Atlantikwall: kaalslag langs de kust

Atlantikwall
Bunker bij Hoek van Holland, een van de vele overblijfselen van de Atlantikwall. beeld RD, Anton Dommerholt
5

Driekwart eeuw geleden werd de Nederlandse kuststreek leeggeveegd. De mensen moesten weg, de gebouwen ook. De Duitse bezetter veranderde de strook langs de Noordzee in een verdedigingslinie. Voor de bevolking was het diepingrijpend.

De invasie van de geallieerden komt voorlopig niet; ze zijn er niet klaar voor, verzekerden Duitse militaire adviseurs Hitler. Maar de Führer was er niet gerust op. Al in december 1941 gaf hij opdracht de westkust van het Europese vasteland te veranderen in een onneembaar vestingwerk. Van de noordelijkste punt van Noorwegen tot de Frans-Spaanse grens, duizenden kilometers lang.

Daarvoor moest veel wijken, maar dat weerhield Hitler niet. Ook Nederland ondervond de gevolgen van de aanleg van de Atlantikwall. In april 1942 begon de bouw van kazematten, kustbatterijen, tankgrachten en andere verdedigingswerken. De woningbouw viel stil; alle bouwmaterialen moesten naar de kust.

Veel Nederlandse aannemers en arbeiders deden graag aan de klus mee, want het verdiende goed. Anderen weigerden echter zich in te spannen voor de instandhouding van het gehate naziregime. De meeste opdrachten gingen naar bedrijven die openlijk met de bezetter collaboreerden.

Afbraak

Voor burgers werden het strand en de duinen verboden terrein. Woningen dicht bij de kust waren alleen maar lastig. Uit strategisch oogpunt vormden ze zelfs een risico. Daarom besloten de Duitsers een strook vrij te maken van bebouwing.

Meer dan 300.000 Nederlanders werden gedwongen hun huis achter te laten en voor jaren ergens anders onderdak te zoeken. Zo’n 15.000 gebouwen werden afgebroken voor het creëren van vrij schootsveld en de aanleg van tankgrachten.

Later –met name begin 1944– zetten de Duitsers her en der sluizen open, zodat grote gebieden onder zout water verdwenen. Ook daardoor wilden ze een geallieerde opmars verhinderen, maar het had wel tot gevolg dat tienduizenden mensen huis en haard moesten verlaten. Vruchtbaar landbouwgebied werd voor jaren onbruikbaar.

De autoriteiten waren niet overal goed voorbereid op de volksverhuizing, want niemand had verwacht dat zo veel mensen zouden moeten vertrekken, stellen de drie auteurs van het pasverschenen boek ”Verdreven voor de Atlantikwall. Ontruiming en afbraak van de Nederlandse kuststreek 1942-1945”.

Kaalslag als kans

De aanleg van de verdedigingslinie richtte onherstelbare schade aan. De Atlantikwall werd na de bevrijding zo veel mogelijk onttakeld, maar de bouw ervan had blijvende gevolgen voor het aanzicht van de kustplaatsen. Dorpjes als Petten in Noord-Holland, Ter Heijde in het Westland en Goedereede-Havenhoofd op Goeree-Overflakkee waren zelfs volledig afgebroken.

Die blijvende gevolgen waren overigens niet altijd onwelkom. Bestuurders kregen door de kaalslag langs de kust de gelegenheid vernieuwingen door te voeren. Zo merkte burgemeester Van Alphen van Zandvoort eind 1942 bij een bespreking met de slopers Brusse & Teeuw en zijn wethouders op dat „we op deze wijze mooi afkomen van het rommeltje aan de Burgemeester Engelbertstraat.” Zijn collega Ritmeester in Den Helder liet zich in september 1946 ontvallen dat „een groot voordeel van de oorlog is dat al die nare, akelige huizen verdwenen zijn.”

Dat het bevel tot evacuatie werd uitgevoerd, wijkt niet af van de inschikkelijke houding die een groot deel van de bevolking tijdens de gehele bezetting toonde, stellen de schrijvers van het nieuwe overzichtswerk. „Opmerkelijk is echter dat bij de grootschalige afbraak een nieuw fenomeen optrad. De daad van het slopen zelf werd niet meer als negatief ervaren, maar juist als een kans. En daar werd openlijk en zonder schaamte over gesproken. Een dergelijke vrij beleden omkering van waarden is tijdens de bezetting niet op een dergelijke schaal voorgekomen.”

De wederopbouw bestond dan ook niet uit letterlijke reconstructie van alle huisjes, sloppen en stegen die er voor de ontruiming van het kustgebied waren geweest. Het betekende dat veel mensen niet op dezelfde plaats terugkeerden en dat sociale buurtverbanden blijvend werden verbroken. Het vergrootte soms het leed dat de grootscheepse evacuatie had aangericht.

Onderbelicht

Littekens in het landschap herinneren aan de gebeurtenissen van 75 jaar geleden. Er zijn Atlantikwallmusea in IJmuiden, Noordwijk, Scheveningen, Hoek van Holland en Zoutelande, en ook Vlieland wil bunkers inrichten als museum.

In de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog kregen de militaire aspecten van de aanleg van de Atlantikwall volop aandacht, maar bleven de menselijke gevolgen onderbelicht, stellen de auteurs. Ze constateren met verbazing: „De massale gedwongen evacuaties in de periode 1942-1945 zouden zeker onderdeel moeten zijn geworden van onze canon van de Tweede Wereldoorlog. Maar dat is niet gebeurd. Evenmin hebben de grootschalige sloop van de bebouwing in de kuststreek en de omvangrijke inundaties van laaggelegen gebieden een plek in onze collectieve herinnering gekregen. Het enige wat eigenlijk nog rest van de Atlantikwall (…) zijn de zichtbare fysieke overblijfselen in het landschap.”

In geen ander land werden zo veel burgers vanwege de aanleg van deze verdedigingslinie voor langere tijd geëvacueerd als in Nederland. En in geen ander land werden destijds uit militaire motieven zo veel woningen afgebroken. De bewoners werden min of meer gastvrij onthaald in een streek waar ze soms nooit eerder waren geweest en waar de mensen andere gewoonten hadden, een ander dialect spraken, andere opvattingen hadden. Eigenlijk was alles anders. En wanneer zouden de ontheemden eindelijk eens terug kunnen? Martelende onzekerheid.

De meeste mensen die voor dit boek werden geïnterviewd, hadden geen uitgesproken negatieve herinneringen aan de evacuatietijd. Maar zij waren destijds nog jong; hoe beleefden de ouderen het? Daarover is weinig vastgelegd.

Gezagsgetrouw

Een deel van de betrokkenen sprak na de oorlog nooit meer over die tijd. „De gedweeë en gezagsgetrouwe manier waarop Nederland zich van hoog tot laag liet inschakelen bij de massale evacuatie van de eigen bevolking en de sloop van eigen dorpen en steden voor de aanleg van de Atlantikwall is pijnlijk om te zien, niet het minst omdat het zo vernederend is – daarom is het waarschijnlijk ook zo lang onbelicht gebleven”, stellen Mellink, Saal en Van Schuppen.

„In het landschap werden de littekens tijdens de wederopbouw snel geheeld, maar in de samenleving lijkt de wond nu pas aan de oppervlakte te komen. Net zo ongemakkelijk voelt het aan om te weten dat de evacuaties grotendeels samenvielen met de Jodendeportaties. Toen de grootste evacuaties achter de rug waren in maart 1943, was Nederland ook al voor een groot deel ”Judenrein”.”

Ontworteld

De historici beschrijven de gevolgen die de Duitse sloopwoede en militaire inspanningen hadden voor Den Helder, IJmuiden, Katwijk, Scheveningen, Hoek van Holland en Schouwen-Duiveland. In de gemeente Den Haag moesten 143.000 bewoners verhuizen. In Hoek van Holland bleven slechts enkele honderden inwoners achter bij de vesting die de Duitsers bij de ingang van de Nieuwe Waterweg aanlegden. Soms was onduidelijk waarom de ene straat of wijk werd afgebroken, terwijl een andere overeind mocht blijven.

De auteurs gaan ervan uit „dat de meeste burgers in het toenmalige Nederland met zijn geringe mobiliteit in sterke mate gehecht waren aan hun woning, en diep geworteld waren in hun buurt, stad of dorp, en dat vooral veel oude mensen de evacuaties als een alles verstorende ingreep zullen hebben ervaren.”

En dat ondanks blijvende contacten die ontstonden met de bevolking in het evacuatieoord. Het leven werd nooit meer zoals het was.

Dit is de eerste aflevering in een serie over de afbraak van kustbebouwing voor de aanleg van de Atlantikwall. Morgen deel 2.

forten.nl

Kille kolossen

Restanten van de Atlantikwall –die overigens nooit voltooid werd– zijn nog op tal van plaatsen langs de West-Europese kust te vinden. Ze kregen in Nederland aandacht tijdens de Nationale Bunkerdag op 10 juni. Langs de hele kust gingen Duitse kazematten één dag open voor het publiek.

De betonnen kolossen maken deel uit van het landschap, soms gedeeltelijk verzonken in het duinzand, elders –in landbouwgebied– een obstakel waar zorgvuldig omheen gemaaid moet worden. Ze zijn doorgaans beperkt toegankelijk. De kille ruimten worden gebruikt voor opslag of andere doelen. Soms worden ze bewoond door vleermuizen. Een aantal bunkers is met zand opgevuld. Sommige kazematten deden na de bevrijding dienst als noodwoning voor burgers van wie het huis door Duitse vernielzucht of geallieerde bombardementen was verwoest.

Verdreven voor de Atlantikwall. Ontruiming en afbraak van de Nederlandse kuststreek, 1942-1945; Geert-Jan Mellink, Peter Saal en Steven van Schuppen; uitg. W books, Zwolle, 2017; ISBN 978 94 625 8170 8; 192 blz.; € 19,95.