Recept: Bananencake

beeld Geertje Bikker-Otten
2

Indonesisch eten is zowel vreemd als vertrouwd. Het exotische zit hem in ingrediënten die een doorsneehuishouden niet standaard op voorraad heeft: wontonvellen of citroenblad (dejruk purut).

Dat het ook vertrouwd voelt, komt doordat gerechten als nasi goreng of kipsaté in veel gezinnen regelmatig op het menu staan. Weliswaar vaak in een aangepaste versie, waarin bijvoorbeeld de hete peper ontbreekt. Wie weleens originele nasi goreng of daging rendang (pittige runderstoofpot) wil maken is geholpen met het kookboek ”Blauw” (Houten, 2018), gebaseerd op de keuken van het gelijknamige Indonesische restaurant, met vestigingen in Amsterdam en Utrecht. Voor bepaalde ingrediënten zul je naar de toko moeten. Maar andere gerechten zijn heel eenvoudig. In nasi goreng gaat, afgezien van afgekoelde gekookte rijst, sjalotjes, knoflook, prei en eieren alleen sambal, ketjap, witte peper en trassi.

Een recept voor cake herinnerde me aan een reis door Sulawesi. Onderdeel van het programma was een meerdaagse voettocht lang een aantal dorpjes. In elke kampong werden we gastvrij onthaald, steevast met kopi tubruk (koffie inclusief koffiedik) en zachte cake. Hoe ze die maakten, in hun eenvoudige huizen zonder fornuis? In ”Blauw” las ik de clou: in Indonesië is het gebruikelijk om cake te stomen. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ga het vast nog eens uitproberen. Onderstaande versie gaat gewoon in de oven.

Bananencake: bolu pisang

Ingrediënten (voor 12 stukken): 2 rijpe bananen, 50 ml kokosmelk, 4 eidooiers, 90 g suiker, 1 zakje vanillesuiker, 2 tl kaneel, snufje zout, 70 ml zonnebloemolie, 120 g zelfrijzend bakmeel, 6 eiwitten, poedersuiker, springvorm, bakpapier.

Bereiding

Verwarm de oven voor op 160 graden Celsius. Pureer de bananen en de kokosmelk met een staafmixer of in een blender. Klop de eidooiers met de helft van de suiker en de vanillesuiker met een mixer schuimig in een kom. Meng het kaneelpoeder, het zout, de olie en de bananenpuree erdoor. Zeef het zelfrijzend bakmeel, al kloppend, boven de kom, zodat het meel door het beslag wordt opgenomen.

Klop in een andere, vetvrije kom de eiwitten met de rest van de suiker heel stijf, tot het eiwit in pieken blijft staan. Vouw met een spatel voorzichtig in gedeeltes het eiwit door het beslag. Niet roeren, om te voorkomen dat er lucht uit het schuim verdwijnt.

Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier. Klem de rand er vast op. Je hoeft de vorm verder niet in te vetten. Schep het cakebeslag in de vorm en bak de cake in het midden van de oven in drie kwartier gaar. Controleer de gaarheid met een satéprikker: als je die er in het midden insteekt en hij komt er droog uit, is de cake gaar.

Laat de cake helemaal afkoelen voor je de rand verwijdert. Als je de cake omkeert, kun je de bodem en het bakpapier verwijderen. Leg er een bord op en keer de cake weer om, zodat hij met de bovenkant naar boven op het bord ligt. Doe wat poedersuiker in een fijne zeef en bestuif de cake vlak voor het serveren met poedersuiker.