Zijn werk is ook in Nederland nog niet klaar. Het wordt hier steeds drukker. Nederland raakt vol. Iedereen raakt daarover in paniek. Maar in het vaderland hierboven is nog ruim plaats. Daar komen er steeds meer bij, daar valt er nooit iemand af.”

Gert-Jan Segers, beeld ANP, Bart Maat.

Gert-Jan Segers, partijleider ChristenUnie: uiteindelijk op weg naar ander Vaderland

„Nederland is me dierbaar. Als ik langs de bollenvelden op m’n geboortegrond rijd, door de stad van m’n jeugd Leeuwarden loop, door m’n studentenstad Leiden fiets, voel ik me intens verbonden met dit land.

Acht jaar lang heb ik in het buitenland gewoond. Ook daar kan ik mijn weg vinden. Maar juist daar merkte ik steeds meer: ik ben een Nederlander. Ik realiseer me nu hoezeer ik ben gevormd door onze geschiedenis, cultuur, kerkelijke traditie.

Neem alleen al onze taal: in je eigen moedertaal kun je wonen, in een andere taal ben je altijd te gast. En we hebben een land om zuinig op te zijn. Onze rechtsstaat, de vrijheid om te kunnen geloven en je hart te laten spreken, ik koester ze zeer.

Tegelijkertijd besef ik ook: Nederlanderschap is niet mijn diepste identiteit. Juist doordat ik me zo verbonden voel met dit land, doen de lelijke dingen extra pijn. Ik denk dan aan het materialisme en individualisme in onze samenleving. Aan hoe eenzame mensen zich kunnen voelen omdat niemand naar hen lijkt om te zien. Aan hoe we in ons land met kwetsbaar leven omgaan. En hoe dit land bij het Evangelie vandaan is gedreven. Dan voel ik me soms een vreemde in eigen land.

Uiteindelijk ben ik op weg naar een andere plek. Nederland is niet mijn eindbestemming. Mijn diepste identiteit is in Christus en bij Hem horen is veel belangrijker dan het zijn van Nederlander. Die identiteit gaat ook over alle culturele en landsgrenzen heen.

Ik zie uit naar die plaats waar we zullen thuiskomen, waar alle volken in vrede zullen samenleven en waar ze allemaal een plek zullen hebben. Dat is mijn échte Vaderland.”

Annabel Nanninga, beeld ANP, Lex van Lieshout.

Annabel Nanninga, Eerste Kamerlid FVD: Amsterdam niet het middelpunt der aarde

„Als ik het Binnenhof op loop en op de Mauritstoren de Nederlandse vlag zie wapperen, dan ben ik me wel heel erg bewust van waar ik sta. Fysiek, in het politieke hart van ons land.

Maar ook bevangt mij een bewustzijn van mijn plaats in een traditie, op deze plek waar zo veel grote Nederlanders vóór mij onze democratie hebben gebouwd en gevormd.

En waar ook velen na mij dat zullen doen.

Als tenminste die ándere vlag op de majestueuze toren –dat schreeuwerig-blauwe spookgewaad met de cirkel gele sterren, dat ik probeer buiten mijn mooie uitzicht te houden– niet de overhand zal krijgen.

Als Amsterdammer, moet ik toegeven, leed ik een beetje aan ‘de Amsterdamse ziekte’; het idee dat de hoofdstad van Nederland, Amsterdam, het middelpunt der aarde is.

Ons Nederlanderschap kan verwateren door de te brede scope van de Europese waan, maar kan ook uit het oog (en daarmee uit het hart!) verdwijnen als men het blikveld te veel versmalt tot één gedeelte van Nederland.

Sinds ik de parlementaire democratie dien in de Eerste Kamer ben ik, samen met mijn verloofde, door Nederland aan het reizen. Daarbij genieten kleinere, oude plaatsen onze voorkeur.

Hoe is het licht in Enkhuizen, hoe klinkt de kerkklok van Zutphen, wat voor accent heeft men in Thorn?

Iedere keer dat ik op dinsdagmorgen het Binnenhof op loop, neem ik zo steeds meer facetten van ons mooie Nederland mee in mijn gedachten, als ik die vlag zie wapperen en weer een dag aan het werk ga.

Voor ons land.”

Antoine Bodar. beeld Rufus de Vries

Antoine Bodar, rooms-katholiek priester: Afgod voetbal als enig overblijvende religie

„In mijn jeugd van de jaren vijftig en aanvang zestig identificeerde ik mij vanzelfsprekend met Nederland. Met de rampjaren zestig en zeventig in kerk en maatschappij werd dat al minder.

Ik begon te reizen in Europa – aanvankelijk in Frankrijk, later in Italië en Duitsland en verbleef voor studie in Bazel, Londen en Florence.

Zo is Europa mijn vaderland geworden. Het daaraan bouwen verschaft mij een maatschappelijk ideaal. Sinds 1998 woon ik hoofdzakelijk in Rome en pendel vandaar met regelmaat naar het land waarvan ik de taal werkelijk geheel beheers. Liever was ik geboren in een groter taalgebied.

Of ik van Nederland hou? Matig. Regen, wind, vlakheid van land die zich gaandeweg meer paart aan platheid van manieren vervreemden mij. Niet minder de grover wordende directheid, de verloedering van het Nederlands en de afgod voetbal als enig overblijvende religie.

De vaderlander heeft het hart op de juiste plaats wanneer het gaat om hulp bij rampen elders. Dat bewonder ik. Hij toont zich de vrijgevige koopman die zijn geldzak op orde heeft.

Maar tevens geeft hij ervan blijk dat wie betaalt ook bepaalt. Vandaar de immer opgeheven vinger en onze abortusboot die over de wateren vaart. Want onze moraal, bepaald door de eigen particuliere vrijheid, is de enige die recht van bestaan heeft in ons hypercorrect eenheidsworst-denken, dat even onverdraagzaam als opdringend is – op straffe van uitsluiting.

Het verband dat alle landgenoten werkelijk identiteit verleent, bestaat niet meer, omdat het eigen gelijk en het eigen recht altijd leidend zijn.”

Lotte Jensen. beeld uitg. Vantilt

Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis: Ik zing het Wilhelmus uit volle borst mee

„Vaderland en Nederlanderschap zijn voor mij twee heel verschillende termen. Ik beschouw Denemarken als mijn vaderland. Ik ben daar geboren, mijn ouders zijn Deens en Deens is mijn moedertaal. Ik heb een sterke emotionele band met Denemarken, omdat mijn hele familiegeschiedenis ermee verbonden is. Nederlanderschap is een zakelijke term. Het betekent dat je de Nederlandse nationaliteit hebt, maar die heb ik niet. Toch voel ik me ook heel erg Nederlands, omdat ik hier opgegroeid ben en me hier thuis voel.

Dat ervaar ik bijvoorbeeld als ik beroepsmatig bezig ben, bijvoorbeeld als ik college over Vondel of Tollens geef. Soms geef ik lezingen in het buitenland en dan voel ik me een ambassadeur van dit land. Als ik de meerwaarde van de studie Nederlands moet verdedigen, voel ik ook een diepe verbondenheid met Nederland. Het gemak waarmee universiteiten op het Engels overgaan vind ik echt stuitend. Ik vind het ook heel eervol om mee te mogen denken als commissielid van de herijking van de Canon van Nederland, want kennis over het verleden versterkt je band met een land.

Maar het meest Nederlands voel ik me toch als supporter van de Oranjeleeuwinnen. Als het even kan, ga ik naar hun wedstrijden en zing ik het Wilhelmus uit volle borst mee. Dat is het Oranjegevoel in optima forma. Ik was wel even in tweestrijd toen ze de EK-finale in 2017 tegen Denemarken speelden. Ik heb toen ook het Deense volkslied meegezongen. Maar stiekem was ik toch heel blij dat Nederland als gastland won. Het Nederlandse vrouwenvoetbal had dat steuntje in de rug veel harder nodig dan de Denen.”

Eddy Bilder, beeld RD, Henk Visscher.

Eddy Bilder, burgemeester van Zwartewaterland (CDA): Verbonden met de Nederlandse geschiedenis

„De Nederlandse identiteit heeft voor mij persoonlijk alles te maken met de Nederlandse historie. De bijzondere ontstaansgeschiedenis van Nederland met de Tachtigjarige Oorlog is mij met de paplepel ingegoten. De kerk en het geloof spelen daarin een belangrijke rol. Ik woon en werk in een gemeente waar dat nog steeds het geval is.

Het dragen van eigen verantwoordelijkheid is een belangrijk kenmerk van Nederland. Dat begon al in de middeleeuwen, toen we de handen ineen moesten slaan in de strijd tegen het water. Op Koningsdag beleef ik die verbondenheid met de historie en het Huis van Oranje extra sterk. Die verbondenheid ervaar ik ook op Bevrijdingsdag, 5 mei, en tijdens dodenherdenking op 4 mei. Onze vrijheid heeft een voorgeschiedenis die tot dankbaarheid moet stemmen.

Ik frons ook weleens mijn wenkbrauwen. Bijvoorbeeld als veel inwoners opgewonden zijn als Nederland het Eurovisiesongfestival heeft gewonnen of rondom grote sportevenementen. Hoewel ik het natuurlijk best mooi vond toen iemand in Zwartewaterland een olympische medaille won.

Er is veel moois te zien in ons vaderland. Nederland kent veel mooie monumenten en fraaie steden met de kerk in het middelpunt en andere belangrijke openbare gebouwen daaromheen. De geschiedenis in steen gevat.

Ik heb iets met de Gouden Eeuw. In veel opzichten was Nederland toen toonaangevend. Zie ook de fraaie schilderijen uit die tijd die in het Rijksmuseum hangen. De Staten-Generaal gaven zelfs de opdracht om de Bijbel te vertalen, zodat iedereen in ons land die kon lezen. Het was een tijd van rijke zegen die we niet moeten vergeten.”

Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam. beeld ANP

Het vreemde omarmen met behoud van het goede

Ik beschouw het als tweerichtingsverkeer: Nederland heeft mij alle kansen gegeven om mijn talenten te ontplooien.

Het minste dat ik daarvoor terug kan doen is die talenten inzetten voor de Nederlandse samenleving.

In alle verhitte discussies over wat nu wel of niet tot de Nederlandse identiteit behoort, mis ik vaak het belangrijkste kenmerk: onze gastvrije geest.

Ons vermogen om het nieuwe, het vreemde te omarmen met behoud van het goede.

Belangrijk voor een handelsnatie die connecties heeft en zaken doet met de hele wereld.

Belangrijk voor de meest internationale stad van Nederland, waar in de loop der eeuwen zoveel culturen geworteld zijn.

Daarom voel ik mij thuis in Rotterdam.

Toch is je officiële nationaliteit maar een deel van je persoonlijke verhaal.

Waar je vandaan komt, wat je hebt meegemaakt en hoe je in het leven staat is evenzeer van invloed op je identiteit.

Dat geeft de samenleving diepte, en maakt het zo interessant om anderen te ontmoeten.

Mensen die hier enigszins voor huiveren, houd ik graag een Gulden Regel voor die bij alle levensbeschouwingen te vinden is: behandel je medemens zoals je zelf door hem of haar behandeld wilt worden.”

Esther Voet, hoofdredacteur NIW. beeld RD

„Ik vind geen plek op de wereld waar het beter is”

„Nederland is mijn vaderland. Hier ben ik thuis. Ik ben ontzettend trots op Nederland, je schijnt het niet meer te mogen zeggen, maar ik doe het toch. Ik ben trots op onze geschiedenis. Trots op deze drassige grond waar we een prachtig land hebben neergezet. Een land waar meer goed dan fout gaat, wat veel mensen overigens weigeren te erkennen.

Ook Joodse Nederlanders zijn al 400 jaar welkom en opgenomen in de maatschappij. Nederland staat voor tolerantie. Een keerzijde daarvan is lafheid. Verkeerde zaken moeten benoemd en aangepakt worden. Denk aan antisemitisme, aan de houding van sommige Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog of erkenning van ons slavernijverleden. Om het toenemend antisemitisme maak ik me zorgen. Blijft ons land op de lange termijn nog wel zo’n mooi land voor Joden? Als ik in een pessimistische bui ben waag ik dat te betwijfelen.

Ik heb veel gereisd, door landen als Malawi, Indonesië, India en de Verenigde Staten, ik vind geen plekken op de wereld waar het beter is dan hier.

In Nederland zijn we ons niet meer zo bewust van het feit dat we het zo goed hebben. Intens leven ervaar je meer wanneer je dichter bij de dood staat. Laten we dat beseffen en dankbaar zijn voor wat we hier hebben.

Ik voel me het meest Nederlander tijdens sportmomenten, zoals bij schaatsen, voetbal en wielrennen. Op Koningsdag heb ik ook een echt Oranjegevoel, ik vind dat een fantastische dag. Heel mijn huis is dan vol met neefjes en nichtjes en ik sta op de vrijmarkt. Ik heb datzelfde gevoel als in het Rijksmuseum ben. Hoe meer je van de geschiedenis kent, hoe meer je je Nederlander voelt.”

Ds. Bottenbley, baptistenpredikant in Amsterdam. beeld Sjaak Verboom

Pendelen tussen Nederland en Suriname

„Ik ben geboren en getogen in Suriname en kwam op 24-jarige leeftijd in Nederland aan, na eerst drie jaar gestudeerd te hebben in Brussel. Ik kom gemiddeld twee keer per jaar in mijn oude vaderland, waar ik onder meer kerkleiders coach. In februari ben ik er weer geweest en heb daar verschillende keren gepreekt. Het is altijd weer thuiskomen als je op Surinaamse bodem komt. Je merkt dat de cultuur en het temperament van Suriname je steeds weer doen opbloeien. Ik geniet van het ongecompliceerde en spontane tijdens de diensten, de manier waarop men „Amen, broeder”, „halleluja” roept. Dat emotionele is er bij de Nederlander niet, die is veel rationeler en terughoudender.

Tegelijkertijd ben ik wat betreft werkwijze en aanpak een echte Nederlander. Ik ben een harde werker, ga recht op mijn doelen af, ben accuraat. En dan voel ik me soms vervreemd van mijn cultuur. Ik voel me daarom helemaal thuis in Nederland. Ik realiseer me eigenlijk niet in mijn werken met Nederlanders dat ik een Surinamer ben. Ik ben één met hen. Hier worden de zaken in het kerkelijk leven degelijk aangepakt. Ik ben rationeel in het opstellen en realiseren van een visie.

In Nederland voel ik mij meer Nederlander dan in Suriname en in Suriname meer Surinamer dan Nederlander. Maar dat is geen probleem. Ik kan sowieso gemakkelijk schakelen, ook in mijn dagelijks werk. Ik probeer wat ik in Nederland geleerd heb toe te passen op het kerkelijk leven in Suriname. Dat werkt daar gewoon beter en je bereikt er meer mee. Voor mij geen tegenstrijdigheid tussen het oude vaderland en Nederland.”

Mei Li Vos, Eerste Kamerlid PvdA. beeld ANP

„Buik vol van identiteitsdiscussie”

„Ik voelde me voor het eerst Nederlander toen ik 25 was. Ik was toen in Indonesië voor een onderzoek en werd continu geconfronteerd met mijn Nederlanderschap. Hoewel ik mezelf er tot dan toe best Indisch uit vond zien, herkenden de Indonesiërs me van mijlen afstand. „Londo!” (Hollander!) riepen ze me na. Ze vonden mijn haren blond, omdat ik niet dat gitzwarte haar had dat zij hadden. Ook vonden ze me lomp lopen, als een robot, praatte ik te hard en wist ik het verschil tussen binnen- en buitenkleren niet. Wat Nederlanders immers dragen als het warm is zullen Indonesiërs hooguit binnen dragen, in de beslotenheid van het huis. Buiten kleed je je netjes, een T-shirt en een korte broek zijn niet netjes maar een pyjama.

Tot die tijd, en zeker in mijn puberteit, was ik vooral bezig met andere elementen van wie ik was. Te klein, te mager, te arm, geen kakker, geen feestbeest, maar een boekenwurm die het liefst tegen de kachel aan de bibliotheek verslond. Ik was vooral heel saai.

En nu heb ik mijn buik vol van die identiteitsdiscussie. Wat is dat voor een onzin dat je mensen aanspreekt of wegschrijft op een onderdeeltje van wie ze zijn? Hun huidskleur, afkomst of seksuele geaardheid? Ik ben tegenwoordig een cis-hetero, omdat ik zowel als vrouw als als hetero geboren ben. Ik ben ook een Chinees-Indo en hoor me blijkbaar daar de hele dag toe te verhouden.

Ik hoop dat het snel ophoudt, dat mensen aanspreken op wie ze zijn, dat verfijnde hokjesdenken. Ik hoop dat we het snel weer gaan hebben over elkaar volgens een wijze les uit mijn opvoeding: je spreekt mensen aan op wat ze doen, niet op wat ze zijn. Je bent geen stout kind, je doet stout.”

Hubert Slings, directeur entoen.nu. beeld Babet Hogervorst

Lotsverbondenheid, ondanks alle verschillen

„Mijn vaderland en mijn moedertaal: ik ben er blij mee en dankbaar voor. Niet als verdienste maar als iets dat me ten deel valt. Goed als iedereen die hier woont iets van de Nederlandse geschiedenis meekrijgt, maar wat mij betreft niet om daar trots op te zijn. Trots is geen woord meer dat ik onbekommerd in de mond neem. Het wordt me te vaak en graag gebruikt door personen en partijen bij wie ik me niet thuis voel. Die het gebruiken om anderen weg te zetten of buiten te sluiten. Het heeft ook iets belachelijks: „Die slag wonnen wij van de Spanjaarden!” Hoezo wij? En zeg je dan ook: „Die slaven vervoerden wij naar West-Indië”? Zorg dat je de balans bewaart. Het christen zijn helpt me om die balans in het oog te blijven houden. Grote persoonlijkheden uit de geschiedenis zijn tegelijkertijd gebrekkige mensen. Voorbeeldfiguren misschien, maar niet geschikt voor persoonsverheerlijking.

Ik voel me het meest Nederlander als Oranje speelt. Sport vind ik de enige legitieme vorm van wij/zij-denken. Gesublimeerd nationalisme. Waarbij mijn identiteit verrassend fluïde blijkt. Al sinds mijn middelbareschooltijd ben ik fan-op-afstand van voetbalclub PSV. Maar als die vervelende club uit Amsterdam in de Championsleague-finale komt, juich ik voor de doelpunten van 020.

En op momenten van nationaal belang, zoals bij de jaarlijkse Dodenherdenking. Of van de week bij de toespraak van de minister-president over de Corona-crisis. Op zulke momenten voel ik me wel nadrukkelijk deel van de Nederlandse natie. Lotsverbondenheid, deze dagen in de meest letterlijke zin van het woord. Ondanks alle verschillen moeten we het met elkaar zien te rooien.”

Dr. Roelof Bisschop, Tweede Kamerlid SGP. beeld RD

„Beeldenstorm bezig tegen christelijke cultuur”’

„We spreken allemaal dezelfde moedertaal. En ons vaderland is het land van onze voorouders. Dat laat voor mij zien dat er een band met het verleden is. Niet alleen met molens, tulpen, klompen, grachten en dijken, maar veel sterker nog: met het protestantisme, het Wilhelmus en onze Statenvertaling. Er is een bloedige strijd geleverd om ons geloof vrij te kunnen belijden. Daarin zie ik sterk de leiding van God in de vaderlandse geschiedenis. Dat stemt dankbaar, maar ik constateer tot mijn verdriet ook dat er een 21e-eeuwse beeldenstorm gaande is tegen onze christelijke cultuur. In de Kamer voelt het weleens alsof je in de bres moet springen. Als bijvoorbeeld artikel 23 onder vuur komt te liggen… Historisch besef helpt daarbij. Het belang van de oude vrijheden is weer springlevend!

Het is een voorrecht om Nederlander te zijn. Dat zeg ik niet zozeer omdat je bij een land hoort dat op veel scorelijstjes in de top 10 van de wereld staat, maar vooral omdat in ons land heel veel heel goed geregeld is. Bij alle terechte zorgen en klachten over problemen in zorg en onderwijs moeten we ook bedenken dat we ten opzichte van andere landen erg gezegend zijn. We hebben bijvoorbeeld een bijzonder stelsel van bijzonder onderwijs. Hoewel we de voorrechten van het Nederlanderschap graag gunnen aan anderen, bijvoorbeeld aan degenen die hier wegens vervolging komen, moeten we er ook zuinig op zijn. Asielzoekers die zich misdragen zouden het Nederlanderschap niet moeten krijgen en wie IS-strijder werd, moet het verliezen. Het is ook belangrijk dat nieuwe Nederlanders goed op de hoogte zijn van onze geschiedenis en cultuur.”

Ds. Schuurman, hervormd predikant te Oldebroek. beeld Arjen Gerritsma/Graphic Sound

„Dé Nederlandse identiteit bestaat niet”

„Als het gaat om de Nederlandse identiteit, denk ik vooral aan de Nederlandse taal en aan de geschiedenis die Nederland heeft gevormd tot het land dat het nu is. Dat geeft gelijk aan dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Want in Nederland worden in ieder geval twee talen gesproken; of nog meer, als we de dialecten ook rekenen als taal.

Ook de Nederlandse geschiedenis is niet eenduidig. We konden door de verzuiling al zien dat Nederland bestaat uit diverse minderheden. Omdat ik van huis uit christelijk gereformeerd ben, ben ik me er heel erg van bewust tot een kleine minderheid te behoren.

Doordat ik in verschillende regio’s heb gewoond, zie ik dat de regionale identiteit vaak de nationale identiteit sterk kleurt. Het meest Nederlander voel ik mij als er een groot sportevenement plaatsvindt of als ik in het buitenland met vakantie ben.

Omdat ik Nederlander ben, heb ik extra belangstelling voor Nederlandse componisten. Zo speel ik bewust veel Nederlandse orgelcomposities.

Verder merk ik vooral rond de dodenherdenking op 4 mei wat het voor mij betekent om Nederlander te zijn. De oorlog laat nog steeds sporen na. De herdenkingsdag is ook het enige moment dat ik mijn Nederlanderschap verbind met mijn geloof. Op zo’n moment betekent Nederland voor mij dat ik een veilig vaderland heb en dat we onze vrijheid aan de Heere te danken hebben.

In mijn jeugd heb ik wel meegekregen dat er een speciale band is tussen Nederland en God. Nu denk ik echter dat deze bijzondere band niet meer vol te houden is, en ook ten onrechte is gelegd.”