Ouderwetse delicatesse

beeld Geertje Bikker-Otten
5

Je zou dat misschien zo niet zeggen, maar Nederland is sinds een jaar of vijf meer een peren- dan een appelland. Tenminste: als je afgaat op de hoeveelheid fruit die hier per jaar wordt geteeld. In 2017 ging het om 227 miljoen kilo appels. En wel 330 miljoen kilo peren.

De meeste van die peren worden –hier of elders ter wereld– zo uit het handje gegeten. Want stoofperen nemen in het geheel van de oogst maar een bescheiden plaatsje in: 6 miljoen kilo per jaar.

Stel dat die stoofperen allemaal in Nederland worden verkocht en opgegeten, dan is dat nog geen pond per inwoner. Zeg: twee tot drie per persoon per jaar. Dat is toch bepaald matig. Terwijl veel mensen best blij reageren als er een schaal stoofperen op tafel verschijnt.

Stoofperen kun je met recht een ouderwetse delicatesse noemen. Ze worden in onze contreien al eeuwen gegeten. Sterker nog: lang voor de (moderne) handpeer ontstond, moest je alle peren stoven om ze voor consumptie geschikt te maken. Wie met een schilmesje een zak gieser wildemannen –of een ander stoofperenras– te lijf gaat, staat dus in een lange traditie.

Dat ze een tijdje op het vuur moeten staan, is misschien wel de rem op de consumptie van de stoofpeer. Dat lijkt namelijk nogal bewerkelijk. Niet als iets voor elke week. Misschien meer voor de kerstdagen.

Maar in november smaken ze ook al heerlijk. En als je er wijn of specerijen aan toevoegt, gaat het er in huis lekker kruidig van ruiken.

Wat die bewerkelijkheid betreft: stoofperen klaarmaken is niet veel meer werk dan appelmoes koken. Althans: tot het moment dat je de pan op het vuur zet. Eigenlijk is appelmoes nog lastiger: die kookt gemakkelijk over of brandt aan. Terwijl je stoofperen alleen maar lekker lang op een laag pitje hoeft te laten staan, waarbij ze langzaam zacht en rood worden. Ze worden vanzelf lekker. Je hoeft er verder niets aan te doen, alleen de klok een beetje in de gaten houden. Ondertussen kun je een boek lezen of de was opvouwen.

Kruidige peren

Ingrediënten

- 1,5 kilo stoofperen (bijv. gieser wildeman)

- 2 steranijs

- 4 kruidnagels

- 1 kaneelstokje

- 5 kardemompeulen

- suiker

- rode wijn

- aardappelzetmeel (eventueel, om te binden)

Bereiding

Schil de peren. Je kunt ze in kwarten verdelen en het klokhuis verwijderen. Maar ik vind het wel aardig om ze heel te laten en het steeltje eraan te laten zitten. Was ze af en doe ze in een pan. Als je ze heel laat: liefst een ruime waar ze naast elkaar in passen. Om de peren te stoven, moeten ze nagenoeg onder staan. Je kunt daarvoor water, rode wijn of bijvoorbeeld bessensap gebruiken. De wijn en het sap helpen de peren om rood te kleuren, maar ze zorgen natuurlijk ook voor extra smaak. Ik gebruikte een glas rode wijn en vulde de rest aan met water. Doe de specerijen erbij en suiker naar smaak. Ik gebruikte 3 eetlepels. Breng de peren aan de kook en laat ze zeker anderhalf uur zachtjes stoven. Het kookvocht kun je binden met wat aardappelzetmeel of inkoken om het wat stroperiger te maken.