Open grenzen zijn niet normaal

beeld RD, Anton Dommerholt
8

Grenzen bestaan pas als ze gesloten zijn.

Dat klinkt filosofisch, maar het is de praktijk. Open grenzen zijn eigenlijk niet meer dan lijntjes op de landkaart waar je in het landschap niets van merkt. Wie op het platteland de grens wil oversteken met Duitsland, moet zoeken waar die nu ook weer precies loopt.

Bij Lobith, waar het grensriviertje De Wild de twee buren scheidt, staan aan weerszijden van de grens bij een smal bruggetje twee oude en met brandnetels overwoekerde grenspalen. In het wegdek is de grens te zien aan het feit dat ergens bij die palen het donkere Duitse asfalt overgaat in het lichtere Nederlandse. Verder niets.

Ooit, toen deze grens nog een echte grens was die ‘genomen’ moest worden, stond hier de Franse Zonnekoning, Lodewijk XIV, met zo’n 130.000 soldaten om de Nederlanden binnen te vallen. Het was in juni 1672 dat hij hier de Rijn overstak en de Hollandse soldaten zonder veel tegenstand van het slagveld veegde.

In 2020 zijn grenzen binnen Europa museumstukken. Tot ze dichtgaan. Gesloten grenzen zijn voor een generatie die grenzeloos is opgevoed namelijk een absolute waterscheiding in de tijd.

En voor mensen die dicht bij de grens wonen en familieleden of vrienden hebben aan de andere kant, was het de afgelopen maanden, toen tegen de verspreiding van het coronavirus de grenzen met België dichtgingen, een regelrechte ramp. Want ze gingen niet een beetje dicht, maar potdicht. Zelfs op de kleinste grensweggetjes, waar normaal gesproken geen mens meer dacht aan de grens, werden hekken of containers geplaatst om de overgang af te sluiten.

Ineens werden we zo’n 35 jaar teruggeplaatst in de tijd. Op 14 juni 1985 tekenden Nederland, België, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk in het Luxemburgse plaatsje Schengen namelijk het eerste Schengenverdrag. Met als doel om tussen deze vijf landen de grenzen permanent open te zetten en alle controles van goederen en personen af te schaffen. In de jaren die volgden, sloten in totaal 26 landen zich bij dat Schengenverdrag aan. In een immens gebied –voor de fijnproever: het is 4.312.099 vierkante kilometer groot– kunnen de 400 miljoen inwoners nu grenzeloos en ongehinderd reizen.

Maar in maart was daar het coronavirus en sloten de grenzen tussen landen. Slagbomen waren er meestal niet meer, dus werden grenzen afgesloten met alles wat het passeren ervan maar onmogelijk kon maken. Ineens zaten we allemaal weer opgesloten in ons eigen land.

Tot maandag 15 juni. Dat was de dag dat de hekken opengingen en de containers werden weggesleept. Exact 35 jaar en 1 dag na het tekenen van het eerste Schengenverdrag door de vijf initiatiefnemers.

Eén grens werd niet gesloten tijdens de coronacrisis: die tussen Nederland en grote broer Duitsland. Tot in Berlijn werd erover gediscussieerd, maar de Duitsers besloten de grens met Nederland open te houden. Noem het gerust een gebaar van vriendschap. Natuurlijk deed ‘Berlijn’ dat niet alleen omdat het zo veel van de Hollanders houdt, maar ook omdat hinder van de verkeersstromen tussen beide landen de economie van het machtigste land in Europa nog verder zou schaden. Maar toch.

Het feit dat Duitsland ook tientallen Nederlandse coronapatiënten opnam in Duitse ziekenhuizen, is iets wat we hier in de kleine maar trotse delta van Europa niet snel vergeten zullen. En ons ook vooral moeten herinneren als er toch weer nationalistische sentimenten opspelen tegen de oosterburen die in 1940 ons land bezetten. Het Duitsland van nu is al heel lang niet meer het Duitsland van toen.

Grensoverschrijdend gedrag is een aanduiding voor iets wat niet goed is. Maar als het gaat om een boodschap doen over de landsgrens, vinden zeker jongere generaties het de normaalste zaak van de wereld. Het coronavirus heeft weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt dat open grenzen echter niet normaal zijn. Want lijntjes op de landkaart kunnen zomaar weer slagbomen of hekken in het landschap worden.