Punchen is als prikken met een prikpen

Creatief
beeld Jaco Hoeve
2

Wie de kleuterschool gevolgd heeft –niet iedereen natuurlijk: een vijfjarige moet immers pas sinds 1969 naar school– kent de prikpen. Een handvat met stompe naald waarmee je figuren uit een karton prikt. Als kleuter knipte ik liever dan dat ik prikte. Dat laatste duurde eindeloos, vond ik. De borduurtechniek punchen heeft er veel van weg, maar valt bij mij beter in de smaak dan werken met de prikpen.

Bekijk hier het patroon (PDF):

Patroon Punchwerk op tas by RD on Scribd

Het document kan niet getoond worden, omdat de site scribd.com cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta functionele cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Punchen doe je met een lange holle naald. Het garen trek je vanaf de achterkant door de naald en de draad kan gewoon aan de bol blijven zitten. Hoewel er met de opkomst van het punchen inmiddels ook speciaal punchgaren te koop is, kun je voor deze hobby gewoon haak- of breigaren gebruiken, zolang de dikte past bij de naald.

De creatie –het kan alles zijn, van abstract figuur tot tekst– kun je in de borduurring laten zitten en ophangen aan de muur. In bijgaand voorbeeld is het borduursel uitgeknipt en op een tas genaaid.

Punchwerk op een tas

Benodigdheden: borduurring, punchnaald (nr. 5), garen in diverse kleuren (dikte nr. 5), stopnaald, schaar, potlood, punchdoek, vlieseline, kant-en-klare tas.

Aan de slag

Span het punchdoek strak in de borduurring. Hoe strakker gespannen, hoe beter.

Teken met potlood een patroon op het doek. Kies hiervoor een eigen ontwerp of neem het ontwerp van deze pagina over.

Rijg de draad in de naald. Bij de meeste naalden zit een beschrijving en een naalddoorhaler; volg de instructies van je eigen punchnaald.

Prik de naald door de stof, haal de naald omhoog en houd die vlak bij de stof en steek de naald zo’n 0,8 cm verder opnieuw in de stof. Zorg dat de steeklengte gelijk blijft voor een gelijkmatig resultaat.

Borduur eerst de contouren van een gedeelte van het patroon, bijvoorbeeld het groene blad. Borduur dan de nerven van het blad en vul daarna het blad op. Werk zo alle figuren af. Haal bij de laatste steek de naald niet omhoog maar laat die in de stof zitten. Trek de draad een stukje uit de punt van de naald, knip af en haal daarna de punchnaald omhoog.

Behalve de platte steek kun je de techniek ook andersom gebruiken. Daarbij komen de lusjes van de achterkant aan de voorzijde. Hiervoor moet je het werk keren met borduurring en al. Haal het werk dus niet uit de ring.

Werk met een borduurnaald alle draadjes weg. Steek naar de achterzijde van het werk waar nodig en hecht de draden af.

Haal de stof uit de borduurring en knip die op 1 cm van de rand van het werk af. Strijk vlieseline aan de achterkant en knip de randen bij.

Naai het punchwerk aan de achterzijde met de hand vast op de tas. Versier met pompons.