Zeefdrukken doe je met twee hersenhelften

Tegen de winterdip
Workshop zeefdrukken. beeld RD, Anton Dommerholt
6

Als een meisje in een snoepwinkel, zo voel ik me als ik het atelier van het Grafisch Ambacht in Zwolle binnenstap. De lichtinval, de geur van inkt en verf, de stoeptegels op de vloer en de droogrekken langs de wand; hier wil ik graag een dagje vertoeven.

Een workshop zeefdrukken staat er vandaag op het programma. Hoewel ik vanwege mijn opleiding wel iets weet van druktechnieken, is zeefdrukken me onbekend. Omdat ik hier kom om iets nieuws te leren, heb ik me thuis ook niet ingelezen en dompel ik me vandaag graag onder in alle informatie die komen gaat.

In de auto voelt het alsof ik uitga, een dagje zonder gezin. Ter plekke blijft de telefoon in de tas want ik wil me even afsluiten voor prikkels van buitenaf. Onder het genot van een mok koffie en een lekker stukje zoete fudge, luister ik naar de introductie van Nanda Jansen of Lorkeers van het Grafisch Ambacht. „We hebben de tijd nodig vandaag. Je zult merken dat er veel informatie op je afkomt en de meeste cursisten zijn aan het einde van de dag best wel moe.” Daar kan ik me nu nog weinig bij voorstellen; ik zit boordevol energie.

Filmrolletje

Inrakelen, drogen en belichten; dat zijn de dingen waar het op aankomt, zo wordt duidelijk na een eerste uitleg. Inrakelen is het mooi egaal bedekken van een met fijn gaas bespannen raamwerk. Je doet het met een rakel; vergelijk het met een raamtrekker. De op het gaas aan te brengen laag –een foto-emulsie– is gevoelig voor licht, net zoals het filmrolletje van vroeger, maar dan iets minder heftig: de emulsie kan gewoon bij daglicht opgebracht worden, als we het raamwerk daarna maar meteen in een donkere droogkast zetten. In die kast is het lekker warm, zodat de opgebrachte laag snel droogt.

Ondertussen zouden we aan de slag kunnen met een ontwerpproces. Iedereen wil immers straks een mooie print kunnen drukken. Jansen of Lorkeers –afgestudeerd grafisch vormgever– heeft echter al diverse ideeën voor een tweekleurendruk paraat. Ze wil ons wat werk uit handen nemen, zegt ze. „Omdat deze workshop bedoeld is om de techniek van het zeefdrukken onder de knie te krijgen, is het handig om een bestaand ontwerp te gebruiken.”

Je ontwerp teken je op een sheet, een transparant A4’tje. Omdat we gaan drukken met twee kleuren, gebruiken we twee sheets. Leg je de twee vellen over elkaar dan wordt duidelijk wat het eindresultaat van onze afdruk is. Hoe meer kleuren je in een zeefdruk wilt, hoe meer lagen er gemaakt moeten worden, dus hoe meer velletjes er nodig zijn.

Het duizelt de cursisten, en mij ook. Jansen of Lorkeers ziet dat gebeuren: „Met zeefdrukken zet je echt je beide hersenhelften aan het werk. Je moet de techniek beheersen én bedenken wat je wilt drukken op je kaart, T-shirt of poster.” De mogelijkheden zijn eindeloos, zo blijkt uit de talloze voorbeelden die de cursusleider laat zien.

Wij beperken ons tot twee kleuren en een kant-en-klaar ontwerp. Ik kies voor een afbeelding met vier ijsjes op een rij; dat geeft een zomers tintje aan deze wintermaand.

Scouting

De workshop doe ik samen met zes medecursisten. We hebben een diverse groep van vijf vrouwen en twee mannen in de leeftijd van midden twintig tot midden zestig. „Ik boek vaak een creatieve vakantie ergens in Frankrijk, maar ik bedacht dat het eigenlijk ook wel leuk is om gewoon op zaterdag eens een nieuwe techniek te leren”, licht Robert zijn komst toe.

Cursist Els leert zeefdrukken omdat het misschien toe te passen is in haar werk, waarin ze beleidsplannen met behulp van beelden omzet in begrijpelijke taal. Martijn is de enige met voorkennis over de zeefdruktechniek, hij gebruikt die voor zijn werkzaamheden bij de scouting en wil zijn kennis uitbreiden.

Als het met fotocoating ingerakelde raam uit de droogkast komt, gaan we belichten. De sheets met daarop de afbeelding van de ijsjes liggen op het zeefdrukraam en worden met een felle lamp zo’n 30 seconden belicht. Meteen daarna loop ik naar de enorme spoelbak om het gaas met een flinke straal water af te spuiten. Het geeft een stoer gevoel, zo’n sterke straal water en de afbeelding van de ijsco’s die ineens zichtbaar wordt. Op de plaatsen waar de coating belicht is, wordt die hard. Waar het licht niet door kon dringen, de zwarte lijnen, daar laat de foto-emulsie nu los en daar kan straks de inkt door het gaas gedrukt worden.

Lievelingskleur

Met een gevulde maag beginnen we aan het middagprogramma. We gaan daadwerkelijk zeefdrukken en zien wat het resultaat is van ons voorbereidende werk. Geel is m’n lievelingskleur en lijkt me goed te passen bij de ijsjes, dus ik doe een aantal grote klodders geel op mijn raam. Daaronder ligt alvast een vel papier. Ik laat het raam zakken op het papier en trek met de rakel, over het gaas. Dan komt hét moment. Ik zet het raam omhoog en daar komt mijn strakke afdruk tevoorschijn. Messcherpe gele lijnen tonen mijn ijsjes. Ik kan wel een dansje doen; het is zo leuk om iets te creëren.

Als de fotograaf binnenkomt, sta ik ineens weer met beide benen op de grond. Er moeten foto’s komen en een artikel geschreven worden. Er bestaat toch nog een wereld buiten deze creatieve bubbel. En hoewel ik niets tegen mijn collega heb, ben ik blij als het erop zit. Ik concentreer me weer op mijn drukproces.

Vakantiegevoel

Rondom mij maken ook de medecursisten de mooiste creaties. Ieder op z’n eigen manier, de een in opperste concentratie, de ander al mopperend, om uiteindelijk toch vol plezier het resultaat te bewonderen. Wat mij betreft mag dit gedeelte van de dag nog veel langer duren, ik zou nog in veel meer kleuren willen drukken. Maar het is tijd om op te ruimen en nog een kort evaluatierondje te doen.

De hele club is lovend over deze dag. Maar zoals Jansen of Lorkeers al waarschuwde: iedereen is moe. Ons hoofd zit vol met nieuwe indrukken. Hoewel ik nog best wat langer in deze snoepwinkel wil blijven, ga ik blij en voldaan naar huis.

Vol met creatieve ideeën zit ik ’s avonds op de bank. Ik deel per app mijn enthousiasme over deze dag. Maar zoals dat met vakantiegevoel ook vaak gaat, ben ik na een nachtje slapen al wat van dat blijde gevoel kwijt. Zondag vullen mijn hoofd en hart zich met geestelijke ‘afdrukken’ en ebben de indrukken van de zeefdrukworkshop langzaam weg.

Zou het echt werken tegen de winterdip, iets nieuws leren? Het is wetenschappelijk bewezen dat het goed is om je brein af en toe eens nieuwe prikkels te geven. Even lijkt het voor mij alsof deze workshop alleen een korte kick gaf en ik daarna weer wegzak in de sleur van alledag.

Maar niets is minder waar, want als ik maandag achter mijn toetsenbord schuif, krijg ik weer een blij gevoel. De drukinkt, die ondanks flink poetsen nog onder mijn nagels zit, doet me breed glimlachen en geeft me energie om aan deze werkdag te beginnen.

serie

Tegen de winterdip

Iets nieuws leren is goed voor je brein. Volgende week deel 6: Mariëlle gaat mountainbiken.