Zomeruitje: Wandelen met pony’s in de bossen van Assel

Uit-in-NL 2019
beeld RD, Anton Dommerholt
4

Met voorzichtige halen wrijft onse drietal over de flanken van fjordenpony Stallone. Daan krijgt even later een beurt. Haast maakt geen kans, bij Huifkarcentrum De Kronkel in Assel. Wandelen met een pony is een oefening in geduld.

Als je ergens prachtig kunt paardrijden, is het op de Veluwe. Bossige lanen, zanderige paadjes, vlaktes met hei. Maar ja, wat doe je als je geen ervaring hebt met het besturen van zo’n dier?

Optie één is een beginnersrit maken. Zo’n tocht waarbij zelfs mensen die nooit op een paard of pony hebben gezeten heuse ruiters lijken. Ooit deden wij het in Zeeland, maar met drie kinderen onder de tien is het niet te doen (nog afgezien van het feit dat je na afloop beurs en gebroken van het dier stapt).

Optie twee is een huifkar huren. Idyllisch, maar dit keer wilden we wat meer contact met de dieren. Dus wordt het een ponywandeling.

Terwijl de hoefsmid een fjordenpony van nieuwe ijzers voorziet, wachten we op de dieren die ons tochtje door het bos zullen veraangenamen. De kinderen zoeken met medewerkster Anna een paardrijhelm uit. Daan en Stallone, ook twee fjorden, worden van stal gehaald. Anna zet een grote zwarte mand met borstels en krabbers neer. „Poetsen hoort erbij. We doen het omdat je een band krijgt met de pony.” Oudste zoon gaat aan de slag („Hé kijk, die rode borstel is net een washand!”), gevolgd door zijn zusje. Kleine ponyhaartjes vliegen door de lucht.

Even later zijn de dieren gezadeld (best een klus!). Halster om, leidsels in de hand, twee van de drie kinderen in het zadel – klaar voor een stevige wandeling.

Dat denken we. Maar de werkelijkheid is anders. We leren veel tijdens amper een uurtje wandelen en vooral veel stilstaan. Hier het resultaat: zes lessen voor wie ook de Veluwe (of een ander gebied) wil verkennen in het gezelschap van een of meer pony’s en een of meer kinderen.

Les 1. Luister altijd naar de instructies (zeker als ze van ponyhouders komen).

Daar gaan we dan. Daan voorop, Stallone erachteraan. Precies zoals Anna kort ervoor heeft gezegd. Op naar het bos. Wat een vrij gevoel op deze zomerse vrijdagmiddag!

In een kalm tempo laten we het brede zandpad onder onze voeten doorschuiven. De jongste mag het eerste stuk lopen, de twee oudsten zitten elk op de rug van een pony. De jongens hobbelen mee op het ritme van de ponybenen.

„Laat ze nooit gras eten”, had Anna gezegd. Ik heb het goed in me opgeslagen. Best sneu eigenlijk, voor die dieren. Ze moeten braaf sjokken, en mogen niet eens een tussendoortje snaaien.

Les 2. Neem geen kind mee dat langzaam loopt (of zorg dat hij of zij de hele weg op de ponyrug mag).

De vaart gaat er een beetje uit. Niet dat we al ver gevorderd zijn – onze vierjarige heeft er vandaag niet zoveel zin in. Straks maar wisselen, zodat zij ook kan zitten.

Links en rechts staan wat plukjes groen. De pony’s pakken hun kans, nu het tempo zo laag ligt. Het eerste gras is binnen, zomaar, zonder dat we er iets aan konden doen. Waarom zouden de dieren eigenlijk niet mogen eten? Ik kan me niet herinneren dat dat ons werd verteld. Een hapje af en toe zal toch geen kwaad kunnen?

Les 3. Let op waar je een stop maakt (doe het niet op een plek waar gras of ander eetbaar groen groeit).

Een klein rukje is genoeg om Daan weer aan het lopen te krijgen. Ook Stallone komt op gang. Gaat lekker zo. Niet snel, maar dat hoeft ook niet.

Hoewel. Het gras links en rechts –inmiddels heuse groenstroken– blijft in dit tempo wel erg aanlokkelijk. Weet je wat? We doen de kinderwissel nu meteen. Kleuter kan dan even uitrusten en oudste zoon gaat lopen. Zo kunnen we het tempo opvoeren. Zo gepiept.

De pony’s duiken intussen met hun neuzen de groene sprieten in. Ach, laat ze maar even, ze hebben wel een tussendoortje verdiend.

Niet slim, blijkt al snel, als we willen vertrekken. Daan peinst er niet over om de sappige graspollen die hij net ontdekt heeft ongebruikt achter te laten.

Les 4. Wees niet te lief voor een pony (het dier is namelijk uiteindelijk de klos – en je kind).

Een voorzichtig rukje aan het touw deert Daan en ook Stallone niet. Een hardere dan maar. Geen resultaat. Pas na flink sjor- en trekwerk krijgen we de dieren weer op het rechte pad. Niet echt mijn stijl, zo’n krachtmeting tussen mens en pony. En het beroerdste: het blijft niet bij deze ene keer.

Het eigenzinnige ponygedrag resulteert zelfs in huilende kinderen die „nooit meer” op „een paard” willen. Het is vast ook geen pretje: in het zadel zitten terwijl de pony iets anders wil dan zijn begeleider. Was ik nou maar van meet af aan strenger geweest. Dat had een hoop gedoe gescheeld. Fijner voor mens en dier.

Les 5. Ga niet op sandalen op pad met een hoefdier (hoe fijn ze ook lopen).

We hebben de pas er weer in. Mijn platte, leren wandelproof sandalen lopen heerlijk. Ze doen me denken aan de halfronde ijzers die de paardenhoeven beschermen. Prikkende takjes en stekende dennenappels maken geen kans.

Niet veel later blijkt het gevaar niet zozeer van onderen, maar eerder van boven te komen. Een paardenhoef –o nee, ponyhoef, maar ook die is zwaar genoeg– ploft rakelings langs mijn kleine teen op de grond. Brr. Volgende keer toch maar andere schoenen aantrekken.

Les 6. Een huifkar is zo gek nog niet (en denk vooral goed na voor je op een pony gaat zitten).

De manege komt in zicht. Het was maar een korte wandeling. Zouden we de kilometer hebben gehaald? Niemand klaagt erover. Anna neemt Daan en Stallone over. De dieren zijn nu zo mak als, tja, als lieve pony’s. Fjorden zijn rustige, stabiele dieren, had de stalhouder eerder al gezegd. Hoewel ze ook eigenwijs kunnen zijn. Er als beginner zelf op rijden was bij De Kronkel niet mogelijk. Gelukkig maar. Als beginnend ruiter een pony aansturen die liever gras eet dan over het zandpad stapt is vast geen pretje.

De kinderen zijn inmiddels in een stilstaande huifkar geklommen. Het ziet er vredig en idyllisch uit. Waarom wilde ik ook alweer per se niet met zo’n overdekte wagen op pad?

Een uur wandelen met één pony (voor kinderen vanaf 4 jaar) kost 20 euro.