Psychisch ijsvrij

Ik markeer altijd exact wanneer ik dat zinnetje voor het eerst in een jaar hoor. Het was deze keer op 26 januari.

„Je kunt het al weer goed merken.”

Mezelf van de domme houdend, vraag ik voor de vorm nog netjes: „Wat?”

Het antwoord weet ik natuurlijk al lang. M’n gesprekspartner wil z’n blijdschap delen over het feit dat het ’s avonds al weer wat later donker wordt.

Ik spartel voor de vorm nog wat tegen, wetend dat ik dit gevecht verloren heb: „Is dat zo?”

„Minstens een kwartier, we gaan richting het halve uur.”

Ander onderwerp, denk ik en ik begin te ratelen over auto’s en files en werk en wat niet al om uit dit gespreksonderwerp te geraken. Want de winter is koud en donker en naar en die moeten we zo snel mogelijk achter ons laten, vindt bijna iedereen die ik ken. En dus worden al snel met vreugde de tijden gedeeld dat de zon ondergaat. En dat er al weer vogels gehoord zijn en dat het zonnetje alweer zo lekker warm voelt. In de luwte, vanzelf, of achter het glas, maar toch. En dat we de echte winterkou nu wel achter de rug zullen hebben, toch?

Ik kan het dan nooit laten om te zeggen dat pas op 21 maart de lente begint en dat je in februari nog volop ijs en sneeuw kunt hebben. Waarna de gesprekspartner stilvalt.

Wat is dat toch?, denk ik na zo’n gesprek. Dat ik maar niet blij kan zijn met het aflopen van de winter, terwijl de meeste mensen dat wel zijn. Dat ik blijf hopen op pakken sneeuw en meters ijs, terwijl anderen al weer volop verlangen naar het voorjaar.

Iemand met wie ik erover in gesprek raakte had een verklaring. Een psychologische. „Jij hebt de begrenzing van de duisternis nodig. En je wilt lekker kunnen wegduiken in je eigen huis. Dan hoef je niks. Eigenlijk wil je gewoon een soort psychisch ijsvrij.” De amateurpsycholoog ging nog net niet zo ver dat ik autistisch werd genoemd, maar die term hing wel in de lucht.

Psychisch ijsvrij. Dat klinkt niet slecht, dacht ik na het gesprekje. En het is misschien ook wel waar. Het onvoorspelbare winterweer als onweerspreekbaar excuus om niet al die verjaardagen en feestjes af te hoeven lopen die in januari als een tsunami over familie- en vriendenkring slaan.

Thuis, bladerde ik op m’n computer snel naar een weersite om te zien hoe het er voorstond. Helaas, de kans op psychisch ijsvrij is minder dan nul.