Armando’s schuldige landschap

Het schilderij "Spuren 19-1-18" van Armando in de hoek van de zaal is voor het eerst te zien in een museum. beeld Jaco Hoeve
4

Zijn 90e verjaardag zouden ze in 2019 samen vieren, Armando en Museum Voorlinden. Op 1 juli dit jaar overleed de kunstenaar. De tentoonstelling die het museum voorbereidde werd een postuum eerbetoon.

Het was binnen een paar dagen duidelijk dat we de tentoonstelling in Wassenaar zouden vervroegen, zegt museumdirecteur Susanne Swarts. Tien dagen voor Armando’s overlijden bracht ze een bezoek aan diens studio in het Duitse Potsdam. „Hij was fysiek zwak, tot zijn eigen frustratie, maar geestelijk was hij heel scherp; vol humor, zoals altijd.”

Swarts maakte kennis met Armando (Amsterdam 1929-Potsdam 2018) kort na de opening van museum Voorlinden, in september 2016. „We hebben zeker twee uur door het museum gestruind. Hij was wég van de zalen, de ruimte en het daglicht. Hij hintte op zijn 90e verjaardag. Dat bracht ons op het idee voor een overzichtstentoonstelling van zijn werk.”

Zwart-wit

Armando is bij het bredere publiek bekend van zijn zwart-witschilderijen. „Dit werk ken ik niet van hem”, zegt een bezoeker in Voorlinden bij een doek in okergeel, crème, wit, rood en grijs. Het recente schilderij, getiteld ”Spuren 19-1-18”, hing dan ook nog nooit in een museum.

„De laatste vijftien jaar werkt Armando met een rijker kleurenpalet. Sommigen vinden dit zoetsappig”, wijst Swarts, richting ”Landschaft 22-1-07” en ”Landschaft 19-10-05”. Het zijn doeken met helder blauw, zeegroen en modderbruin. Hoe dichter je er bij staat, hoe meer kleuren er in beeld komen.

Armando is in de jaren 60 in dienst als kunstredacteur bij de Haagse Post. „Hij was een echte kunstkenner en hield van het werk van Caspar David Friedrich. Als hij de mogelijkheid had om diens schilderijen te zien, dan ging hij erheen”, zegt Swarts.

De Duitse Friedrich (1774-1880) was de meester van de romantiek. Hij schilderde mystieke landschappen vol betekenis, waarmee hij inspeelde op de gemoedstoestand van de toeschouwer. „Volgens Armando zit in iedere idylle het kwaad. Hij sprak van het ”schuldige landschap”.”

Die uitdrukking werd opgenomen in de Van Dale. Armando schrijft zelf over ”schuldig landschap”: „Het is een landschap dat heeft zien gebeuren, want in landschappen, in de schone natuur, vinden vaak de afgrijselijkste opvoeringen plaats. Veldslagen. Sluipmoorden. Man tegen man. Aanleg en onderhoud van kampementen. Barakken. Plekken ter kwelling van weerloze schepsels. Voornoemd landschap heeft zich daar nooit iets van aangetrokken, is zelfs zo schaamteloos geweest om gewoon door te groeien, het is een schande, ik raak er nooit over uitgesproken. De confrontatie natuur-cultuur is een onbarmhartig gebeuren, dat gaat met pijn gepaard, geloof dat maar. Ja ja, ik weet wel, het is zinloos om de natuur schuldig te noemen, maar kunst is ook zinloos, daarom is kunst zo onontbeerlijk. En gewetenloos.” (Uit: ”Schoonheid is niet pluis, verzameld proza”, Amsterdam 2003).

Hoewel Armando niet weggezet wil worden als oorlogskunstenaar, hebben zijn jeugdjaren bij Kamp Amersfoort hem onmiskenbaar beïnvloed. Wie de 320 meter lange schietbaan van het kamp kent, uitgegraven door de gevangenen, ziet de vorm daarvan terug in schilderijen als ”Der Waldweg 3-11-15”, waar het bospad verdwijnt in de horizon, of in ”Der Zaun 3-4-97”, met twee zwarte hekken die elkaar raken in de raadselachtige verte. Beide doeken in zwart-wit.

Armando schilderde ook boomtoppen die hij de titel ”schuldig landschap” gaf. Bomen van de Leusderheide, die zicht hadden op kamp Amersfoort. Hij heeft de gevangen zien, waarmee hij heeft gewerkt”, zegt Swarts.

Behalve dat, laten ze ook Armando’s veelzijdigheid zien. Swarts: „Hij was het liefst bokser geworden, maar dat heeft hij net niet gehaald. Voor hem was topsport het hoogst haalbare.” Armando streefde naar perfectie. Lukte dat niet, dan stopte hij. Aan professioneel boksen deed hij dus niet meer. Zo gaf hij in 2003 ook een afscheidsconcert in het Concertgebouw in Amsterdam. Hij zou zijn viool nooit meer aanraken, zei hij toen. Vanaf dat moment bleef het instrument in de kist; ook thuis zou hij niet meer spelen. Het was voor hem allemaal onder de maat, zijn maat.

Zie je foto’s van Armando, dan oogt hij als een norse, eigenzinnige figuur. „Het was moeilijk een vloeiend gesprek met hem te voeren”, zegt Swarts. Ook die laatste keer dat ze hem ontmoette, krap twee weken voor zijn overlijden. „Een ander mag serieus praten over zijn werk, zelf sprak hij er met spot over. Hij speelde een psychisch spel, net als bij het boksen. Het was ik en de vijand, hij maakte schijnbewegingen, ontdook de klap van de ander en deelde vervolgens een rake klap uit. Zo pareerde hij mijn vragen met een banale opmerking.”

Handen

Die vinnigheid en kracht is te zien in de schilderijen, die Armando vaak met zijn handen bewerkte. Een kwast gaf voor hem al te veel afstand tot het werk. Hij smeet met de verf, rechtstreeks uit de tube, mengde die met zand en drukte het uit op het doek. Zijn harde stevige hand modelleerde de beelden. Het zijn de bekende zwarte bronzen objecten: het wiel, de ladder –zoals ook bij kamp Amersfoort– en de vlag. Ze komen vaak terug bij Armando.

„De eerste sculptuur die hij maakte was deze vlag.” Swarts wijst naar een 4 meter hoog bronzen beeld. Het is tekenend voor Armando: niet beginnen met een klein bronzen figuurtje, maar meteen een metershoge sculptuur maken. „De vlag, die staat voor vaderlandsliefde, vrijheid of paternalisme of, als je de vlag net iets anders afbeeldt, een bijl. Een wapperende vlag of een bloederige bijl, dat is het dualisme dat Armando in beeld brengt.”