Stoppen met smeren: in een week van een Labelloverslaving af

beeld RD
3

Hij zit in de jaszak, gaat altijd mee in de handtas en staat als we niet uitkijken de hele dag op ons bureau. Blauw met wit, kokervormig. Labello. Kunnen we eigenlijk nog zonder dat witte staafje vettigheid? Smeren we niet te veel? Redacteuren Aline en Mirjam proberen een week lang van hun verslaving af te komen.

Het begint allemaal op de redactievergadering. Daar komen we tot de ontdekking dat we beiden –naast laptops, koffie en telefoons– een Labello hebben meegesjouwd. Raar, dat we voor een vergadering die een uur duurt niet eens zonder lippenbalsem kunnen.

Die afhankelijkheid is niet normaal, zeggen we tegen elkaar. Zijn we verslaafd? We besluiten de proef op de som te nemen en een week lang geen producten op onze lippen te smeren. Voor het competitieve element maken we er meteen een wedstrijdje van. Wie houdt het labelloloos leven het langst vol? En: zijn we aan het eind van de week van onze verslaving af?

Mirjam

Maandag 1 april

Het is geen grap. Een week lang laat ik mijn favoriete lippenbalsem staan. Om te voorkomen dat ik op het werk naar mijn Labello grijp, graai ik ’s ochtends de exemplaren uit mijn jas en tas bij elkaar en laat ze achter op het aanrecht.

De dag start goed. Aline appt dat ze gewoontegetrouw Labello opgesmeerd heeft, die ochtend. 1-0 voor mij.

Het drama begint als ik ’s avonds hete wraps wegwerk. De combinatie peper en onbeschermde huid is niet zo gelukkig. Eens per dag mogen we iets smeren, zolang het maar geen Labello is, spreken Aline en ik af per app.

Midden in de nacht word ik wakker met opgezwollen, pijnlijke lippen. Ik kan me niet inhouden. Ik smeer een dikke laag Nivea op.

Woensdag 3 april

Mijn lippen nemen steeds meer de uiterlijke kenmerken van een maanlandschap aan. Net voor het schaaltje kwark met walnoot smeer ik een dikke laag witte Nivea op mijn geteisterde lippen.

Ik heb vroege dienst vandaag, dus 7.15 uur ben ik present op het RD. Helaas is de verlichting van korte duur. Rond 9.00 uur voel ik de barsten alweer verschijnen. Het kloppen begint.

Praten gaat moeizaam, eten niet zonder gekreun, en hard lachen is onmogelijk. „Zelfs eten doet pijn (traktatie)”, app ik Aline. „Ik mag zo weer Vaseline”, appt ze zonder enig gevoel van compassie terug. Van je collega’s moet je het maar hebben.

Gaandeweg groeit het gevoel van schaamte. Kom ik ooit van deze smeerzucht af?

Donderdag 4 april

Een dagje thuiswerken. Dat betekent niet door weer en wind naar kantoor, geen gesprekken, geen onverhoedse lachbuien. Rust dus voor de lippen. Het appje dat ik later krijg, doet me bijna uitbarsten in een pijnlijke grijns: Aline heeft Labello gebruikt!

’s Avonds ga ik weg; een uitje met collega’s. Wil ik ze de aanblik van mijn kurkdroge, van vellen aan elkaar hangende lippen aandoen? Vlak voor vertrek smeer ik toch maar Nivea op –tegen de regels in voor de tweede keer die dag.

Zaterdag 6 april

’s Avonds zing ik de Matthäus Passion. Tweeënhalf uur muziek maken met droge lippen is teveel gevraagd. Normaal gesproken frommel ik de Labello in mijn mouw (ongelooflijk hoe handzaam dat formaat is) maar met de Niveapot gaat dat niet. Dus zing ik voor de pauze met pijnlijke lippen koordelen en koralen weg; elke ”f”, ”w”, ”d”, ”v”, ”o”, ”u”, ”oe” trekt rimpels in mijn mond.

In de pauze plunder ik de pot. In hoeverre ben ik nu nog aan het afkicken van Labello of een nieuwe verslaving aan het opbouwen?! Feit is dat mijn lippen nog steeds gebarsten, droog en af en toe pijnlijk zijn. Van het ene probleem naar het andere dus.

Aline

Maandag 1 april

’s Ochtends vroeg sta ik met mijn slaperige hoofd voor de spiegel en smeer ik gedachteloos lippenbalsem op als onderdeel van de ochtendroutine. Om half 8 komt er een appje van collega Mirjam binnen: ”Help, ik mis mijn Labello nu al.” Oeps. Compleet vergeten dat we deze week zouden stoppen. Een halfuur later word ik op de redactie begroet door een voldane grijns. „Ik heb lekker al gewonnen”, spreekt Mirjam volwassen. Wat een slecht begin.

Rond het middaguur krijg ik last van droge lippen. De droogte leidt af: ik kan me niet eens concentreren op het typen van mijn verhaal. Ik wist niet dat het zo erg met me gesteld was. Gelukkig is gedeelde smart halve smart en kunnen Mirjam en ik flink tegen elkaar aan klagen op de app. ’s Avonds besluiten we dat we toch één keer per dag iets verzachtends op mogen smeren, voor er serieuze verwondingen ontstaan.

Woensdag 3 april

Dit is de ergste dag tot nu toe. Mijn lippen zijn droog en vellerig en lachen doet pijn. De toegestane dosis Vaseline van die dag helpt heel even, maar is een uur later alweer uitgewerkt. Ik ben verslaafder dan ik dacht. Gelukkig werk ik thuis vandaag. Dat scheelt praten. Al is de verleiding groter om toch de Labello erbij te pakken, nu de wakende ogen van collega’s niet aanwezig zijn. Maar ik weet ervan af te blijven. Ik ben zelfs zo sterk dat de Labello al een halve week in mijn handtas zit en ik er niet aan heb gezeten. Ik kan dit.

Ook Mirjam heeft het zwaar. Ik krijg een bericht binnen dat ze voor de tweede keer heeft gesmeerd. Het is 1-1. Mijn fout aan het begin is vergeten en we staan gelijk.

Donderdag 4 april

Hoogmoed komt voor de val. ’s Ochtends vroeg word ik niet bepaald vrolijk van mijn aanblik in de autospiegel. Ik smeer zuchtend de laag Vaseline voor de dag op. Als ik op mijn werk aankom, spot collega Henrieke het meteen. „Je hebt iets op!” spreekt ze vermanend. Wanneer ik uitleg dat dit mijn enige toegestane dosis van de dag is, kijkt ze wat minder verwijtend. Vandaag doet alles pijn. Mijn lippen zijn gebarsten en beginnen op een gegeven moment zelfs te bloeden. Henrieke, behulpzaam: „Je ziet echt groeven.” En bedankt. Ik voel me totaal niet op mijn gemak en heb de neiging om bij ieder gesprek met iemand anders mijn hand voor mijn mond te houden. Om 11.00 uur ga ik voor de bijl en smeer ik voor de tweede keer die dag Vaseline op. Pech dan. Ik ben er even klaar mee.

Zaterdag 6 april

Het gaat mis. Na mijn ontbijt grijp ik naar de labellostick. De royale vettige dosis brengt even verlichting, maar dan komt het schuldgevoel opzetten. Al was het ook wel veel gevraagd om gelijk volledig te stoppen, zo probeer ik het voor mezelf goed te praten. In ben in ieder geval al een stuk minder aan het smeren. Toch?

De week zit erop. Mirjam heeft de wedstrijd gewonnen, maar van het smeren zijn we geen van tweeën af. We hebben het dan ook niet goed aangepakt: volgens de experts is een week te kort om resultaat te zien. Verder gebruikten we verkeerde alternatieven. Zo schijnt Vaseline de huid juist af te sluiten. Daardoor kregen onze lippen niet de kans te herstellen.

De schaamte om onze vervellende lippen speelde ons ook parten. Het liefst hadden we ons tijdens deze afkickperiode teruggetrokken in een isoleercel met dikke wanden en zonder ramen –of in een hutje op de hei.

We letten wel meer op ons gebruik dan eerst. En we smeren minder. Maar het blijft fijn om het blauwe stickje op zak te hebben. Gewoon, voor de zekerheid.

Werkt balsem verslavend?

Klopt onze aanname dat lippenbalsem een verslavende werking heeft? Deels, volgens dermatologen.

Onze lippen bestaan uit huidcellen, die dunner zijn dan de rest van de huid. Ook bevatten ze geen zweetklieren. Hierdoor missen ze de natuurlijke laag van zweet en huidoliën die de huid glad en soepel houdt, waardoor lippen sneller uitdrogen en gevoeliger zijn voor temperatuurverschillen.

Als je elke dag meerdere keren je lippen insmeert met balsem, wordt er continu een beschermlaag over de buitenste laag dode huidcellen gelegd. Die kunnen dan nergens naartoe.

Stop je ineens met het gebruik van Labello, dan is de beschermlaag weg en moeten de cellen weer helemaal op gang komen. Dit betekent dat de buitenste dode cellaag langer op je lippen blijft plakken. Het gevolg: droge lippen. Omdat niemand daar zin in heeft, grijp je dan toch naar de balsem om de lippen weer zacht en soepel te maken. Voilà, de cirkel is rond: je bent ‘verslaafd’ aan lippenbalsem.

Zo’n verslaving is deels psychologisch. „Zeker mensen die regelmatig lippenbalsems gebruiken, vinden het gewoon een prettig gevoel om vettige lippen te hebben”, aldus dermatoloog Loek Habbema tegen RTL Nieuws. „Daarom valt het extra op dat hun lippen wat droger aanvoelen als ze het niet meer gebruiken. Terwijl dat niet zo hoeft te zijn.”

Allemaal goed en wel, maar als je eenmaal gewend bent om te smeren, is het lastig om te stoppen, zo weten wij uit ervaring. Voor iedereen die het ook wil proberen en het beter wil aanpakken dan wij, hieronder een paar tips.

- Kijk uit met andere zalfjes. Vaak werkt een vette, vaseline-achtige zalf juist averechts, omdat het de huid afsluit en de lippen alsnog niet de kans krijgen om te genezen.

- Toch iets nodig? Gebruik kokosolie. Dat schijnt de perfecte natuurlijke lippenbalsem te zijn omdat het vooral de lippen intrekt en er geen laagje overheen legt.

- Niet over de lippen likken. Speeksel droogt de huid nog erger uit.