Recept: flammkuchen aardappel-kastanjechampignons-truffel of aardappel-ui-ansjovis

Deeg voor flammkuchen. beeld RD
2

Het werkt! Ik had iets gekocht in een befaamde kookwinkel. Ik duikelde het op in een kennelijk vergeten hoekje. De verkoper moest, net als ik, de verpakking goed bestuderen om te zien wat het was. Op mijn vraag of zoiets echt werkte, fronste hij een beetje. Hij bekeek het zakje waarin een stukje stof zat dat iets weghad van een steunkous goed en humde wat. „Ik bestuif de deegroller gewoon met een beetje bloem, dat werkt prima”, zei hij uiteindelijk. „Ik zou het niet doen.”

Maar om de een of andere reden was ik al om. Deze hoes voor om de deegroller waaraan geen deeg zou blijven plakken móést ik proberen. Bij de kassa mompelde ik dat het me voor de kinderen zo handig leek, omdat het koekjesdeeg altijd zo plakte. Want ik snapte ook wel dat bestuiven met bloem het echte werk is, en stukken professioneler klinkt dan een deegroller met steunkous.

Om een lang verhaal kort te maken: ik maakte thuis makkelijk flammkuchendeeg zonder gist, legde het op bakpapier (anders kleeft het nog aan het aanrecht), rolde er met de aangeklede deegroller overheen en er plakte helemaal niets. Ideaal. Hoe de nieuwe aanwinst zich gedraagt bij koekjes- of appeltaartdeeg moet ik nog testen.

Een flammkuchen is trouwens een flinterdunne ‘pizza’ uit de Elzas, met crème fraîche besmeerd en traditioneel belegd met spekjes, ui en gruyère. Heerlijk, maar hier geef ik twee avontuurlijker variaties.

Flammkuchen anders

Ingrediënten (voor 4 flammkuchen): 400 g bloem, 220 ml lauw water, 3 el zonnebloemolie, 1 tl zout (of, nog makkelijker: gebruik kant-en-klaar flammkuchendeeg uit de koeling); 325 g crème fraîche (mascarpone werkt ook goed), snuf zout, 75 g geraspte mozzarella of jonge kaas om te bestrooien. Voor topping 1: snuf nootmuskaat, 3 el truffeltapenade of een scheut truffelolie, snuf zout, 2 lichtkruimige aardappels, 100 g kastanjechampignons, handvol rucola en evt. Parmezaanse kaas. Of, voor topping 2: 2 lichtkruimige aardappels, 2 uien, half blikje ansjovis (of minder, naar smaak).

Bereiding:

Doe de bloem met het zout en de olie in een kom. Voeg het water toe en kneed in een paar minuten tot een soepel deeg. Laat het deeg rusten onder een theedoek. Verwarm de oven voor op 220 graden Celsius.

Voor topping 1: meng de crème fraîche met de nootmuskaat, de truffeltapenade of -olie en een snuf zout. Voor topping 2: roer de crème fraîche los en snijd de ansjovis in kleine stukjes.

Was de aardappels en snijd ze ongeschild in heel dunne schijfjes. Maak de kastanjechampignons (topping 1) of de uien (topping 2) schoon en snijd die ook in dunne plakjes of halve ringen.

Rol het deeg op bakpapier uit tot een zo dun mogelijke lap. Besmeer met de crème fraîche en beleg met de ingrediënten naar keus. Bestrooi met de geraspte kaas.

Bak in 15 tot 20 minuten gaar in de hete oven. Leg na het bakken op de aardappel-champignonpizza wat plukjes rucola en rasp er voor wat meer pit eventueel Parmezaanse kaas over. Serveer warm.