Bijbelse kunst als online evangelisatie

De Dordrechtse kunstenaar Jan van ’t Hoff maakte een serie schilderijen met Bijbelse voorstelling, die hij als evangelisatiemiddel gebruikt op internet.  beeld RD, Anton Dommerholt
5

Jan van ’t Hoff (60) uit Dordrecht is beeldend kunstenaar. Al ziet hij er niet direct zo uit. Niets buitenissigs, niets alternatiefs. Wel talentvol, hardwerkend en gedreven om met zijn schilderijen mensen te verleiden om de Bijbel open te slaan en te gaan lezen.

Sinds een week is de website gospelimages.com in de lucht. Meer dan vijftig kunstwerken staan erop, die de Bijbelse geschiedenis in beeld brengen. Van ’t Hoff werkte er jaren aan, zag het als zijn opdracht om de gaven die hij kreeg „tot Gods eer te besteden.” „Als jongen las ik daarvan in het jeugdblad Daniël en besefte dat ook mijn talenten van tekenen en schilderen in Gods dienst besteed mochten en moesten worden.”

De jonge Jan groeit op in het Zeeuwse Oosterland, „gezegend met godvrezende ouders.” „Voor de havo-opleiding ging je toen naar Zierikzee, om leraar tekenen te worden moest je naar de TeHaTex in Tilburg – een opleiding voor tekenen, handvaardigheid en textiele vormgeving. Mijn vader en moeder maakten er geen zwaarwegend punt van, hoewel ik in een rooms-katholieke omgeving terechtkwam, met als vluchtheuveltje de evangelisatiepost van Van Dooijeweerd.”

Ingrijpender was de verhuizing naar Kampen, waar op initiatief van prof. Rookmaaker in 1978 gestart werd met een Christelijke Academie voor Beeldende Kunst in de voormalige Van Heutszkazerne. „Rookmaaker en zijn vriend Francis Schaeffer hebben met hun boeken mijn denken over kunst en cultuur diepgaand beïnvloed. Helaas stierf Rookmaaker in 1977, voordat de Kamper Kunstacademie een feit was.”

Maar het was Joop Kruip die Van ’t Hoff „werkelijk leerde schilderen.” Deze Aaltense kunstenaar was als hoofddocent aan ‘Kampen’ verbonden. Hij vond het onzin om tussen twee lesdagen terug te reizen naar de Achterhoek en bewaarde op de zolder van de kazerne een tentje, slaapzak, hamer en spijkers. Na college sloeg hij op zolder letterlijk zijn tent op.

Onder de maat

Kruip wekte ook Van ’t Hoffs interesse voor monumentale kunst; kunstvoorwerpen die in de architectuur zijn opgenomen of in de publieke ruimte worden geplaatst. „Denk maar aan mozaïeken of glaskunst. In de jaren 50 en 60 was het nog zeer gewild, nu wordt het soms als oubollig gezien. Verder ervaarde ik de kunstopleiding als onder de maat. De kwaliteit van onderwijs was matig en de identiteit vermagerd. Totdat de joods-christelijke kunstenaar Marc de Klijn kwam lesgeven in grafische vormgeving. Voor hem was identiteit wel heel belangrijk.”

Van ’t Hoff volgde Bijbelstudies, en begon op godsdienstig gebied een jarenlange zwerftocht. „Ik bezocht een tijdlang vrijgemaakt-gereformeerde diensten, weer later kreeg de charme van de charismatische beweging vat op me. Gebedsgenezers als Jan Zijlstra boeiden mij, het Evangelisch Werkverband trok mij aan. Tot ik uiteindelijk inzag dat deze stroming even gevaarlijk is als de vrijzinnigheid. Na grondig onderzoek te hebben gedaan naar de wortels van de charismatische beweging mocht ik in de Dordtse Gereformeerde Bondsgemeente terugkomen, onder het beslag van het Woord en de Drie Formulieren van Enigheid.”

Diepste identiteit

Na zijn studie vestigde Van ’t Hoff zich in Rotterdam als zelfstandig kunstenaar. „Ik kreeg opdrachten uit het bedrijfsleven, maar ook van particulieren. Uit de ene opdracht volgde de andere. Veel grafisch werk en portretten. Een goede periode daar; ik ontmoette er mijn vrouw.” In 1991 vertrok Van ’t Hoff naar Dordrecht en veertien jaar later vestigde hij zich in het cultuurcentrum van Dordrecht, de Voorstraat.

Een straat, die tegelijk als dijk functioneert, waar antiquairs, kunstenaars, galeriehouders en architecten elkaar hebben opgezocht. Hoewel de leegstand, die zoveel binnensteden teistert, ook hier heeft toegeslagen. „Maar toeristen die Dordrecht bezoeken, slaan deze straat met monumentale panden en winkeltjes niet over. Mijn schilderijen met Bijbelse voorstellingen leiden zo nogal eens tot een goed gesprek.”

Hoe typeert u zelf de mens Van ’t Hoff?

Na enig aarzelen: „Natuurlijk, ik ben echtgenoot, vader, grootvader. Maar mijn diepste identiteit ligt uiteindelijk in Christus, door Wie alle dingen bestaan.”

Hoe typeert u de kunstenaar Van ’t Hoff?

„Tekenen en schilderen zijn een tweede natuur voor mij geworden. Ik noem mijzelf een Hollandse (post)impressionist of een klassiek realist. Maar wat zegt een naam? Vormen, licht en donker, dieptewerking, het fascineert mij geweldig. Ik houd van een ambachtelijke benadering van de kunst en schilder het liefst mensen in hun leefomgeving, maar ook onderwerpen uit de Bijbel.”

Wat wilt u met de website gospelimages.com bereiken?

„De serie schilderijen verbeeldt hoofdmomenten uit de Bijbelse geschiedenis. De grote lijn van schepping, zondeval en het verlossingsplan van God wordt zichtbaar. Daarbij hoop je dat ook anderen deze boodschap gaan begrijpen en geloven. Hoewel ik zoveel mogelijk de Bijbels-historische gegevens verwerk in mijn schilderijen, blijft het een weergave van mijn interpretatie. Paulus schrijft aan de Galaten dat hij hun Jezus Christus „voor ogen geschilderd” had. Daar streef ik ook naar.”

Zijn er ook dingen die u niet wilt of durft schilderen?

„Het is helder dat we God niet kunnen en mogen afbeelden. Maar ook het lijden van de Heere Jezus laat zich niet uitbeelden. Dat heeft een diepte die voor een mens niet is te bevatten. Daar moet je van afblijven.”

Toch schuwt u het afbeelden van de Heere Jezus niet.

„Ik ga er redelijk terughoudend mee om. Bij de opstanding bijvoorbeeld, schilder ik het lege graf. We moeten ons echter realiseren dat Jezus God en mens tegelijk was, de twee naturen zijn niet gescheiden, maar we mogen en moeten ze wel onderscheiden. Het Concilie van Chalcedon noemde deze twee naturen onvermengd en onveranderd, maar ook ongedeeld en ongescheiden. Jezus was zichtbaar voor de mensen om Hem heen en wat zij zagen was een gewone menselijke gestalte. Aan Zijn uiterlijk was de goddelijke natuur niet af te lezen. In de schilderijen maak ik gebruik van bepaalde uiterlijke kenmerken die door de kunstgeschiedenis heen zijn gebruikt om Jezus aan te duiden. Op die manier kan ik duidelijk maken dat ik Jezus bedoel, ook zonder te weten hoe Hij er werkelijk uitzag. Ik schilder dus eigenlijk een symbool. En wat is dan ten diepste het onderscheid tussen Jezus afbeelden als symbool, zoals het ichthusteken, het Griekse kruis of het Lam, of Hem afbeelden als een mens, zoals wij mens zijn? Waarbij zowel het symbool als de afbeelding van de menselijke gestalte vanzelfsprekend nooit bedoeld is om te aanbidden.”

Kunnen bezoekers van de website ook reageren en er hun vragen kwijt?

„Er is een mailbox geopend. Eerst wil ik afwachten hoe de reacties zijn en dan bepalen welke ‘nazorg’ het best tot zijn recht komt. De beelden van de schilderijen zijn vrij te downloaden. De uitgever Art Revisited, die hoogwaardige kaarten (giclees) produceert, wil ze opnemen in zijn collectie en werkt ook aan een aparte website met alleen Bijbelse afbeeldingen.

Het gaat echt om de verspreiding van het Evangelie. We zien de afbraak van het christendom om ons heen, het kerkelijk meeleven taant, kerken lopen zelfs leeg. Kennis van de Bijbel ontbreekt steeds meer. Dat maakt het gesprek tussen kerk en wereld steeds moeilijker. Maar zoals Noach het volk waarschuwde, zo moeten ook wij alle middelen inzetten om de boodschap van het Evangelie in de samenleving te presenteren. Te waarschuwen voor de dreiging, te wijzen op de zegen en de belofte.”