Van top tot teen eerlijk

beeld LIVStores
5

Dat elke broek of jurk die in de winkel hangt door mensenhanden in elkaar is gezet, daar sta je niet altijd bij stil. Hetzelfde geldt voor de omstandigheden waaronder dat gebeurt. Wat je kunt doen als je betwijfelt of dat allemaal wel eerlijk verloopt: zelf een merk beginnen.

Denk aan de arbeiders

De gedachte dat zijn kleding zou kunnen worden gemaakt door kinderen die daar veel te weinig geld voor krijgen, bezorgden Johan Bonte een ongemakkelijk gevoel. Hij besloot daar wat aan te doen.

J54 staat er in koeienletters op T-shirt ”Lucas”. Sweater ”Aaron” heeft een print met dezelfde letters. De merknaam moet dragers van de kleding dagelijks herinneren aan Jakobus 5:4: „Ziet, het loon der werklieden, die uw landen gemaaid hebben, welke van u verkort is, roept; en het geschrei dergenen, die geoogst hebben, is gekomen tot in de oren van den Heere Sebaoth.”

„Tot op de dag van vandaag worden arbeiders op het veld uitgebuit”, verklaart Johan Bonte de keuze voor de merknaam. De Amersfoortse ondernemer raakte overtuigd van het onrecht in de kledingindustrie toen hij een jaar of acht geleden namens de ZOA voorlichting over kinderarbeid gaf op scholen. „Terwijl ik de leerlingen bevroeg en hen met het grote onrecht in de kledingindustrie confronteerde, hield ik mezelf ook de spiegel voor; mijn kleding ging steeds minder comfortabel zitten. Ik werd actiever met het verduurzamen van mijn kledingkast, maar er was maar weinig eerlijke en betaalbare mannenkleding te vinden. Daarom besloot ik om zelf in dit gat in de markt te springen en een alternatief te bieden.”

Dat resulteerde afgelopen zomer in een nieuw kledingmerk voor mannen. „Voor mannen is er op dit gebied veel minder aanbod dan voor vrouwen. Vrouwen vragen bovendien om meer variatie, waardoor je een breder assortiment moet hebben om op hun vraag in te spelen.”

De kledingindustrie bestaat uit veel verschillende schakels. Hoe weten kopers zeker dat hun J54-shirt of -hoodie écht eerlijk is? „De kleding is gemaakt van biologisch katoen”, legt Bonte uit. „Dit is beter voor de grond en voor de arbeider, want er worden, in tegenstelling tot bij niet-biologisch katoen, geen gifstoffen gebruikt voor de teelt. Daarnaast wordt er toegezien op de arbeidsomstandigheden en ontvangen de arbeiders een leefbaar loon. Wat hoger is dan het minimumloon, want dat is vaak te laag om van te kunnen leven.”

Bonte zelf kan het niet controleren, maar het GOTS-keurmerk en FairWear-label van zijn producten stellen hem gerust: „Het GOTS-keurmerk heeft eigen controleurs, die streng toezien of de productie volgens de regels verloopt en of het katoen biologisch wordt geproduceerd. FairWear controleert de arbeidsomstandigheden van de arbeiders; kledingleveranciers die niet aan de eisen voldoen, mogen het keurmerk niet dragen.”

Ondanks de hogere lonen en pure stoffen is de prijs van J54-kleding opvallend laag – shirt Lucas kost bijvoorbeeld 27,50 euro. Volgens Bonte is dat misschien wel „te goedkoop”, maar: „Ik wil dat eerlijke kleding toegankelijk is en niet is voorbehouden aan mensen met een hoog inkomen. Bovendien hoef ik niet van het merk te leven: ik heb nog een parttimebaan, waarmee ik alle lasten kan betalen.” Om de prijs laag te houden, biedt hij zijn kleding alleen aan via zijn webwinkel. Bonte: „J54 lag tot voor kort in één zaak in Amersfoort, maar veel kledingwinkels hanteren een minimale marge vanaf 40 procent. Daardoor kan verkoop in de winkel niet uit.” Voorlopig is het aanbod van J54 nog wat beperkt; wie een eerlijk overhemd of kostuum wil bestellen, moet nog even wachten.

www.j54.nl

Achter ”Made in Turkey” kan arbeid in India schuilgaan

Eerlijke lonen, fatsoenlijke werkweken en veilige, gezonde werkomstandigheden zijn voor de makers van onze kleding geen vanzelfsprekendheid. „Daarom kunnen we de gemiddelde mannenmode niet eerlijk noemen”, stelt Lynsey Dubbeld (44), communicatieadviseur en auteur van het boek ”Mode voor morgen. Duurzame kleding in Nederland” (2012). Intussen neemt de aandacht voor eerlijke mode wel toe: wie dat wil, „kan van top tot teen in eerlijke items gekleed gaan.” Dubbeld: „Voor sommige merken is een product al fair als bijvoorbeeld de katoen is geteeld zonder dat er kinderhanden aan te pas zijn gekomen. Anderen vinden dat die term ook gaat over de lonen en werkweken voor de arbeiders en over een werkvloer zonder geweld en intimidatie. Het gemiddelde kledingstuk heeft 1900 reiskilometers achter de rug voordat het in de handen van de consument terecht komt; achter een label met ”Made in Turkey” kan ook arbeid in Oezbekistan, India, China én Duitsland schuilgaan. Het is voor een merk natuurlijk heel lastig om in de gaten te houden dat in alle schakels van de keten eerlijk wordt gewerkt.

Overigens is kleding uit bijvoorbeeld Turkije, China, Bangladesh en India niet noodzakelijkerwijs oneerlijk. En Italiaanse mode is niet per se onder eerlijke omstandigheden gemaakt.”

Tips voor de duurzame consument: „Koop minder kleding, koop tweedehands en let op keurmerken.”

Schoenen van appelleer

Dragen we straks schoenen van appelleer of een broek van gekeurd biologisch katoen, zodat verven –een milieubelastende activiteit– niet meer nodig is? De Amerikaanse journalist Dana Thomas ziet de toekomst van de kledingindustrie vol vertrouwen tegemoet. Volgens Thomas is het nog slechts een kwestie van tijd voor duurzame mode net zo gewoon is als biologisch eten.

Thomas constateert in haar boek ”Fashionopolis” (2019) dat de mode-industrie meer inzet op duurzaamheid. Zo worden spijkerbroeken steeds vaker geverfd met natuurlijk indigo, en niet met chemische producten, die hun sporen in het milieu nalaten.

Het appelleer waarover Thomas spreekt, bestaat inmiddels. Het schoenenmerk Komrads introduceerde vorig jaar schoenen van het materiaal. Eerder al kwam het met schoenen van ananasleer en cactusleer op de proppen. In thuisland Tsjechië bleken de veganistische schoenen –ook wel ‘sovjetschoenen’ genoemd– een hit.

Na de schoenen volgen de accessoires: inmiddels produceren andere merken ook tassen en broeksriemen van pulp van gefermenteerde appelschillen.

Direct contact met de makers

Binnen een jaar voor een betaalbare prijs een zo duurzaam mogelijk gemaakt jurkje op de markt brengen. Dat was het doel dat Janine Kamerik-Hoekman (28) zich stelde toen ze begin 2019 met Common & Sense begon. Die opzet slaagde, al was het een ontdekkingstocht met vele voetangels en klemmen.

Janine werkte na haar studie in Wageningen een aantal jaren als projectleider bij een IT- en data-bedrijf. Niet de meest logische basis voor een carrière in de mode. „Dat klopt, ja. Die stap heeft te maken met het vak Fair Trade Management dat ik tijdens mijn studie volgde: het opzetten van eerlijke productieketens. De wens om daar zelf iets mee te doen sluimerde al jaren in mijn achterhoofd. Ik koos voor mode omdat ik van vakmanschap houd. Bijna alle kleding wordt nog altijd door mensenhanden in elkaar gezet. Dat vind ik een fascinerend idee.”

Tegelijkertijd is bekend dat er juist in de kledingindustrie sprake is van allerlei soorten misstanden: onveilige en slechte werkomstandigheden en kinderarbeid, bijvoorbeeld. Wat Janine voor ogen stond (en staat) is een zo transparant mogelijke productieketen, met waardering voor de mensen die de kleding maken. „Als christen zijn we geroepen om te zien naar elkaar. Dat geldt ook in een industrietak waarin dat misschien niet de norm is.”

Wirwar

Een en ander op poten zetten bezorgde haar heel wat hoofdbrekens en stress. „De kledingindustrie zit heel ingewikkeld in elkaar. Het is een wirwar van tussenhandelaren en contactpersonen. Met als risico dat je geen idee meer hebt waar je kleding nu precies gemaakt wordt. Een belangrijk uitgangspunt is dat ik direct contact wil hebben met de ateliers en de makers. Dat bemoeilijkt het zoeken.”

„Je moet ervan overtuigd zijn dat degene met wie je in zee gaat er hetzelfde in staat als jij. Maar het is lastig om dat te bepalen als je niet dezelfde taal spreekt en uit een verschillende cultuur komt. Ik had bijvoorbeeld een keer een overleg met een fabrikant uit Azië. Hij kon alle certificaten die ik maar wilde leveren, zei hij, maar vermeldde er meteen bij dat hij ze complete onzin vond. Dan heb je dus geen match.”

Niet alleen de arbeidsvoorwaarden zijn van belang, Janine wilde ook een verkoopbaar jurkje op de markt brengen. „Na veel heen en weer gepraat en ge-e-mail heb ik een paar fabrikanten in India proefmodellen laten maken die helaas niet netjes genaaid waren.”

Uiteindelijk kwam Kamerik terecht bij een Nederlands atelier, „een parel van eigen bodem”, zegt ze. De eerste jurkjes voor haar modemerk Common & Sense zijn daar geproduceerd. „Met de dames van Mainland kan ik gewoon in het Nederlands overleggen. Geweldig.” De nieuwe collectie, die binnenkort beschikbaar is, is helemaal op Nederlandse bodem gemaakt. „Maar ik experimenteer nu met een testtraject in Polen en Bali. Als dat slaagt, gaat een deel van de productie misschien wel daar heen.”

Een jurk voor 50 euro: hoe kan dat?

„Eerlijke en duurzame kleding is uiteraard wat duurder. Mijn jurkjes kosten tussen de 70 en de 100 euro. Omdat er zeker ook mensen zijn die graag eerlijke kleding willen kopen maar geen dikke portemonnee hebben, bedacht ik het Fair For Fifty-concept. Elke zomer en winter wil ik een jurkje aanbieden voor 50 euro – voor minder lukt het écht niet. Aan die jurkjes verdien ik weinig, eerlijk gezegd. Maar soms is een ideaal ook iets waard. In het geval van de 50 euro-jurk is mijn ideaal om eerlijke kleding wat breder toegankelijk te maken.”

www.commonandsense.nl

Nog drie duurzame modetips

Op zoek naar een tijdloze basisrok van een duurzame stof? Neem dan eens een kijkje op de website moyzo.eu. Dit Nederlandse bedrijf werkt alleen met natuurlijke materialen, denk aan linnen, biologisch katoen en wol. De rokkencollectie bestaat voornamelijk uit kuit- en knielange zandloper- modellen. Die flatteren veel vrouwen, maar in de winkel vind je ze niet altijd.

www.moyzo.eu

Ook voor iets alledaags als ondergoed bestaan er duurzame(re) alternatieven. Het mannenmerk Undiemeister werkt met Mellowood, een stof die bestaat uit een combinatie van biologische katoen en tencell. Tencell wordt gemaakt van houtvezels volgens een methode waarbij zo min mogelijk water en energie wordt gebruikt. Aan de productie van biologische katoen komen geen chemische bestrijdingsmiddelen te pas. Mellowood scoort daarom qua duurzaamheid beter dan bamboe en gewone katoen, aldus Undiemeister.

www.undiemeister.com

Panty’s zijn bij uitstek een wegwerp- product, want kwetsbaar. Dat geldt ook voor de beenbekleding van het Zweedse bedrijf Swedish Stockings. Maar die panty’s bestaan wel voor het grootste deel uit gerecycled materiaal. Swedish Stockings wil op termijn van oude panty’s nieuwe maken, maar dat is technisch nog niet mogelijk.

www.swedishstockings.com

Winkel vol kleine merken

Kleine collecties van Nederlandse ontwerpers: dat is de specialiteit van LIVStores in de Utrechtse Twijnstraat. Eigenaresse Marjan Londeman (58): „Het gaat om ambachtelijk gemaakte kledingstukken van mooie materialen, waar je lang mee doet.” Londeman vertelt over een ontwerper die al dertig jaar alleen restpartijen gebruikt. Dat dat nu opeens duurzaam heet en hip is, is mooi meegenomen. „Ik begon in 2014 met deze winkel omdat het me opviel dat deze kleine merken verder nergens meer te vinden waren. Winkelstraten werden en worden gedomineerd door grote ketens die vaak slechte kwaliteit leveren, als ik het zo mag zeggen.

Blouses van twee tientjes vind je hier niet. Eerlijk gemaakte mode is nu eenmaal duurder. Ik verkoop blouses van 129 euro. Die zijn gemaakt van een mooie stof en hebben een goede pasvorm. Daar heb je jaren plezier van.”

www.livstores.nl