Zon of geen zon: schilderen kan altijd

Tegen de winterdip
beeld Vidiphoto
11

Op de donkere eerste dagen van het jaar lijkt binnenblijven het beste. Snel de kinderen naar school brengen of de hond uitlaten, en dan terug je bed in of met een boek op de bank gaan zitten. Kaarsjes aan. Aanlokkelijk! Maar ja. Allerlei onderzoeken zeggen dat je allerlei andere dingen beter eerst kunt doen, om bijvoorbeeld een winterdip te voorkomen. Gaan koken of bakken, een oude auto opknappen, hardlopen, op bezoek bij de buren – of iets nieuws leren. In deze serie proberen RDMagazine-redacteuren dat laatste uit: hoe voelt het om iets heel nieuws te gaan leren?

Zon of geen zon: schilderen kan altijd

Op een grijze zaterdag in december wilde ik nog maar één ding: de twee vogeltjes afkrijgen die ik die ochtend was gaan schilderen.

Als je besluit iets nieuws te gaan leren, stuit je eerst op de lastige vraag: wat is nieuw? Wat is er dat ik nog niet eerder deed, maar wat ik wel graag wil leren? Want het mag natuurlijk ook léúk zijn. Het helpt vast niet tegen een winterdip als je iets uitzoekt waardoor bij voorbaat een zwart draaikolkje ontstaat in je brein. Zoals: los een wiskundig vraagstuk op. Of: spreek een zaal vol mensen meeslepend toe.

„Je moet wel een beetje uit je comfortzone, hoor”, zei de collega die deze artikelenserie bedacht. Ze riep griezelige dingen, zoals: ga zwemmen in de vrieskou.

„Denk terug aan je jeugd”, adviseren deskundigen altijd als ze anderen op een gelukkiger spoor in het leven proberen te krijgen. „Wat deed je graag?” Wanneer ik dat hoor, moet ik direct hieraan denken: als klein meisje maakte ik kleertjes voor piepkleine poppetjes in de wiegjes die een tante haakte voor een goed doel. De basis van die wiegjes was een leeg boterkuipje van de margarine. „Botertonnetje”, noemden wij zo’n leeg doosje. Nee: bottertonneke (mijn moeder). Mijn moeder zat achter de naaimachine met een berg stof, ze naaide en verstelde kleding voor ons, de lamp was aan en we zaten om de tafel. De tante bracht af en toe een voorraad nieuwe poppetjes; ik weet nog steeds niet waar zij ze haalde, maar ik vond ze geweldig leuk. Sommige hadden zelfs haren. De meeste niet, dat waren echt van die baby’s.

Voor de kleertjes was haast niks nodig, zo klein waren ze. Uit een oud wit tricot hemd knipte ik sokken; bij de grotere poppetjes konden ze aan en uit, maar bij de echte mini’s naaide ik ze vast om de voetjes, dat was geen doen anders.

Echt goud

Hoe kan het dat ik tegenwoordig zelfs niet de tijd neem om een gaatje in mijn winterjas te repareren? Maar wacht. Dit gaat de droevige kant op; dat was juist niet de bedoeling. Ik denk aan iets anders wat ik onlangs wilde gaan doen –misschien omdat er ook wordt gewerkt op de vierkante millimeter en omdat er zoveel kleuren bij komen kijken?–: een icoon schilderen. Dat idee ontstond tijdens een excursie langs Deventer kerken, toen we opeens teruggingen naar de tijd dat de Engelse zendeling Lebuïnus de IJssel overstak (in het jaar 768). (Waarom bouwden mensen zulke grote kerken? „Ik denk: omdat God zo groot is”, zei de gids in de Lebuïnuskerk. „Omdat Die een zo groot mogelijk gebouw verdient.”) Daarna bezochten we de Russisch-orthodoxe kerk, waar iconen hangen, en waar de aartspriester zei: „We zien ze als een venster op de eeuwigheid.”

Iconen worden gemaakt volgens speciale richtlijnen: op hout, en met natuurlijke pigmenten die met ei worden gemengd, zodat de kleur lang goed blijft. Een oude kunsthistoricus vertelde me er later meer over. Hij legde uit wat het betekent als een icoon de Moeder Gods van Petrovskaja heet, vertelde daarbij over een 14e-eeuwse patriarch Athanasius in Constantinopel, over stormachtige reizen, listen en wonderen.

Hij sprak over het Byzantijnse rijk. Uit zijn boekenkast haalde hij het ene na het andere dikke boek vol glanzende afbeeldingen –soms in het Russisch–, een syllabus met handgeschreven vertalingen van Russische woorden, preciezer dan die makkelijke vertalingen via internet, en bruinige boekjes. Hij las hele pagina’s voor uit de Belijdenissen van Augustinus, en liet aan de hand van bronnen zien waar de lichtstralen op de iconen voor staan. Een zoektocht naar God zat erachter bij die orthodoxe makers, zo bleek, en de vraag: wat betekent leven in het licht voor een mens, en hoe blijf je weg bij het duister? De verhalen van de oude heiligen dienden daarbij als voorbeelden. Schaduwen, vertelde hij, horen niet op een icoon.

Hij koesterde potjes met poeder in allerlei kleuren die hij bijvoorbeeld bestelde bij Verfmolen De Kat in Zaandam. Bij de toko haalde hij keukenspullen: ondiepe stenen bakjes en vijzels waar je de verf makkelijk in kunt klaarmaken. Voor de nimbus op de iconen –die goudkleurige aureool– gebruikte hij bladgoud. Van hem moest het echt goud zijn, geen namaak, dat was erg belangrijk.

Middeleeuwse miniaturen

Rond iconen is door de eeuwen heen veel gedoe geweest, er ontstonden ook godsdienstige twisten omheen, strijd zelfs, waarbij de afbeeldingen bij tijden rigoureus werden vernietigd. Omdat het niets nieuws zou zijn als er zomaar weer iets ontvlamt, vanwege de altijd springlevende verschillende theologische visies in de wereld, kies ik voor de veiligheid een zijstraat: ik meld me aan voor een workshop middeleeuwse miniaturen bij Boulevard Magenta, School voor Ambacht & Kunst in Laag-Soeren. Want schilderen met ei-tempera, waarbij eigeel –in principe van een vers scharreleitje; een biologisch ei is wat vetter– de helft van je verf is, maakte me behoorlijk gelukkig, had ik intussen in de gaten.

Bij Boulevard Magenta wordt lesgegeven in ambachtelijke schilderttechnieken. Er wordt gewerkt met ei-tempera, bladgoud en olieverf. Je kunt er vakopleidingen, jaarprogramma’s, flexlessen en zomerworkshops volgen.

Overtrekpapier

Op een grijze zaterdag in december schuif ik achter een tafel waar overtrekpapier, potloden en een verfpalet klaarliggen. Elke werkplek heeft verder een eigen daglichtlamp. Zon of geen zon; schilderen kan altijd.

Voor in het lokaal liggen voorbeelden van afbeeldingen klaar; elke cursist kan kiezen welke hij wil uitwerken. Een versierde hoofdletter? Sierlijke bloemen, of een illustratie van een bijzondere pelikaan met allerlei vogeltjes om zich heen? Een harlekijnachtig wezen?

Het worden vogels. Niet echt middeleeuws, maar vanmorgen zag ik juist een merel nuttig bezig in de tuin, en die ene voorbeeldvogel lijkt een merel. Oké, of een spreeuw. Mooi toch, een moderne vogel in een oud jasje? Het oude jasje is dan de verfsoort: weer dat pigment met ei. Ei-empera heet die verf dus, en de tinten hebben oernamen als gebrande omber, kobalt, smaragd, ultramarijn.

„Tempera betekent mengen”, zegt een van de docenten. Er lopen drie docenten rond; elk met een eigen specialisme. Ze praten gedempt en schieten een cursist te hulp zodra die nog maar dénkt: hoe zal ik verder gaan?

Het werk begint met overtrekken: de vogel van het voorbeeld komt in potloodstrepen op het overtrekpapier; een zacht B-potlood zorgt voor zwarte lijnen die je vervolgens kunt ‘kopiëren’ op het papier. Dat dikke, handgeschepte papier komt van papierfabriek De Middelste Molen uit Loenen.

Overtrekken: hoe lang is het geleden dat dat mocht? Gaandeweg moest alles steeds origineler en creatiever. Een tikje grenzeloos. Hier mag je weer binnen de lijnen kleuren.

„Monniken hadden alle tijd van de wereld”, zegt iemand.

Flarden van zinnen drijven voorbij in het lokaal, maar meer ook niet. Eerst leren hoe je het oog van een vogel laat schitteren. Bijpraten met andere cursisten gebeurt vooral buiten de les om: bij de koffie vooraf, of in de pauze, bij de verse soep en broodjes. In de pauze vertelt een vrouw uit Limburg, een docente, dat ze eens in de twee weken naar Laag-Soeren rijdt om een dag onder te duiken in het schilderwerk. Zij volgt de vakopleiding en zit in het grote atelierlokaal; ze bouwt een prachtig, klassiek portret op, laag na laag, en gebruikt een diepdonkerrode kleur.

Laagjes kenmerken het werken met ei-tempera: de kleuren worden steeds dieper; combinaties reageren op elkaar. Zo krijgen mijn vogeltjes plotseling een fel-aquablauw laagje over de witte streepjes en donkerblauw: dat geeft de vleugels glans, en de kleur pakt minder fel uit dan je zou verwachten.

Wakker penseel

Ontdekken wat die kleuren doen is wat je hier leert. Ook met het goud van de achtergrond, vissengoud, kun je spelen, vertelt de docent die de vogeltjes als specialisme heeft. Voeg je wat van dít pigment toe, dan krijg je dié tint, en zo verbind je de twee losse vogels met elkaar.

Zij is degene die het heeft over „even het penseel wakker maken.” Dat en nog veel meer mooie zinnen worden er uitgesproken die zaterdag, maar ik heb ze niet opgeschreven, want alles draaide even om één ding: vogels schilderen. Dat is nieuw, want normaal schrijf ik schriftpagina’s vol, ter voorbereiding van een artikel, waar dan woorden als ”inherent” en ”internationale belangen” en ”slepende kwesties” worden genoteerd. Nu niet. De woorden zijn verloren gegaan, maar de vogeltjes zijn af.

Ze gaan mee naar huis en telkens als ik er naar kijk, denk ik aan de mogelijkheid van een vierdaagse zomercursus, en aan zo’n reis naar Italië waar je in een bijzondere bibliotheek in Assisi –met zeer oude boeken, vol boekverluchtingen en miniaturen– zou kunnen gaan schilderen. Alleen maar dat en verder niks. Ik zeg niet dat ik dat ga doen, maar dat anderen het doen vind ik geweldig, ik word er vrolijk van, en zelfs dat idee helpt al tegen welke winterdip dan ook.

>>boulevardmagenta.nl

Iets nieuws leren is goed voor je brein. Volgende week deel 2: Mariska gaat in een vrachtwagen rijden.

serie

Tegen de winterdip