Recept: botermoppen met sinaasappel (en gember)

Moppen. beeld RD
2

Sinds een paar jaar heb ik een omrijdbakker. Zo een die niet bij je om de hoek zit, maar waar je af en toe toch even langs wilt. Waarvoor je de vriezer dan eerst zo goed mogelijk leegveegt, zodat je extra veel brood kunt inslaan. Waar de dagaanbiedingen op een andere dag ook gewoon gelden – als je er belangstellend naar informeert.

Grappig genoeg is het ook de bakker waar ik de meeste tegenvallers heb gekocht. Prachtig ogende krakelingen die zo muf smaakten dat je ze echt niet binnen kon houden. Bokkenpootjes met crèmevulling die net iets te lang gelegen hadden. Brood dat werd gesneden toen het nog warm was en dat veranderd bleek te zijn in kleffe gatenkaas.

Bij zo’n bakker kom je nooit meer terug, zou je zeggen. Gek genoeg werkt het anders – bij mij in elk geval wel. Ergens vind ik die imperfectie wel iets authentieks hebben. Niet alles is perfect onder controle. Eigenlijk stukken leuker dan bakkers die hun gevulde koeken alleen maar afbakken en die gebak vullen met instantbanketbakkersroom.

En dan de koekjes! Die liggen los in de vitrine en kun je ouderwets per stuk kopen, als je wilt. Ze vielen me tot op heden niet tegen, juist niet.

Maar ja, het is een omrijdbakker hè. Dus een heel regelmatig bezoek zit er niet in. Dan is het handig als je thuis ook knapperig-kruimelige roomboterkoekjes kunt bakken. Zoals deze moppen, met voor het najaar een vleugje sinaasappel en voor wie wil wat gember.

Moppen. beeld RD

Moppen met (of zonder) gember

Ingrediënten: 200 g zachte boter; 125 g lichtbruine basterdsuiker; rasp van 1 sinaasappel; optioneel 50 g stemgember uit een potje; 1 eidooier; flinke snuf zout; 250 g patentbloem (of liever: een mengsel van 150 patent- en 100 g Zeeuwse bloem); kristalsuiker om te bestrooien.

Bereiding

Zorg dat de boter op kamertemperatuur is. Wil je gember gebruiken? Dep de stemgemberbolletjes dan droog voor je ze in kleine stukjes snijdt. Goed om te weten: bij gebruik van gember zullen de koekjes niet helemaal knapperig zijn, maar nog iets zacht vanbinnen.

Doe in een kom, samen met de suiker, de sinaasappelrasp, de eidooier, het zout (en indien gewenst de gember, met zo min mogelijk aanhangend vocht). Meng, met een mixer of een keukenmachine met platte haak, tot een gladde massa.

Zeef de twee soorten bloem en doe die bij het botermengsel. Meng totdat er een deegbal ontstaat.

Verdeel het deeg in twee stukken en rol van elk stuk een rol (pil) van 3 of 4 centimeter dik (afhankelijk van of je grote of kleine koekjes wilt). Wikkel de pillen in huishoudfolie en laat ze ongeveer een uur rusten in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 170 °C. Strooi een laag kristalsuiker op het werkblad. Rol beide deegpillen hierdoor. Snij de rollen met een scherp mes in schijfjes van ongeveer 0,8 cm dik.

Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat (dit moet bij een normaal formaat oven in twee delen). Bak de koekjes in 18 tot 20 minuten goudbruin en gaar. Laat ze afkoelen op een rooster.