Smeren tijdens een cursus stuken

Tegen de winterdip
beeld Martin Mooi
6

Een wandje grijze gipsplaten grijnst me aan. Vijf rechts, vijf links. Pakweg 5 vierkante meter. Opdracht: muurtje stuken. Strak en glad. In de strijd tegen de winterdip. Flats! Een klodder gips valt op de vloer uiteen. Lekkere smeerboel.

Een straffe wind waait over Wormer. Het weer is grauw en grijs. Ideaal om een dreigende winterdip een extra duwtje te geven. In de verkeerde richting.

Vandaag bind ik de strijd aan met doelloos gesomber. Een heuse workshop is een goed middel tegen een dreigende winterdepressie. Blijkt uit onderzoek. Zeggen ze.

Stoomcursus

Een stoomcursus stuken wacht. Let wel: stúcen! Zeg nooit stukadoren, dat klinkt kneuzig. Stuken is vakwerk, verzekert stukadoor Koos Broek (62), 47 jaar in het vak. „Om het onder de knie te krijgen, moet je vijf jaar lang elke dag stuken.”

Bemoedigend. Vijf jaar...?! En dat moet ik me in één dag eigen zien te maken?! Twijfel slaat toe. Wie ben ik dat ik dit doen moet? Tegelijkertijd trekt de uitdaging. Dat dan ook wel weer.

De werkplaats in Wormer telt zes werkplekken. Een kacheltje brengt cursusruimte en cursisten op temperatuur. Drie stukadoors in spe zouden vandaag de workshop volgen. Eéntje komt niet opdagen. „Geld overgemaakt naar de verkeerde cursus.”

Vieze handen

Aan de slag. „Als je bang bent voor vieze handen, moet je hier niet aan beginnen”, waarschuwt cursusleider Koos Broek. Bang...?! Ha! Kom maar op. Demonstratief stroop ik de mouwen van m’n roze blousje op. Toch, een overal zou niet gek zijn. Nooit aan gedacht natuurlijk. Een tikje wanhopig kijk ik rond.

Koos weet raad. De stukadoor grist een rode schort van een schap. Rood op roze. Doet zeer aan m’n ogen. Uit dat ding. Onder een stapeltje rode schorten ontwaar ik een zwarte. Kleurt véél beter.

Koos wijst de cursisten hun werkplek met twee haaks op elkaar staande muurtjes: 1 meter breed, pakweg 2,20 hoog. Een naad tussen elke plaat.

Les 1. Plak gaas. De cursusleider reikt een dikke rol zelfklevend band aan. „Neem 10 centimeter breed, dan heb je voldoende aan beide kanten. Plak het gaas over de naad, zet de spaan erop en snijd het gaas af langs de spaan.”

Pindakaas

Stap 2. Knip hoeklijnen. Koos pakt een lange metalen strip en een knipschaar. „De uitwendige hoeken krijgen een hoeklijn ter bescherming van het pleisterwerk, maar ook om er gemakkelijk langs te kunnen werken”, legt hij uit. „Zet de schaar haaks op de hoeklijn, knip ’m op maat én in verstek.” Zo gezegd, zo gedaan. Kind kan de was doen.

Koos kiept water in een 130 liter grote, witte kuip en strooit er Knauff Goudband bij. Eérst water, dan gips. „Anders kom je tijdens het mengen niet meer op de bodem. Met een troffel sla je water en gips door elkaar.”

Knauff Goudband is voor „monolitisch” pleisterwerk, legt de stukadoor uit. Oftewel: gips voor één laag. Handmatig mengt hij een klein beetje voor de hoeklijnen.

„Maak het gips bijna zo dik als pindakaas”, adviseert Koos. Met een troffel schept hij de smurrie op een stucbord. „Leg je bord op de rand van de kuip, dan hoef je niet te tillen.” Slim advies, dat hij deze dag nog maar drie keer hoeft te herhalen. Tja, niet elke cursist leert even snel.

Les 3. Hoeklijnen bevestigen. Met z’n spaan smeert Koos gips langs de rand van de wand. Hoeklijn erin duwen, even aandrukken en klaar is Kees. „Nooit schroeven, want dan zet je ’m onder spanning.”

Aardedonker

Dan is het tijd voor het echte werk. Het kacheltje snort. De cursusleider giet water in de kuip en voegt wit, stuivende Knauff toe. Eén zak op pakweg 17 liter. Koos pakt een mixer en pats... de werkplaats is aardedonker. Stoppen eruit! Kachel én mixer is net iets te veel van het goede. Even later ligt het gips toch gemixt klaar.

Stap 4. Gips aanbrengen. De cursusleider schept met een troffel gips op zijn stucbord. „Zet de wand lekker vol”, instrueert Koos. „Overal evenveel. De hoeklijn is je referentiepunt.”

De workshopleider zet een volle spaan gips tegen de wand. „Smeer altijd van onder naar boven. Of opzij.” Vakkundig beweegt de oude rot in het vak zijn spaan in een langzaam kantelende beweging langs het muurtje en duwt het gips ertegen. Klontjes en hobbeltjes zijn geen probleem. Nu nog niet.

De cursisten volgen zijn voorbeeld. Een tikje onbeholpen smeer ik de smurrie tegen mijn wandje. Flats! Een flinke klodder gips valt op de vloer uit elkaar. En nog één. Stiekem kijk ik om het muurtje naar Hans Schwencke (52), de andere cursist. Balen. Zijn vloertje is nog schoon. Oeps! Ik glij met m’n gladde schoenen door de werkplaats.

Maar het lukt! Even later bekijk ik apetrots mijn volgesmeerde muurtje. Te vroeg gejuicht. Koos kijkt kritisch. „Hier”, wijst hij. „Daar zit te weinig. En daar. Doe overal evenveel. Kom op, niet te benauwd. De familie Knauff heeft nog genoeg spul op voorraad.”

Een stukadoor heeft in totaal 2,5 uur tijd om het zachte gips in fasen te verwerken. „Gips regeert. Je materiaal bepaalt wanneer je wat moet doen”, legt de stukadoor uit. „Niet andersom. Blijf daarom in de buurt, ga niet bij de buren koffiedrinken.”

Na het opbrengen, moet het ruwe gips in 20-25 minuten hard worden. Afbinden, in jargon. „De kunst is nu om eraf te blijven”, benadrukt Koos. „Even niets doen.”

Koffie

Tijd voor koffie. Hans Schwencke uit Zaandam, planner bij grondverzetbedrijf Liebherr, geniet van de cursus van Koos. „Ik moet m’n badkamer stuken na lekkerij”, legt hij uit. „Bovendien vind ik het leuk om eens iets anders te doen. Iets met m’n handen. Ik zit de hele dag orders in te voeren.”

Koos is een van de weinigen in Nederland die workshops stuken aanbiedt. „Ik ben er zes jaar geleden mee begonnen. Tijdens de economische crisis kelderden de prijzen door onze Oost-Europese vrienden.”

De stukadoor zocht en vond andere inkomsten in lessen stuken. „Een uitdaging. Daarmee kan ik ook mijn vakkennis overdragen.” Cursisten komen uit het hele land. „Vaak mensen die hun huis willen opknappen.” Met de cursus van 150 euro kan een handige doe-het-zelver aardig wat geld besparen.

Koos vervolgt de cursus. Onderdeel 5. Afrijen van het licht aangestijfde gips. De stukadoor pakt een afrijplank, een metalen strip van een meter. Langzaam schraapt hij over de hoeklijn het overtollige gips van de muur. „Verticaal, vanuit de inwendige hoek naar het midden.”

De cursisten volgen z’n voorbeeld. Plank in de aanslag. „Ik zou ’m andersom houden”, zegt Koos minzaam. Vragend blik ik naar m’n plank. Ai, achterstevoren. „Doe het vooral op je eigen manier”, zegt Koos met een grijs. „Ik doe het op de goeie manier.”

Dat valt nog niet mee. De afrijplank trekt een streep in het verse gips. Met dank aan een klontje. „Geeft niks”, verzekert Koos. „Komt allemaal goed.” Zou het, vraag ik me vertwijfeld af. Mijn muurtje oogt als een gatenkaas.

beeld Martin Mooi

Durven

Tijd voor weer een pauze. „De grootste kunst is om te durven wachten.” Koos serveert een lunch, terwijl het gips kan aantrekken. Verse broodjes, kaas, kip-kerrie en kipfilet.

Punt 6. Messen. De stukadoor pakt een spacmes. „Pas op, vlijmscherp.” Koos laat z’n brede mes met handvat over het versgestucte muurtje glijden. „Het gips is nu stijver, dus je moet harder duwen.”

Mwah, het gips oogt nog steeds als een huid met jeugdpuistjes. Koos blijft relaxed. „Er zit nog te veel vocht en lucht in de muur. Wacht maar, het komt goed.” ’t Zal wel. M’n spacmes jankt over de gipswand. „Duw harder, nog harder.” En eerlijk is eerlijk, strepen, gaten en hobbels lijken langzaam te verdwijnen.

Opnieuw een verplichte pauze. Wachten en weer wachten. Hoe onthou ik de lengte van al die wachttijden? Geen nood. „Je krijgt na afloop een instructie mee.” Geruststellend.

Na elke ronde messen oogt het oppervlak gladder. „Stucwerk moet je altijd van een meter afstand beoordelen.” Sausklaar stucwerk mag over een lengte van 1 meter 1 millimeter in hoogte verschillen. „Het blijft handwerk.”

Geslaagd

Fase 7. Vilzen. Het eind komt in zicht. Koos pakt een bord met een oranje toplaag van spons. Met de natte spons smeert hij het stucwerk glad. „De grove gipsdeeltjes blijven zitten, de kleine poets je weg.” De laatste oneffenheden smelten als was voor de zon. Nog één keer het muurtje natsprenkelen, nog één keer natrekken.

Dan... dan is mijn allereerste gestucte kunstwerk in de geschiedenis gereed. Spic en span, strak en glad. Tijd voor een beoordeling. Koos laat z’n oog over mijn levenswerk glijden. „Goed geslaagd”, reageert hij. „Een paar kleine dingetjes. Het messen mag iets agressiever. Maar je hebt er gevoel voor. Je beschikt over een natuurlijke, ontspanning beweging.”

Cijfer?! „Zeker een 7,5.” En ik? Voor mij voelt het minimaal als een 9–. Maar belangrijker, ’t geeft een kick zo’n klus. Winterdip of niet.

beeld Martin Mooi

serie Tegen de winterdip

Iets nieuws leren is goed voor je brein. Volgende week deel 5: Roosmarijn gaat zeefdrukken.