Arnemuiden onder vuur: onbegrijpelijk

V.l.n.r.: Frans de Nooijer, Bets van Schaik-Siereveld en Mia Potter. De Nooijer wijst op de luchtfoto de plek aan waar eertijds de Sloedam lag. beeld Van Scheyen Fotografie
4

De Sloedam was een obstakel tijdens de bevrijding van Zeeland. Dezer dagen wordt herdacht dat de geallieerden de dam 75 jaar geleden, tijdens de Slag om de Schelde, op de Duitse bezetter terugveroverden. Een strijd die ook het naburige Arnemuiden niet ongemoeid liet. Beschietingen van de vissersplaats kostten 46 inwoners het leven.

De 900 meter lange Sloedam vormde de oeververbinding tussen de voormalige eilanden Walcheren en Zuid-Beveland; het tussenliggende gebied werd later pas ingepolderd. In het oorlogsjaar 1944 leverden Duitse en geallieerde troepen er hevig strijd om. Om Walcheren te kunnen bevrijden, moesten de Duitse troepen van de dam worden verjaagd. Het nabijgelegen Arnemuiden heeft zwaar geleden onder die strijd. Het stadje met toen 1500 inwoners werd fel beschoten door de geallieerden.

Bets van Schaik-Siereveld was twaalf jaar oud toen eind oktober 1944 de beschietingen begonnen. Ze is nu 87. „We woonden in de Langstraat en moesten tijdens zo’n aanval allemaal in de gang gaan liggen”, herinnert ze zich. „We waren met vier kinderen thuis; het vijfde was in 1942 gestorven. In het begin waren we natuurlijk heel bang tijdens zo’n bombardement, maar later gingen we er ook weleens achter in de tuin naar staan kijken. Je kon de bommen in de verte zien vallen.”

Een zusje van Bets werkte in die dagen in de huishouding op een boerderij aan de Langeweg, in de buurt van de Sloedam. „Er zaten Duitsers in die boerderij, maar mijn zusje werd er door de wethouder naartoe gestuurd. Op een gegeven moment heeft mijn moeder haar teruggehaald, omdat het te gevaarlijk werd met al die beschietingen.”

Arnemuiden lag van 31 oktober tot 3 november onder granaatvuur van de geallieerden. Van Schaik: „Ons gezin heeft ook twee uur lang moeten schuilen in een door de Duitsers gebouwde loopgraaf bij het gebouw van het Groene Kruis. Recht tegenover ons huis was een granaat ingeslagen. De scherven vlogen dwars door de ruiten naar binnen en één scherf schampte het hoofd van mijn opa, vlak bij zijn oog. Terwijl mijn zusje boven lag te slapen, sloeg een tweede granaat in in de achtergang van ons huis. Heel Arnemuiden werd in die dagen besproeid met granaatvuur, terwijl de inwoners juist dachten dat ze veilig waren.

Vanuit de loopgraaf hebben we daarna onze toevlucht gezocht in een heel oude kelder onder het voormalige gemeentehuis, het huidige museum van Arnemuiden. Daar bleven we een paar dagen met tientallen mensen. Ondertussen gingen de beschietingen door. Mijn zus heeft voor de mensen gekookt. Onze voorraad lag in een la van een kast op zolder. Die ging ze halen; ze was niet bang uitgevallen.

Er zaten ook twee Duitse soldaten in de kelder. Die waren gewond de kelder ingestrompeld. Ze hadden een paar blikken vlees bij zich en mijn zus heeft toen voor iedereen eten gemaakt met vlees, aardappelen en sperzieboontjes. Maar het was hevig allemaal. Een nichtje is tijdens een beschieting geraakt en overleden. Haar twee zusjes raakten daarbij gewond; een van hen verloor haar duimen en een vinger. Een jongetje van tien uit de buurt kreeg een scherf in zijn been. Die ging er aan een kant in en kwam er aan de andere kant weer uit. Die jongen heeft het ook niet overleefd.”

Alleen gewonden

Frans de Nooijer was in die dagen 3 jaar oud. De Arnemuidenaar weet alles over de strijd om de Sloedam en heeft na de oorlog veel Britse oud-strijders naar Zeeland gehaald in verband met herdenkingsplechtigheden. De Nooijer: „Omdat Arnemuiden, net als het dorp Groede in Zeeuws-Vlaanderen, een Rode Kruisplaats was, dachten de mensen dat het daar veilig was. Op muren en daken waren grote rode kruisen tegen een witte ondergrond geschilderd. Zelfs vanuit andere dorpen trokken mensen naar Arnemuiden. Er zijn in Arnemuiden meer inwoners van het naburige Nieuw- en Sint Joosland omgekomen dan in Nieuw- en Sint Joosland zelf. Dat de geallieerden Arnemuiden bestookten, is daarom achteraf gezien onbegrijpelijk. Er waren bijna alleen gewonde Duitse soldaten in het plaatsje, honderden, die in kerkgebouwen en scholen medisch werden verzorgd. Er zaten nauwelijks gevechtsklare Duitsers, en dus vormde Arnemuiden voor de geallieerden geen militaire bedreiging.”

De meeste granaten werden vanuit Zeeuws-Vlaanderen afgevuurd. „Bij Breskens stond een hele batterij kanonnen, bedoeld om de Sloedam te kunnen bestoken. Die bleken puur op Arnemuiden te zijn gericht. Maar toen Arnemuiden uiteindelijk na de verovering van de Sloedam op 5 november 1944 werd ingenomen door het Eerste Bataljon van de Glasgow Highlanders –een onderdeel van de Schotse 52e Lowland Divisie– is er geen schot gelost.”

Vermoeide Canadezen

Het zijn de Schotten die de gehele oostkant van Walcheren, van Veere tot aan Rammekens bij Vlissingen, hebben bevrijd. De Nooijer: „Soldaten van de 52e Lowland Divisie landden bij Baarland en Hoedekenskerke en trokken via de Zak van Zuid-Beveland richting de Sloedam. De aanval startte in de middag van 31 oktober en in de nacht van 1 op 2 november werden de vermoeide Canadese troepen, die al sinds hun landing in Normandië aan het oprukken waren, bij de Sloedam afgelost door de Glasgow Highlanders. Die wisten op 3 november een klein bruggenhoofd te slaan op Walcheren aan de overzijde van het Sloe. In de nacht van 2 op 3 november was het Zesde Bataljon Cameronians met veel moeite via de schorren en slikken van het Sloe overgestoken. Op 4 november hadden ze vlak voor Arnemuiden de zaak bevrijd en in de avonduren van 5 november is in het stadje het bevel overgedragen.” Bets van Schaik: „En toen hoorden we overal de doedelzakken. Dat herinner ik me nog zo goed.”

Maar hoe zwaar en bloedig de strijd is geweest, bewijst deze overpeinzing van De Nooijer: „Inlichtingenofficier Dykes van de Glasgow Highlanders heeft me ooit verteld dat ze bij het aflossen van de Canadezen honderd man sterk waren. Na drie dagen strijd waren er nog 25 Glasgow Highlanders over die konden vechten. De rest was gewond afgevoerd of gesneuveld. Soldaten die zich op de onbeschutte, kaarsrechte, kale en smalle Sloedam waagden, werden er als hazen afgeschoten.”

Gevaar dichtbij

Mia Potter (80) woonde tijdens de slag om de Sloedam met haar ouders en zeven broertjes en zusjes in de Lionstraat in Arnemuiden. Ze was toen 6 jaar. „Ik herinner me dat er evacués in ons achterkamertje woonden”, vertelt ze. „Ons gezin gebruikte de voorkamer. Een van die evacués speelde accordeon, weet ik nog. Die man kreeg op 2 november 1944 bezoek van een man in een lange jas, een soort legerjas. Toen hij weer vertrok, trof een granaat hem in de gang. Ik zal dat nooit vergeten. Door de luchtverplaatsing sprongen de ramen eruit en lagen we in één klap allemaal op de grond, we voelden de val niet eens. We stonden weer op en gingen kijken: het gezicht van de gedode man was weggeslagen. Dat maakte zo veel indruk.”

Potter herinnert zich dat in de gereformeerde kerk in haar straat Duitse soldaten medisch werden verzorgd. In de kleuterschool in de Lionstraat waren er enkelen gelegerd. „Mijn zusje van 3 is op een dag door die soldaten aangereden. Later kreeg ze chocolade van hen.

Een broer van mijn moeder is omgekomen. Hij ging bij een boerderij een bus melk halen. Zijn vrouw, die net was bevallen, had geen moedermelk. Hij is op weg naar die boerderij getroffen door een granaatscherf. Mijn grootmoeder was ziek, maar zij heeft nog wel –in dracht– afscheid van hem kunnen nemen in de openbare school, waar artsen werkten en die als operatieruimte was ingericht. Ons gezin heeft ook nog in een schuilkelder gebivakkeerd, in de Westdijkstraat. Opoe woonde verderop in de Lionstraat. Als mijn broertjes en zusjes en ik bij haar waren en we konden bij gevaar niet op tijd thuis zijn, moesten we onder de tafel gaan zitten en werden de bedden uit de bedstee er voor extra bescherming tegenaan gezet.”

Potter en Van Schaik zeggen geen trauma te hebben overgehouden aan de dramatische gebeurtenissen van weleer. Ze denken allebei dat dit komt omdat ze nog zo jong waren. Daardoor hebben ze het goed kunnen verwerken. „Maar nog steeds kom ik helemaal niet graag in kelders”, besluit Van Schaik.

Slag om de Sloedam. Dit schilderij in het museum van Arnemuiden is gemaakt door de Canadees Jacques Jean-Charles Bertrand Forbes, die in 1944 zelf op de Sloedam heeft gevochten als luitenant van het Régiment de Maisonneuve van de Canadese infanterie. beeld Van Scheyen Fotografie

Herdenkingsvuur, vernieuwd museum en wandelroute

De gemeente Borsele herdacht vrijdag en zaterdag de landing van de Schotse strijders bij Baarland, die zich 75 jaar geleden voltrok. Vrijdag werd bij de zeedijk van Baarland onder muzikale begeleiding van een doedelzakspeler een herdenkingsvuur ontstoken dat 24 uur bleef branden.

Zaterdagochtend werd na het spelen van The Last Post een bloemstuk gelegd bij het graf van de eerste Schotse soldaat die na de landingsoperatie bij Baarland is gesneuveld. Ook in de Borselse dorpen Hoedekenskerke, Ellewoutsdijk en Borssele brandde 24 uur een herdenkingsvlam en elk van de vier dorpen stond op eigen wijze stil bij de Vier Vrijheden die de Amerikaanse president Roosevelt in 1941 formuleerde: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van geloof, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees.

Prinses Margriet verrichtte vrijdag de heropening van het Bevrijdingsmuseum in Nieuwdorp, dat geheel is gewijd aan de Slag om de Schelde. Het museum is grondig verbouwd en uitgebreid en beschikt nu over 4000 vierkante meter aan tentoonstellingsruimte. Op het uitgestrekte buitenterrein van het museum, het Bevrijdingspark, staan onder meer een origineel, gerenoveerd noodkerkje, tanks, een authentieke baileybrug en bunkers waar je doorheen kunt lopen. Het noodkerkje was van 1946 tot 1951 in gebruik in Ellewoutsdijk. Afgelopen zondag was er in het bedehuisje een herdenkingsdienst, waarin mevrouw M. Meulensteen voorging namens de protestantse gemeente Nieuwdorp en DEO (Driewegen-Ellewoutsdijk-Ovezande). Het thema was: Geloof, hoop en vertrouwen. Inwoners van de gemeente Borsele kunnen het Bevrijdingsmuseum op vrijdag 1 en zaterdag 2 november gratis bezoeken.

In Ellewoutsdijk is de wandelroute Ellewoutsdijk Bevrijd uitgestippeld. Veertien grote informatieborden geven een beeld van dit kleine dorp aan de monding van de Westerschelde voor en na de verwoestingen tijdens de Slag om de Schelde. In Ellewoutsdijk werden in oktober 1944 de kerk, de school, de villa van de familie Van Hattum (ook bekend als het Versailles aan de Schelde) en een kwart van de huizen verwoest. Een QR-code op de veertien panelen geeft nadere informatie van ooggetuigen.