De oorlog eindigt pas in 1989

75 jaar vrijheid
Een Amerikaan filmt Russische militairen voor de Brandenburger Tor in Berlijn, mei 1945. beeld AFP
9

Terwijl de meeste mensen in de wereld reikhalzend uitkijken naar het einde van de Tweede Wereldoorlog, gebeurt er nog veel. In Duitsland vallen in de laatste dagen tienduizenden doden. In Nederland wordt er vooral oorlog gevoerd aan de onderhandelingstafel. Ook na de bevrijding is de strijd nog niet voorbij. Volgens sommigen is dat pas in 1989 het geval.

Om Duitsland op de knieën te dwingen, beginnen de westerse geallieerden en de Russen in 1945 de laatste grote aanvallen. De Amerikaanse opperbevelhebber Eisenhower ziet niets in een bloedig gevecht om de hoofdstad Berlijn. Ook een wedloop met de Russen om die stad ziet hij niet zitten. Het risico bestaat dat er onnodig veel doden vallen. De Sovjet-Unie krijgt daardoor de hoofdprijs. De westerse geallieerden bezetten noordelijke steden als Hannover en ook onder andere het zuiden van Duitsland, met München en het 150 kilometer verder gelegen Berchtesgaden. In dit Duitse dorpje, op de grens met Oostenrijk, bevindt zich het buitenverblijf van Hitler. Er gaan geruchten dat de Führer zich daar heeft teruggetrokken, maar dat blijkt niet te kloppen.

De Russen maken zich in het oosten klaar voor het laatste deel van hun opmars. De Slag om Berlijn begint op 16 april 1945. Het zal een van de bloedigste gevechten van de oorlog worden. Sovjetleider Stalin bedenkt een gruwelijk plan. Hij weet dat zijn topgeneraals Zjoekov en Konev allebei uiterst eergevoelig zijn. Beiden willen per se het centrum van de stad, waar de Rijkskanselarij en de Fürherbunker zich bevinden, als eerste bereiken. Stalin beslist dat de stad van twee kanten moet worden aangevallen. De scheidslijn loopt precies bij de plek waar Hitler zich moet bevinden.

Behalve het centrum van Berlijn hebben de Russen nog een doel op het oog. In Dahlem, aan de zuidkant van Berlijn, bevindt zich een instituut waar de Duitsers atoomonderzoek doen. De Sovjets willen het uranium en de kennis graag in handen krijgen. Ze weten niet dat het meeste uranium inmiddels is verplaatst naar het Zwarte Woud, waar de westerse geallieerden het in april voor het zeggen krijgen.

Zjoekov en Konev vallen in de vroege morgen van 16 april Berlijn aan. Er ligt zo’n zwaar spervuur van granaten op de stad dat Russische vliegtuigen die meedoen aan de aanval worden geraakt door de aarde die opspat bij het inslaan van explosieven. Konev maakt op de eerste dag vrij grote vorderingen. Maar Zjoekov ondervindt veel tegenstand. Vele duizenden soldaten sneuvelen op de eerste dag. Op sommige plekken moeten militairen over de lichamen van hun gevallen kameraden zich een weg naar voren banen.

De situatie in Berlijn wordt nijpend. Op 20 april, de 56e verjaardag van Hitler, valt het eerste artillerievuur op het centrum van de hoofdstad. Voedsel is er nauwelijks en het is voor de vele burgers in de gehavende stad moeilijk om aan water te komen. De verdediging is in handen van samengeraapte Duitse eenheden, die zijn aangevuld met oudere mannen en kinderen.

Intussen is het in het midden van Berlijn een komen en gaan van hooggeplaatste Duitsers. Enkele fanatiekelingen blijven bij Hitler. Anderen nemen afscheid en lichten de hielen. Onder degenen die zich nog even laten zien en daarna voorgoed vertrekken, is Hitlers vertrouweling Albert Speer. De architect, minister van Bewapening en hoofd van de organisatie die dwangarbeiders inzet, krijgt na de oorlog twintig jaar cel, terwijl de doodstraf waarschijnlijk meer terecht was geweest.

Een ander kopstuk, SS-leider Heinrich Himmler, probeert buiten medeweten van Hitler vrede te sluiten met de westerse geallieerden. Hitler komt het te weten en ontheft Himmler vanwege landverraad van al zijn functies. Himmler pleegt na zijn arrestatie op 23 mei zelfmoord. Zijn adjudant, Hermann Fegelein, die zich in Berlijn bevindt, wordt op bevel van Hitler op 29 april geëxecuteerd wegens medeplichtigheid aan het landverraad. Daarmee laat Hitler zijn eigen zwager doden. Fegelein is namelijk getrouwd met Gretl Braun, de zus van Eva Braun. Eva trouwt op diezelfde dag, 29 april 1945, met Adolf Hitler. Zes dagen na de dood van Fegelein bevalt Gretl van een dochter, die ze vernoemt naar haar zus Eva.

Terwijl de Russen het centrum van Berlijn veroveren, plegen Hitler en zijn vrouw op 30 april zelfmoord. De macht wordt overgedragen aan admiraal Karl Dönitz, die zich in Flensburg, bij de Deense grens, bevindt.

In de Führerbunker in Berlijn zijn inmiddels ook propagandaminister Joseph Goebbels, zijn vrouw Magda en hun zes kinderen. Op 1 mei vermoordt Magda haar kinderen, waarna zijzelf en Joseph zelfmoord plegen. Alleen een zoon uit het eerste huwelijk van Magda Goebbels, Harald Quandt, overleeft de oorlog. Hij erft het bedrijf van zijn biologische vader en wordt schatrijk.

Op 30 april veroveren de Russen het Rijksdaggebouw. Op 2 mei is de Slag om Berlijn voorbij. De gevechten kosten zowel aan Russische als aan Duitse zijde aan meer dan 80.000 militairen het leven. Wanneer daar de burgerdoden bij op worden geteld, gaat het aantal slachtoffers waarschijnlijk over de 200.000.

Intussen is ook op andere plaatsen de oorlog nog volop gaande. In Italië nemen partizanen op 28 april de voormalige leider Mussolini gevangen. Ze doden Mussolini en hangen hem en zijn maîtresse Clara Petacci ondersteboven op aan een benzinestation.

In het noorden van Nederland gaat de strijd tussen de geallieerden en de Duitsers in de nadagen van april in alle hevigheid door. Het oosten en delen van het midden van het land zijn goeddeels veroverd. In het midden van Nederland komt de geallieerde opmars tot stilstand.

Er wordt met de Duitsers onderhandeld over de situatie in het westen van het land. Met name in de grote steden heerst hongersnood. Het gebrek aan voedsel en brandstof is zo groot dat mensen sterven. Maar voedsel brengen kan niet zomaar. De belangen voor de strijdende partijen zijn groot. De Duitsers willen enerzijds goede sier maken bij de geallieerden, die hen ongetwijfeld na de oorlog zullen berechten. Anderzijds kent iedereen het standpunt van Hitler dat toegeven aan de vijand geen optie is. Hitler heeft bovendien op 19 maart de opdracht gegeven om alle belangrijke industriële objecten te vernietigen. Er wordt weliswaar niet volledig gehoor aan gegeven, maar het tekent wel de sfeer waarin de Duitsers onderhandelen. Ze willen de geallieerden niet te veel tegemoet-komen.

De geallieerden op hun beurt willen de Nederlandse bevolking van voedsel voorzien. En ook zij willen zich van hun beste kant laten zien. Na lange onderhandelingen met de Duitsers werpen op 29 april geallieerde bommenwerpers voedsel af boven het westen van Nederland. Deze actie wordt operatie Manna genoemd, naar het brood dat tijdens de woestijnreis van Israël uit de hemel kwam. Operatie Manna gaat de geschiedenis in als de redding voor hongerend Nederland. Dat is echter niet het geval. De nood wordt pas echt gelenigd als in de dagen na de bevrijding grote hoeveelheden vrachtwagens en schepen met eten in het westen arriveren. Operatie Manna draagt slechts voor een klein deel bij aan het bestrijden van de hongersnood.

Op 4 mei capituleren de Duitse troepen in Nederland, Denemarken en delen van Duitsland. Het is de bedoeling om voor Nederland op 5 mei de overgave te tekenen in hotel De Wereld in Wageningen. De Duitsers krijgen echter een dag uitstel, waarna de papieren pas op 6 mei in een kapotgeschoten boerderij in het buurtschap Nude, bij Wageningen, worden getekend. Op de documenten blijft echter de datum van 5 mei staan en hotel De Wereld blijft in de geschiedenisboeken de locatie van de overgave.

In de nacht van 7 op 8 mei komt er een definitief einde aan de oorlog in het westen, wanneer veldmaarschalk Wilhelm Keitel de algehele capitulatie van Duitsland tekent.

In Nederland vindt intussen nog een drama plaats. Op 7 mei schieten Duitsers om zich heen op de Dam in Amsterdam. De aanleiding zou zijn dat leden van de Binnenlandse Strijdkrachten hen willen ontwapenen. Er vallen 32 doden en vele gewonden.

Op Texel woedt op dat moment ook nog een felle strijd. Georgische soldaten die in het Duitse leger dienen, ontketenen op 6 april een opstand. De Georgiërs zijn eerder in de oorlog ingelijfd door de Duitsers. Wanneer ze doorkrijgen dat ze Texel moeten verlaten om in het oosten van Nederland te gaan vechten tegen de oprukkende geallieerden, binden ze de strijd aan met de Duitsers. De opzet mislukt echter. De Duitsers slaan terug en laten van het vasteland versterkingen aanrukken. De opstand kost het leven aan bijna 600 Georgiërs en ongeveer 100 bewoners van Texel. Schattingen over het aantal Duitse doden variëren van ruim 800 tot zo’n 2500. Op 20 mei 1945 landen Canadezen op Texel en maken zo een einde aan het drama. Texel wordt gezien als het laatste Europese slagveld van de Tweede Wereldoorlog.

Op Schiermonnikoog bevinden zich lange tijd nog 600 Duitse soldaten. Zij worden daar op 11 juni weggevoerd door de Canadezen. Intussen keren dwangarbeiders en andere ontheemden terug uit Duitsland. Dat gaat niet altijd even makkelijk. De infrastructuur in Duitsland is gedeeltelijk vernietigd en reizen is niet eenvoudig. Bovendien beschikt niet iedereen meer over de juiste papieren om Nederland binnen te komen. Bij thuiskomst blijkt de woning soms te zijn kapotgeschoten of inmiddels bewoond door anderen. Ook komen mensen tot de ontdekking dat familieleden zijn omgekomen.

Mensen die tijdens de oorlog samenwerken met de bezetter, worden ondergebracht in kampen als Westerbork en Vught. Het gaat om onder meer NSB’ers en hun gezinnen. In Westerbork verblijven landverraders enige tijd samen met Joden die nog niet terug kunnen naar hun woningen.

Diverse verraders krijgen lange gevangenisstraffen of worden ter dood veroordeeld. NSB-leider Anton Mussert krijgt op 7 mei 1946 de kogel op de Waalsdorpervlakte bij Den Haag. Een ander kopstuk van de NSB, Meinoud Rost van Tonningen, pleegt op 6 juni 1945 zelfmoord in de gevangenis van Scheveningen. Zijn vrouw Florrie houdt na de oorlog vast aan het nazisme. Ze krijgt de bijnaam ”de zwarte weduwe”. Ze overlijdt in 2007 op de leeftijd van 102 jaar. De kinderen van het echtpaar keren zich na de oorlog tegen het gedachtengoed van hun ouders.

De hoogste Duitse vertegenwoordiger in Nederland, Arthur Seyss-Inquart, krijgt tijdens de oorlogsprocessen in Neurenberg de doodstraf. Samen met enkele andere kopstukken van het Duitse Rijk wordt hij op 16 oktober 1946 opgehangen. Na de crematie van de hooggeplaatste oorlogsmisdadigers wordt hun as verstrooid. De hoogste SS’er in Nederland, Hanns Rauter, krijgt ook de doodstraf. Hij wordt in 1949 geëxecuteerd wegens oorlogsmisdaden.

Atoombommen dwingen Japan op de knieën

Terwijl in Europa een einde komt aan de oorlog, is in het Verre Oosten de strijd nog volop gaande. Amerikanen leveren met de Japanners felle gevechten op eilanden in de Grote Oceaan. Het doel is om zo dicht mogelijk bij de belangrijkste eilanden van Japan te komen en zo onder meer de hoofdstad Tokio te veroveren. Tokio krijgt op 10 maart 1945 het zwaarste bombardement uit de geschiedenis van de mensheid te verwerken. Er vallen meer dan 80.000 doden.

In maart 1945 bezetten de Amerikanen het kleine eiland Iwo Jima. Direct daarna maken ze de sprong naar het veel grotere Okinawa. De Japanners verzetten zich hevig. Zo’n 20.000 Amerikanen en 130.000 Japanners komen op Okinawa om het leven. Onder de Japanse doden zijn er velen die zelfmoord hebben gepleegd.

In Amerika wordt hard gewerkt aan een wapen waarvan velen de uitwerking niet kunnen overzien: de atoombom. Het doel is snel een einde te maken aan de oorlog. De Amerikanen verwachten namelijk een langdurige en bloedige strijd om steden als Tokio. Die verwachting is terecht. Japan rust de bevolking namelijk uit met onder meer bamboesperen om het land tot de laatste man te verdedigen.

Zware explosie

Op 16 juli 1945 wordt in de Amerikaanse staat New Mexico voor het eerst een atoombom tot ontploffing gebracht. De explosie is ongeveer duizend keer zo zwaar als die bij de zwaarste ‘normale’ bom die op dat moment in gebruik is. Bemanningsleden van de zwaarste bommenwerpers oefenen intussen in het diepste geheim op een aanval met een atoombom. De Verenigde Staten zetten hun grootste toestel in, de B-29 Superfortress, een 30 meter lang vliegtuig met een actieradius van meer dan 5000 kilometer.

Op 6 augustus stijgt de B-29 Enola Gay op met als doel Hiroshima. In de Japanse stad gaat het leven die ochtend zijn gebruikelijke gang. Wel moeten de burgers even de schuilkelders in omdat er een verkenningsvliegtuig over komt. Na een minuut of 25 mogen mensen weer naar buiten. Juist terwijl de schuilkelders leegstromen, verschijnt de Enola Gay. Het toestel werpt de uraniumbom Little Boy af. De bom komt op zo’n 600 meter boven de stad tot ontploffing. De enorme drukgolf en vuurzee vagen de stad voor een groot deel weg. Er komen ongeveer 80.000 mensen om het leven. In de periode erna verliezen nog eens tienduizenden mensen het leven als gevolg van de straling.

Drie dagen later, op 9 augustus, wil Amerika een atoombom gooien op de industriestad Kokura. Er hangt echter te veel bewolking. Na drie aanvalspogingen besluit de bemanning een alternatief doel te kiezen: Nagasaki. Ook hier is het bewolkt en ziet de bemanning te weinig. Op zo’n drie kilometer van het geplande doel wordt de plutoniumbom Fat Man afgeworpen. Dat gebeurt boven wat minder dichtbevolkt gebied. Er vallen zo’n 40.000 doden, waaronder negen Nederlandse krijgsgevangenen.

Sovjet-Unie

Intussen zit de Sovjet-Unie niet stil. Op 8 augustus vallen Russische troepen Japanners aan in onder meer bezette gebieden in Mantsjoerije, Mongolië en Korea. De overblufte Japanners, die geen aanval van de Russen verwachten, geven al snel de strijd op.

Op 15 augustus capituleert Japan. Enkele weken later, op 2 september, vindt de officiële overgave plaats aan boord van het Amerikaanse slagschip USS Missouri.

Spanningen tussen Oost en West

Direct op de Tweede Wereldoorlog volgt de Koude Oorlog. De term wordt bedacht door de Britse schrijver George Orwell, die in 1945 een epistel schrijft over de atoombom en de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De naam Koude Oorlog wordt gebruikt voor de periode tussen 1945, het einde van de Tweede Wereldoorlog, en 1991, het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Voor velen eindigt deze dreigingsoorlog in 1989 bij de val van de Berlijnse Muur.

De basis voor de Koude Oorlog wordt gelegd in februari 1945 tijdens de conferentie van Jalta. Op deze conferentie bespreken de westerse geallieerden en de Sovjet-Unie de naoorlogse situatie. Duitsland wordt verdeeld in gebieden die komen te staan onder invloed van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie. Het leidt na de oorlog tot de vorming van twee landen: Oost- en West-Duitsland.

Na de conferentie bericht een Duitse krant over de toestand in Roemenië. De krant schrijft dat Sovjetleider Stalin een ijzeren gordijn heeft laten zakken, waardoor voor de buitenwereld de nijpende situatie in Roemenië niet zichtbaar is. Propagandaminister Goebbels neemt de term IJzeren Gordijn enkele dagen later over in een toespraak.

Op 12 mei 1945, enkele dagen na de Duitse capitulatie, schrijft de Britse premier Winston Churchill over de Russen in een telegram aan de Amerikaanse president Harry Truman: „Een ijzeren gordijn is neergelaten voor hun front. Wij weten niet wat daarachter gebeurt. Het is nauwelijks aan twijfel onderhevig of alle gebieden ten oosten van de lijn Lübeck-Triëst-Korfoe zullen weldra volledig in hun handen zijn.” Churchill gaat de geschiedenis in als de bedenker van de term IJzeren Gordijn. Hij is echter niet de bedenker, maar wel degene die de term voor het eerst gebruikt op de manier waarop de term in de jaren erna wordt gebruikt.

De verdeling tussen het oosten en westen van Duitsland leidt tot zware spanningen. Een probleempunt is de situatie van Berlijn. Ook deze stad wordt in zones verdeeld. De stad ligt middenin het Russische deel van Duitsland. In 1948 worden wegen naar West-Berlijn afgesloten. Er dreigt een drama voor de bevolking. Om het westelijke deel van de stad te bevoorraden, stellen de westelijke mogendheden een luchtbrug in. Ruim tien maanden lang brengen toestellen voorraden naar Berlijn. In mei 1949 wordt de blokkade opgeheven en is West-Berlijn weer toegankelijk.

In de jaren die volgen, azen zowel de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten op kundige Duitse ingenieurs. Veel Oost-Duitsers kiezen ervoor om naar het westen te vertrekken. Als reactie daarop beginnen de Sovjets op 13 augustus 1961 met de bouw van de Berlijnse Muur. Families worden door deze afzetting van elkaar gescheiden. Pogingen om naar het westen te gaan, moeten velen met de dood bekopen.

Intussen is er een wapenwedloop gaande tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. De spanningen lopen hoog op wanneer de Russen in 1962 raketten willen installeren op Cuba. De Amerikaanse president Kennedy dreigt Russische schepen die kernkoppen naar het eiland vervoeren te zullen torpederen. Op het laatste moment keren de schepen om.

Na jaren van spanningen komt in 1989 het definitieve keerpunt, met de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 als meest kenmerkende moment.