Bess Truman wilde „vergeten worden”

Presidentsvrouwen
Bess en Harry Truman. beeld ANP
3

Het was een van de gelukkigste dagen in het leven van Bess Truman; 20 januari 1953. Toen kon ze samen met haar man de deur van het Witte Huis achter zich dichttrekken. The Boss, zoals Harry S. Truman haar altijd noemde, was dolblij definitief te kunnen terugkeren naar hun geboortestreek: het platteland van Missouri. „De jarenlange kwelling is voorbij”, zei mevrouw Truman tegen haar dochter. „Ik ben gelukkig first lady af.”

Jij vicepresident? Weet je wel wat dat betekent, vroeg Bess Truman op hoge toon haar man Harry S. Truman toen die vertelde door Roosevelt te zijn gevraagd om diens plaatsvervanger te worden. „Als FDR sterft, word jij president!” Natuurlijk wist Truman dat. Maar zijn vrouw sprak daarmee haar grote bezwaar en diepe afkeer uit. Dat haar Harry mogelijk de zware last van het presidentschap op zijn schouders kreeg en zijzelf dientengevolge first lady werd, was het laatste waar zij naar verlangde.

Nadat Harry S. Truman 82 dagen schaduwpresident was geweest, gebeurde waar Bess steeds bang voor was geweest. In de namiddag van 12 april 1945 kreeg zij een telefoontje. Harry was aan de lijn. Of ze samen met hun dochter Margaret direct een taxi naar het Witte Huis wilde nemen. „En trek iets stemmigs aan”, zei hij er nog bij. Toen Bess Truman bij de presidentiële ambtswoning aankwam, was het haar direct duidelijk. President Franklin D. Roosevelt was gestorven. In een sobere, besloten bijeenkomst legde Truman de eed af en daarmee was Bess automatisch first lady.

Op de foto’s die direct daarna werden gemaakt, kijkt mevrouw Truman bepaald niet blij. Aanvankelijk dachten de media dat dit kwam door het overlijden van Roosevelt, maar binnen een paar weken waren ze er achter dat deze enigszins sombere, bijna norse blik standaard was zodra de lens op Bess Truman werd gericht. Haar oude vriendinnen misten haar vriendelijke, enigszins spottende glimlach.

Eerste optreden

De nieuwe rol was Bess Truman „een kwelling.” Publieke optredens probeerde ze zo veel mogelijk te vermijden. Alleen waar nodig gaf ze acte de présence. Wellicht had dit niet alleen met haar afkeer van de schijnwerpers te maken, maar ook met het mislukken van haar eerste optreden als first lady. Ze moest een vliegtuig dopen. Maar de autoriteiten hadden vergeten de champagne in een licht breekbare fles te doen. Toen mevrouw Truman de fles tegen de neus van het toestel gooide, brak die niet.

Diverse volgende pogingen mislukten totdat een werktuigkundige ervoor zorgde dat er in een andere fles een barst kwam, zodat deze gemakkelijk stukgegooid kon worden. Maar helaas, ook daarbij ging iets fout. De fles ontplofte in de handen van mevrouw Truman, waardoor zij onder een douche van champagne kwam te staan. De aanwezigen hadden groot plezier, evenals president Truman. Hij grapte dat de beste basketballer van Independence, wat Bess ooit was, haar vaardigheid had verloren. Daarop zei de first lady: „Jammer dat ik die fles niet naar jouw hoofd heb gegooid.”

De ambities van Bess Truman lagen niet in Washington maar elders, op het platteland van de Amerikaanse Middenwesten. Zij begeerde vooral een stil en teruggetrokken leven te leiden in haar geboortestreek.

Levenslicht

In het plaatsje Independence in de staat Missouri zag Elisabeth Virginia Wallace op 13 februari 1885 het levenslicht. Haar ouders behoorden tot de rijkeren van het stadje. Bess, zoals ze haar leven lang werd genoemd, was de oudste van het gezin. Na haar volgden er drie jongens.

Het kantelmoment van geluk en verdriet lag voor Bess Wallace in 1903, toen haar vader zich het leven benam. De oorzaak voor deze wanhoopsdaad is nooit helemaal opgehelderd, maar aangenomen wordt dat hij geen uitzicht meer had, vanwege hoge schulden en overmatig drankgebruik. „De dood van haar vader was een last die ze blijvend droeg”, schrijft dochter Margaret in de biografie over haar moeder. „Het maakte haar overbezorgd over familieleden en vrienden. Toen vader eenmaal president was, had moeder dagelijks de angst dat journalisten achter dit verdrietige familiegeheim zouden komen.”

Bess Wallace trouwde in juni 1919 op 34-jarige leeftijd met de 35-jarige Harry Truman. Hoewel ze elkaar al vanaf de lagere school kenden, leek een huwelijk tussen beiden jarenlang uitgesloten. Weliswaar was Harry als schooljongen bekoord geraakt door de „prachtige gouden krullen en de zeldzaam mooie blauwe” ogen van Bess, maar voor haar was hij toch maar „een boerenjongen zonder veel beschaving.”

Met de tijd verdwenen blijkbaar die bezwaren, want na de terugkeer van Harry uit Europa –waar hij vocht in de Eerste Wereldoorlog– gaf zij hem haar jawoord. „Ze vormden een hecht koppel”, schrijft dochter Margaret. „Waarbij vooral vader steunde op moeder. Zonder haar kon en was hij niks. Moeder was hem zeer toegewijd.”

Campagnetochten

Min of meer tegen de zin van Bess besloot Harry begin jaren dertig de politiek in te gaan. Ondanks haar bezwaren tegen die keus vergezelde ze hem trouw op alle campagnetochten. Toen hij in 1934 werd gekozen als Democratisch senator voor de staat Missouri verhuisden Harry en Bess met hun enige dochter naar Washington. Daar betrok het gezin een vijfkamerappartement, een eenvoudig onderkomen vergeleken met de woning van veel andere senatoren.

Bess Truman vond het prima. Ze had een afkeer van allures, deed niet mee aan het uitgaansleven; ze wilde gewoon moeder en huisvrouw zijn. Een huishoudelijke hulp wilde ze ook niet hebben. En ze verlangde dat Harry ook gewoon zijn huiselijke plichten waarnam. Elke avond was bijvoorbeeld de afwas zijn deel. In het bestuurscentrum van de VS voelde Bess zich nooit helemaal thuis. Wanneer het vergaderseizoen, dat toen jaarlijks van januari tot juni liep, was afgelopen pakten ze zo snel mogelijk de koffers om terug te reizen naar Independence, waar het gezin dan de rest van het jaar verbleef.

Ook als presidentsvrouw wilde Bess vooral zo gewoon mogelijk blijven. Dat verlangde ze ook van haar man. Toen in 1951 toenmalig Congreslid en latere president Richard Nixon en zijn vrouw een receptie van de president bezochten, zeiden ze na afloop: „De Trumans hebben de gave om zonder kapsones waardigheid te tonen.” Juist vanwege haar eenvoud droeg het personeel van het Witte Huis Bess op handen. „Als het nodig is pakt ze zelf de bezem. Ze is altijd bezorgd of we niet te hard moeten werken.” De vroegere perschef van Roosevelt, Jonathan Daniel, zei in 1949 in een interview: „Bess Truman is een vrouw die niet veranderd is door de verhuizing naar het Witte Huis. Ze is vastbesloten zichzelf te blijven.”

Postuur

Juist vanwege die eenvoud werd ze in de media echter bestempeld als een ”boerentrien”. Ze schreven dan dat ze weinig smaakvolle kleding droeg, die ze ook nog eens bij voorkeur zelf maakte. Ongetwijfeld zal haar gezette postuur ook hebben bijgedragen aan die negatieve beeldvorming. Feit is dat Bess Truman weinig geld voor zichzelf uitgaf. Ook toen ze first lady was liet ze zich door haar chauffeur brengen naar de drogisterij waar ze, net zoals vroeger, voor 3 dollar shampoo en andere verzorgingsmiddelen kocht. „Ik heb geen reden dat te veranderen”, zei ze eens.

Een belangrijker reden voor de misprijzende toon in de media was dat journalisten er maar niet in slaagden om Bess Truman te spreken te krijgen. Anders dan haar voorgangster Eleanor Roosevelt, die zeer geregeld persconferenties gaf, heeft mevrouw Truman er in haar hele leven maar één gegeven. En daarvoor moesten de journalisten nog vooraf de vragen indienen, zodat ze de antwoorden kon opschrijven om die vervolgens tijdens de ontmoeting met journalisten voor te lezen.

Toen kort nadien de paparazzi de secretaresse vroegen wat de first lady bij een officiële bijeenkomst zou dragen, riep Bess: „Laten die idioten ophouden zulke onbenullige vragen te stellen.” Op de onverhoedse vraag van een journalist tijdens een receptie waarom ze niet vaker met de pers sprak, zei ze: „Ik ben niet degene die is gekozen. Daarom heb ik in het publiek niets te melden.” Ze koesterde zich in de schaduw van haar man en liet zich daaruit niet wegsleuren door het journaille.

Belangrijk adviseur

Maar thuis zweeg Bess niet. Gevraagd en ongevraagd gaf ze Harry advies over allerlei staatszaken. Toen hij senator was, noemde hij haar „zijn belangrijkste adviseur.” Maar dat veranderde toen hij Roosevelt was opgevolgd. Op één, belangrijk moment ging hij zijn eigen gang: het besluit in augustus 1945 om de atoombom in te zetten. Bess hoorde ervan via de media. Ze was ziedend. Van adviseur was ze plotseling toeschouwer geworden. Dochter Margaret schrijft: „Moeder voelde dat ze overbodig was geworden. Dat gevoel, gecombineerd met haar afkeer van het presidentschap van vader, had een smeulend vuur van agressie met emotionele verwijdering tot gevolg.”

In de jaren dat Harry S. Truman president was, koos Bess er vaak voor om langere tijd naar Independence te gaan. Harry vond dat verschrikkelijk en schreef op smachtende toon dat hij niet zonder haar kon. Zij liet zich echter niet vermurwen. Ze was ontstemd toen hij zich in 1948 verkiesbaar stelde en bepaald niet blij dat hij –tegen veler verwachting in– ook nog eens herkozen werd. De voor Harry Truman bepalende gedachte dat hij een historische roeping had te vervullen, maakte haar soms furieus. Dat maakte ze eens duidelijk door op een kerstdag allerlei brieven een voor een in de open haard te gooien. Toen Harry dat zag riep hij: „Wat doe je nu. Denk om de geschiedschrijving.” Het ontnuchterende antwoord van Bess was: „Dat doe ik ook. Ik wil vergeten worden.”

Bess Truman hunkerde naar een normaal huiselijk leven zonder allerlei verplichtingen. Daarom stak ze er een stokje voor toen haar man zich in 1952 opnieuw verkiesbaar wilde stellen. „Het is genoeg geweest”, zei ze tegen hem. Meer zat er voor Harry niet in. Hij moest The Boss gehoorzamen. Zij wilde nog een aantal jaren samen hebben. Na het overlijden van Harry S. Truman in 1972 zei ze: „De laatste twintig jaar waren veel beter dan de twintig die daarvoor lagen.”

Presidentsvrouwen