Wildkamperen met het zicht op Jeruzalem

Kamperen in de Negev. beeld RD
12

Wij zijn kampeerders. Jarenlang was Frankrijk de bestemming. Toen onze twee kinderen groter werden, klom Israël steeds hoger op het lijstje met bestemmingen waar we graag naartoe willen. In de zomer van 2019 was het zover: kamperen in Israël, wildkamperen om precies te zijn.

Gijsbert Bouw

Twee –niet zo heel belangrijke– redenen waarom het geen goed idee is om in Israël te gaan wildkamperen.

1 Wildkamperen in Israël is onveilig.

We toerden drie weken door Israël: van het Hermongebergte in het noorden tot Eilat in het uiterste zuiden, van Bethlehem tot Akko, van de bron van de Jordaan tot de Dode Zee, van de boulevard van Tel Aviv tot de Ramon Krater in de Negevwoestijn. Tent en toebehoren namen we mee in de koffer. Op luchthaven Ben-Gurion stond een huurauto klaar. Daaruit leefden we drie weken. We maakten van tevoren een globale planning van de drie weken en een lijst toeristische attracties om te bezoeken. Verder deden we veel op de bonnefooi; meestal wisten we ’s ochtends niet waar we ’s avonds onze tent zouden opslaan. Van de 21 nachten kampeerden we er 16 in het wild, 5 keer deden we een echte camping aan of sliepen we in een bedoeïenentent.

Toen we familie en vrienden lieten weten in Israël te gaan wildkamperen, was de eerste vraag vrijwel steevast: Is dat wel veilig, loop je geen grote risico’s? En als je toch op eigen houtje wilt kamperen, kun je dan niet beter op officiële campings overnachten? De vraag werd ons zo vaak gesteld dat we zelf begonnen te twijfelen. Want ja, we kennen de krantenkoppen over aanslagen en onlusten, over stenengooiers en rakettenwerpers. Een tentdoek biedt dan niet zo heel veel bescherming. Een beetje gelijk hebben de kritischevragenstellers wel: kamperen in het Overijsselse Ommerbosch is veiliger dan ergens op de Golanhoogte.

Een paar weken voor vertrek hadden we contact met een Nederlander die met zijn gezin nog niet zo lang in Jeruzalem woont. Hij nam onze laatste twijfel weg. „Je kunt in Israël prima kamperen. Op veel plaatsen is wildkamperen zelfs toegestaan. Wij zijn ook een kampeeruitrusting bij elkaar aan het sprokkelen.”

Al na een paar nachten bleek dat wildkamperen bij Israëliërs veel gangbaarder is dan we dachten. Zeker in de weekenden trekt menige Israëliër de stad uit om te overnachten in de natuur. Zij hielpen ons van de laatste schroom af.

2 Kamperen is te warm.

In Israël is het ’s zomers warm. Heet zelfs. Zeker in de lager gelegen gedeeltes kan het kwik oplopen tot ruim 40 graden Celsius. Rond het Meer van Galilea en bij de Dode Zee is het overdag echt geboden kalm aan te doen. In die gebieden blijft het ’s nachts ook warm: zeker zo’n 25 graden. Het nadeel van een tent is dat er geen airco in zit. De nachten op ons luchtbedje waren soms warm, erg warm zelfs. Dat kwam de rust niet ten goede.

En tegelijk: de omgeving vergoedt veel, zo niet alles. Zo stonden we aan de oostkant van het Meer van Galilea met ons tentje op het strand, op een echte camping. Toen we daar op een brandertje ons potje kookten met het zicht op Tiberias aan de overzijde van het meer, toen we de zon langzaam bloedrood in het water zagen zakken en toen er een beetje verkoeling kwam van een briesje, toen mopperden we niet.

Drie zwaarwegende argumenten waarom iedereen toch zou moeten wildkamperen in Israël.

1 Israël is een prachtig land.

Dit is een open deur van jewelste: natuurlijk is Israël een mooi land. Waarom zou je er anders op vakantie gaan? Allemaal waar. Maar Israël is echt bijzonder. Ik was niet eerder in een land waar de politieke en culturele verschillen zo groot zijn en waar verschillende godsdienstige groepen zo dicht bij elkaar leven. Neem alleen al de Klaagmuur en de Tempelberg. Bij de start van de sabbat of bij de viering van de bar mitswa bij de Klaagmuur –als een Joodse jongen 13 jaar wordt– ben je ondergedompeld in Joodse gebruiken en rituelen; op de Tempelberg bij de Rotskoepelmoskee zijn de sfeer en het publiek totaal anders: daar lopen vrijwel alleen moslims.

Of neem het verschil tussen de havenstad Akko, waar veel moslims wonen, en Safed, dat enkele tientallen kilometers landinwaarts ligt en dat vooral Joodse inwoners heeft. Allebei prachtige stadjes met mooie steegjes en markten, maar toch totaal verschillend.

De historisch waardevolle locaties en Bijbelse plekken maken Israël vooral een mooie reisbestemming. Jeruzalem is een stad met veel bijzondere plekken: de Oude Stad uiteraard, de Joodse wijk Mea Shearim, Holocaustmuseum Yad Vashem, de tunnel van Hizkia. De week die we doorbrachten in Jeruzalem en directe omgeving was zeker niet te lang. De plaatsen rond het Meer van Galilea vonden we erg mooi: Kapernaüm, Tabgha, de Berg van de Zaligsprekingen. Bijbelse geschiedenissen en gelijkenissen kwamen vooral tot leven in het openluchtmuseum Nazareth Village.

En dan hebben we het nog niet eens over de natuur: de parken in Noord-Israël met de bronnen van de Jordaan zijn weldadig groen, de Negevwoestijn met z’n kraters en kibboetsen is weer het andere uiterste. Doet de Dode Zee zijn naam eer aan, even verderop in het reservaat van En Gedi met wadi’s, watervallen en stroompjes begrijp je waarom David daar zijn toevlucht nam toen hij voor Saul vluchtte.

Kortom: Israël is een prachtig land van uitersten.

2 Dichter bij de natuur kan niet.

Wie wil dat nu niet: dicht bij de natuur leven? Tijdens vrijwel elke vakantie is de levenssnelheid lager dan in het gewone leven. Op een camping gaat het leven nog eens een paar versnellingen minder snel. De ultieme levenssnelheid ervoeren we wildkamperend. Zodra we ons stekje vonden, stond de tent binnen mum van tijd – we volstonden vaak met alleen de binnentent. Na een paar dagen vonden we de ideale rolverdeling met z’n vieren: de één sloeg de haringen in de grond, de ander was verantwoordelijk voor ‘interieur’, een derde sneed de groente voor de avondmaaltijd, nummer vier deed logistiek. Niet veel later zitten we op onze klapstoeltjes met zicht op Jeruzalem, de Dode Zee, de Middellandse Zee of midden in de woestijn. Dichter bij de natuur kan bijna niet.

En ja, zo kamperen heeft ook z’n keerzijden. Over stroom beschikten we niet. Rond de klok van negen uur ’s avonds was het echt donker en sliepen we snel. In de ochtend werden we dan ook bijtijds weer wakker. Over dicht bij de natuur gesproken.

Een douche of toilet hadden we de meeste dagen niet. Maar zelfs dat went. Je moet er immers wat voor over hebben.

3 Wildkamperen is een avontuur van jewelste.

Wildkamperen is een avontuur in hoofdletters. ’s Morgens wisten we meestal niet waar we ’s avonds onze tent zouden opslaan. De smartphoneapp maps.me gaf een overzicht van officiële campings of plekken die voor wildkamperen geschikt zijn. Soms bleek die plek bij aankomst helemaal niet te bestaan of was die niet geschikt om te kamperen. Dan was het zoeken naar een betere locatie.

Als we ’s nachts allerlei vreemde geluiden buiten hoorden, ging de fantasie weleens met ons op de loop: welke diersoorten zouden er allemaal rond de tent kunnen struinen? Helemaal fictief waren de gedachten niet: toen we in de uitgestrekte Negevwoestijn een overnachtingsplekje hadden, zagen we ’s ochtends wolven lopen.

Wie van structuur en comfort houdt, moet niet gaan wildkamperen. Wie avontuurlijker is ingesteld, zou wildkamperen zeker een keer moeten proberen.