„Antoinetje, kom, de Tommy’s zijn er”

Opgeblazen zendmast bij Radio Kootwijk. beeld Gemeentearchief Barneveld
5

Schaatsen, pianospelen, maar ook bommenwerpers zien overkomen en met evacués meedoen in een conservatieclubje Engels. Het dagboek van een 16-jarige Kootwijkse tijdens de oorlog.

Antoinette Blaupot ten Cate leest leest het ene boek na het andere, heeft een griepje en bakt appelkoekjes. Maar de voedseldistributie is ook harde realiteit in haar leven: „Nieuwe bonnen uitgekomen. Het brood is minder geworden: 1400 gram (eerst 1800 gram). 1400 gram is nog prachtig, in de steden krijgen ze 800 gram per week, verder 100 gram kaas (per 14 dagen).”

„In veel andere plaatsen en dorpen zullen de laatste oorlogsmaanden net zo ervaren zijn als Antoinette heeft opgetekend”, zegt Kootwijker Peter Bloemendal. Hij zorgde ervoor dat het dagboek deze week in druk verschijnt, bij Nabij Producties in Nijkerk. Antoinette is nu 91 en woont als mevrouw Studer in Bern. Begin jaren vijftig verhuisde ze naar Zwitserland. Haar moeder was een Zwitserse, haar man een Zwitser. Vader Blaupot ten Cate was oprichter en directeur van de Veritexfabriek in Nieuw Milligen, tussen Kootwijk en Uddel, waar kunstleer werd gemaakt uit katoen en latex.

Pas anderhalf jaar geleden hoorde Bloemendal van het dagboek. „Mevrouw Studer was een vriendin van mijn overleden schoonmoeder. Mijn vrouw Annelies belt haar eens per maand. Een toevallige vraag ging over Kootwijk in de oorlog. Dat weet ik zo niet, antwoordde ze, maar ik zal eens in mijn dagboekje kijken.”

Bloemendal kreeg de notities te lezen. Ze raakten hem. „Je voelt wat een meisje van zestien jaar toen voelde. Ze zet heel goed de sfeer neer en kan in grijstinten denken. Niet alles is zwart of wit. Er zijn goede Duitsers en rot-Moffen. Ze is dol van vreugde bij de komst van de Canadezen, maar beseft tegelijkertijd dat de bevrijding duizenden Duitse militairen het leven zou kunnen kosten, onder wie een in Kootwijk ingekwartierde luitenant die zo mooi piano kan spelen. De dienstplichtige Wehrmachtsoldaten zijn lang niet allemaal aanhanger van het nazi-regiem.”

Arnhem brandt

Namen van opgepakte NSB’ers zijn weggelaten met het oog op eventueel nog levende familieleden. Verder is het dagboek integraal gepubliceerd. Het loopt van 17 september 1944 tot 10 mei 1945. De eerste dagen zijn die van operatie Market Garden. Op 19 september noteert Antoinette: „Er was een geweldig gedreun in het zuiden.” Een dag later: „Net toen we zouden gaan eten, kwamen twee mannen en een meisje aan de deur om een boterham. We hebben ze ons eten gegeven. Ze kwamen uit Arnhem, de binnenstad stond in brand.” De zondag erna: „We hebben het hier zo gezellig en 30 km verder schieten ze elkaar dood.”

Kootwijk telde in de oorlog ruim 200 inwoners. Het enkele kilometers verderop gelegen radiozendstation en de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn, belangrijk voor de bezetter, waren doelwitten voor geallieerde bommenwerpers en verzetsgroepen. „De mannen van Kootwijk moeten weer railwacht lopen, omdat er weer sabotage gepleegd is. Op ons stuk”, legt Antoinette vast. En: „Er werd heel erg gebombardeerd vandaag. Weer een munitietrein (bij Lieftinck). (...) De Lieftincks zijn uit hun huis. Geen pan meer op ’t dak. Reuze verwoesting. Bij de mensen waar ze ingetrokken zijn, zijn 36 vluchtelingen plus nog het eigen gezin.”

Bevrijd

Het gewone leven gaat zoveel mogelijk door. „Mams heeft twee flessen olie gekregen in ruil voor een babyzeiltje. Het leven hangt voor ons van ruilen aan elkaar.” In april komt voor Kootwijk een einde aan de oorlog. „Vanmorgen hoorden we mitrailleurvuur in Otterlo en artillerie in Harskamp.” Woensdagmorgen 18 april: „Onder het gedreun van het front sliep ik in, in de kelder. Plotseling, om plus minus elf uur, hoorde ik mams roepen: Antoinetje, kom, de Tommy’s zijn er. Nee. M’n hart maakte een luchtsprong, even nog twijfeling, maar toen schoot ik de kelder uit en het huis uit.”

De Tommy’s bleken Canadezen. „Het was gewoon een droom. (...) Vrouw Apeldoorn vloog mams bijna om de hals van enthousiasme.”

Het blijft nog onrustig. In Oud Milligen wordt geschoten. „Bevrijd zijn we eigenlijk nog niet met die troepjes Duitsers overal.” 21 april is het toch zover: „Eindelijk mogen we nu de vlaggen uitsteken. Wat is het toch mooi!”