Zelfmetende mens legt gezondheid vast in data

Gezond leven
beeld Sjaak Verboom
3

Ken uzelve, zeiden de klassieke Griekse filosofen. Ware kennis zou een mens verkrijgen door zichzelf te onderzoeken. In 2018 is kennis van het eigen lichaam te verkrijgen via sporthorloges, stappentellers en smartphones. De zichzelf metende mens is in opkomst.

Iedereen die weleens op een weegschaal stapte, verzamelde gezondheidsdata over zichzelf. Data die allicht inzichtgevend zijn. Toch maar eens een gebakje overslaan. Of juist: beter ontbijten. Meten is vaak weten en menigeen verbindt consequenties aan dat wat er gemeten is.

En meten wordt steeds eenvoudiger. Niet alleen lengte en gewicht, ook bloeddruk, hartslag, transpiratievocht, doorbloeding en vetpercentage zijn steeds eenvoudiger zelf te meten met apps en sensoren. En ook aan díé data kunnen consequenties worden verbonden. Zeker wanneer data met elkaar worden vergeleken. Wat een week lang pizza’s doet met de bloeddruk bijvoorbeeld. Particulieren die gezondheidsdata over zichzelf verzamelen, noemen zich quantified selfers, zelfmetende mensen.

Stappenteller

Dit is mijn tweede kop koffie, registreert de zelfmetende mens Paul Plasman bewust. Hij doceert aan de Hanzehogeschool Groningen en geeft onder meer lessen Quantified Self. Hierna mag hij er volgens zijn leidraad nog één drinken. Anders gaat zijn slaap eronder lijden, weet hij door eerdere data-analyse. Vanavond zal hij het aantal gedronken koppen koffie registreren in een Excelsheet. Hij vindt het nodig zichzelf te begrenzen. „Een mens is meer dan zijn driften. Je moet keuzes maken die goed voor je zijn. Daar hebben we data en hersenen voor.”

Zijn verzamelwoede van persoonlijke gezondheidsgegevens begon een jaar of vijf geleden. Plasman kwam bij de huisarts met vermoeidheidsklachten. Bloed prikken leverde niets op. De dokter dacht dat het misschien psychisch zou zijn, maar adviseerde om toch maar eens twee weken een slaapdagboek bij te houden.

Het gaf de patiënt direct inzicht in zijn slaappatroon. „Ik wist dat ik af en toe niet zo goed sliep, maar dat ik me zó vaak ’s morgens niet uitgerust voelde, daarvan was ik me niet bewust.” Plasman kocht een Fitbit One, een kleine draagbare stappenteller. Die registreerde zijn bewegingen gedurende de nacht. De conclusie? „Ik sliep vaak heel oppervlakkig.”

Méér gezondheidsdata betekent méér inzicht in zijn gezondheid, denkt Plasman. Dus zet hij iedere avond in zijn Excelsheet of hij vlees heeft gegeten, koffie heeft gedronken en fysieke oefeningen heeft gedaan. Ook slaapkwaliteit, geluksbeleving en focusniveau krijgen een cijfer. „Iedere avond laat ik op de zolderkamer mijn gedachten gaan over de dag die achter me ligt. Zo krijg ik meer grip op hoe ik me voel. Het is een manier om te mediteren.”

Toiletbezoek

Na een halfuur praten wil Plasman graag even naar het toilet. Een zittend interview, daar dut een mens van in. Even de benen strekken, de gedachten verzetten. Vijf minuten per halfuur ontspannen zorgt ervoor dat je efficiënt blijft, weet hij. Als hij weer komt aanlopen, staan de blauwe ogen op scherp. Hij is honderd procent gefocust op zijn bezigheid van het moment.

Vijf jaar geleden keken mensen nog vreemd op als Plasman met zijn stappenteller rondstapte. „Maar nu is het hip om met een Apple Watch rond te lopen.” Dat horloge registreert onder meer bewegingen en hartslag van de drager en biedt talloze apps die de gezondheid vooruit zouden moeten helpen.

Maar hoe meetbaar is een mens? „Aan de ene kant zijn we natuurlijk ongelooflijk complex”, meent Plasman. „Onze hersenen zijn uniek en bevatten ontelbare verbindingen. In ons lichaam vinden ontzettend ingewikkelde biologische processen plaats. Aan de andere kant zijn we ook heel voorspelbaar. Als je een nacht niet slaapt, ben je de hele dag moe en als je veel eet en weinig beweegt, word je dik.”

Door allerhande gezondheidsdata te registeren, krijgt een zelfmeter meer grip op zijn gezondheid. In 2012 werd in Nederland het eerste Quantified Self Institute opgericht door Martijn de Groot. De oud-directeur van de netwerkorganisatie omschreef de filosofie van de zelfmetende mens als volgt: „Het registreren van wat je doet, vergroot je zelfbewustzijn en dat geeft je meer macht over jezelf. Zelfbewustzijn is de eerste stap op weg naar zelfregulatie. En daarmee naar zelfbeheersing. Dat biedt perspectief op een beter of gezonder leven.”

Zorgverzekeraar

Het klinkt mooi, maar er zitten ook schaduwkanten aan het verzamelen van gezondheidsdata. „Privacy is best een dingetje”, weet technoloog Plasman te vertellen in een tijd dat dataschandalen aan de orde van de dag zijn. „De Excelsheet met mijn gezondheidsdata op mijn laptop houd ik liever voor mezelf. Niet iedereen hoeft te weten hoe ik me van dag tot dag voel. De gegevens die mijn sporthorloge bijhoudt, zijn eigendom van het bedrijf FitBit. En ik weet niet wat die ermee doen. Daar voel ik me niet prettig bij.”

Plasman ziet het gevaar dat verzekeraars aan de haal zouden kunnen gaan met data. Van wie te weinig beweegt volgens zijn stappenteller, zou de zorgverzekeraar een hogere premie kunnen vragen. Autoverzekeraars doen het al. „Toen mijn ouders in Canada woonden, zetten ze een app aan voordat ze in de auto stapten. De smartphone hield bij hoe snel ze optrokken, hoe hard ze door de bocht reden en hoe ferm ze remden. Als hun rijgedrag netjes was, kregen ze korting op de premie.” In Nederland doet de ANWB hetzelfde.

Overigens blijft de vraag hoe betrouwbaar de verzamelde gezondheidsgegevens zijn. De vicepresident van de Amerikaanse artsenorganisatie AMA, James Madara, kwalificeerde een deel van de apps en gadgets als „digitale kwakzalverij” en waarschuwde voor „een explosie van gezondheidsproducten.” Ook Plasman ziet dat de drager van de ene stappenteller meer stappen lijkt te zetten dan de gebruiker van een andere stappenteller.

„Gezondheidsdata moeten worden geduid”

Duizenden soorten activiteitsmeters zijn te bestellen via webshops. Honderden gezondheids-apps zijn te installeren op de smartphone. Jaco van Duivenboden, e-healthdeskundige bij expertisecentrum Nictiz, houdt de opkomst van de zelfmetende mens en zijn digitale meetapparaten, wearables, nauwlettend in de gaten. „Zomaar allerlei gezondheidsgegevens van jezelf bijhouden lijkt me vrij zinloos.”

Bijna een op de drie mensen heeft een stappenteller aan de riem, smartwatch om de pols of een slaap-app onder het kussen. Dat blijkt uit gegevens die e-healthexpertisecentrum Nictiz verzamelde over 2017. In 2014 hield nog ‘maar’ 12 procent van de Nederlanders zijn lichamelijke activiteit digitaal in de gaten, stelt de jaarlijkse ”e-healtmonitor” van Nictiz.

Van Duivenboden merkt dat zorgprofessionals steeds vaker aan hun patiënten vragen om zelf metingen aan het lichaam uit te voeren. „Voor diabetespatiënten is het de normaalste zaak van de wereld om regelmatig gegevens over hun bloedsuiker op te meten en op te sturen naar de arts. Mensen met regelmatig terugkerende hoofdpijn houden een hoofdpijndagboek bij voor de huisarts en mensen met een hoge bloeddruk kunnen een bloeddrukmeter mee naar huis krijgen.”

Voor zorgprofessional en patiënt is dat een win-winsituatie, meent de e-healthexpert. „De patiënt scheelt het ritjes naar het ziekenhuis en tijdschriften lezen in de wachtkamer. De arts is minder tijd kwijt aan eenvoudige handelingen en bespaart zo tijd en kosten.”

Anders oordeelt de deskundige over het nut van zelfmetingen van mensen die niet chronisch ziek zijn, geen medische kennis hebben, geen gezondheidsklachten hebben en tóch gezondheidsdata van zichzelf bijhouden. „Zelfmetende mensen, quantified selfers, komen op mij over alsof ze krampachtig omgaan met zichzelf en hun gezondheid. Je stappenteller kan zeggen dat je vandaag 5000 stappen hebt gelopen. Is dat veel? Te weinig? Of genoeg in jouw specifieke situatie? En wat als je bloeddruk 140 over 90 is. Wat betekent dat?

Mijn nieuwe smartphone is uitgerust met een hartslagmeter. In specifieke gevallen zouden mensen door zo’n meter onterecht ongerust raken over hun gezondheid. Dan zien ze dat hun hartslag op een bepaald moment van de dag anders verloopt. Dat hoeft niets te betekenen. Gezondheidsdata moeten worden geduid. Anders leidt de opkomst van wearables enkel tot zinloze data. En onrust.”